Reflectie 6(4) winter 2009.vp
Is de Eindtijd in Zicht? Over de crisis van het ego-gerichte bewustzijn Ojas Th. de Ronde Een aantal jaren geleden verbleef ik met mijn vrouw en haar twee kinderen in Jeruzalem. Ik kende de stad nog van de tijd dat ik bijbelwetenschappen studeerde, maar was er sindsdien niet meer geweest. Op sabbat gingen we naar de Klaagmuur. Omdat ik goede herinneringen wilde bewaren, ging ik de trappen op om van boven een foto te maken van het gebeuren. Op dat moment ge- beurde er iets vreemds. Een jonge, orthodoxe Jood wilde mij het fototoestel afhandig maken, schreeuwend dat het sabbat was en dat het verboden was op sabbat foto’s te maken. Ik had de helderheid van geest hem te vragen waar dat in de Talmoed stond. Daar had hij niet direct antwoord op, maar hij bleef tegen me schreeuwen dat ik iets deed wat verboden was . Toen gebeurde er een klein wondertje. Een andere Joodse man had dit zien gebeuren en kwam naar ons toe. Hij wilde een ver- klaring geven. ‘Sorry, heer, voor het gedrag van mijn vriend, maar wij zijn zo zenuwachtig.’ Ik vroeg hem waarom. ‘Weet je dat niet? De Messias komt spoedig en alles moet perfect in orde zijn als hij komt.’ Ik was verbijsterd. Maar ik herinnerde me plotseling al die autootjes die rondreden in Israel met de teksten er op: ‘Welkom Messiah.’ Ze geloofden dus echt dat hij bin- nenkort zou verschijnen! Misschien wel op de wolken. Op dat moment nam ik een beslissing en zei: ‘Maar weten jullie niet dat de Messias al verschenen is?’ Ze werden stil en ik kon verder gaan. ‘In de harten van alle mensen die liefheb- ben. In de harten van diegenen die de kern van de Wet hebben begrepen en uitdragen in hun leven.’ Het waren de goede woorden en we konden praten over de crisis waarin we terecht gekomen waren, en over de komst van de Messias in de harten van de mensen. Even maar, want ik was natuurlijk niet uitver- koren. Maar op het einde van het gesprek zei de man: ‘Vriend, wat zou ons dat een rust geven als dit waar was.’ Dit gesprek en vooral die laatste opmerking was uniek. Er was even een bres geslagen in een vast patroon van denken van een paar orthodoxe Joden. Voor een moment was de vraag toegelaten of de Messias ook geboren zou kunnen worden in een wereld in crisis. Dat klopt niet met het orthodoxe, conser- vatieve denken. De komst van de Messias is een gebeurtenis die de orthodox-joodse traditie nooit laat plaatsvinden, zolang niet de uiterlijke wereld in vrede is. Op de bewering dat de Messias gekomen is, antwoordt een orthodoxe Jood standaard: ‘Het is nog steeds dezelfde wereld in nood. Hoe kan het dan dat de Messias is gekomen?’ Hier spreekt het gebruikelijke idee van hoop op een verandering en herordening van de uiter- lijke wereld door de Messias. En die kan alleen voorbeid wor- den door een strikte vervulling van Gods wet. Dit is een opvat- ting die ook geldt voor de orthodoxe christenen, die wachten op de wederkomst van de Christus die ‘het laatste oordeel’ zal vellen. Ook de orthodoxe moslims zien uit naar de Imam Mah- di, de beloofde Messias. En het orthodoxe hindoeïsme ver- wacht Avatar Kalki, die zal komen om de Kali Yuga, de tijd van duisternis waarin we nu leven, te beëindigen. Het lijkt als- of meer dan de helft van de mensheid wacht op een redding van buitenaf. Uw Rijk kome Maar in ons gesprek bij de Klaagmuur had een andere invals- hoek een kans gekregen. Een gezichtspunt dat verband houdt met oude, esoterische tradities. Want in tegenstelling met de verschillende orthodoxe tradities vat esoterische wijsheid, de gnosis, de komst van de Messias op als een innerlijke gebeur- tenis, een transformatie van het bewustzijn, van het hart van ons mensen. Wij leven nog wel in dezelfde oude wereld vol nood en pijn, maar in de kern van ons wezen is een geheel nieuwe orde of oriëntatie geopenbaard. Als we open zijn erva- ren we: het licht breekt nu al door. De historische Jezus, waar- van wij in deze dagen de geboorte herdenken, was hiervan een lichtend voorbeeld. Hieraan moet ik denken in de tijd van advent, de tijd waar- in we in het kerkelijk jaar de komst van het Rijk van God ver- wachten. Adveniat regnum tuum, uw rijk kome. Dit is de prachtige wapenspreuk van de VKK. Ik denk hierbij ook aan onze geliefde bisschop Frank den Outer, die vlak voor zijn dood mij nog had geschreven dat hij uitkeek naar mijn volgen- de artikel. Het zou gaan over deze wapenspreuk. Ik schrijf het nu tevens ter nagedachtenis aan een geliefd persoon die onver- wacht van ons heenging. Geheel volgens zijn wapenspreuk: Omnis enim qui petit accipit . Ieder immers die vraagt ver- krijgt. Het inspireerde me om de situatie van dit moment uit- voerig onder ogen te zien. De crisis waarin nu niet alleen Israel, maar de hele wereld verkeert. En hoe we hiermee om kunnen gaan in het licht van oude, heilige teksten. Aan de rand van de afgrond Over één feit zijn we het allen eens: onze wereld verkeert al enige eeuwen in een diepgaande crisis. Van de 16 tot de 19 eeuw leden de westerse landen onder bloedige revoluties, ter- reur, volkerenmoord en gewelddadige godsdienstoorlogen. Er vond voorheen een onvoorstelbare plundering van het platte- land plaats, uitbuiting in fabrieken, geestelijke malaise en een ernstige wetteloosheid in de pas geïndustrialiseerde steden, als een onontkoombaar onderdeel van die sociale en politieke transformatie . De gnosticus William Blake getuigde hiervan toen hij schreef: Ik reisde door een land van mensen; een land van mannen en ook van vrouwen; en ik hoorde en zag dingen zo verschrikkelijk; als nooit gekend door reizigers op deze koude planeet.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=