Reflectie 6(4) winter 2009.vp
De Weg der Kabbalah – deel 2 ¹ ) Mike Bais Vanuit een ruwe schets van de historie van de Kabbalah, voor zover we die kunnen traceren, gaan we nu bekijken hoe die leer tot uiting komt in het diagram van de “boom des levens”. We beginnen dan met de oorsprong van het bestaan, vol- gens deze traditie. Een absolute en een relatieve realiteit Er is een Absolute en relatieve existentie. Er bestaat een reali- teit waaronder alle mogelijkheden vallen en een realiteit waar- in alle “relativiteit” gekend kan worden. Met andere woorden: een onvergankelijke en een vergankelijke realiteit. De laatstgenoemde realiteit lijkt voort te komen uit de eer- ste en zo kunnen we die vertalen naar een goddelijke wereld en een menselijke (voorbijgaande) wereld. De goddelijke essentie wordt als volgt door de Kabbalisti- sche filosofie uiteengezet: “In den beginne was er niets”. Dit betekent echter niet dat er geheel “niets” was, maar dat dit (bestaande) “niets” voor de mens volkomen onbegrijpelijk is; elk menselijk begrip te bo- vengaand dus. Oftewel: er was het Niets. God als het Niets. Geen enkele referentie die wij in onze relatieve en vergankelij- ke wereld kunnen koppelen aan dit idee van God. In het He- breeuws wordt dit “Niets” de “AIN” genoemd. Maar hier eindigt de “godsanalyse” niet. Tevens wordt na- melijk gezegd: “God is het oneindige”, of “het onbegrensde”. Ook de “AIN-SOPH” genoemd. Zoals AIN het Niets is, zo is AIN-SOPH het Oneindige. De derde en laatste schakel in deze uitleg is het “oneindige niets”, of de AIN-SOPH-AUR, ook wel het “oneindige Licht” genoemd.(Aur = Licht). Deze Drie vallen samen onder de naam van de “Drie Slui- ers van de Negatieve Existentie”. Dat is het Absolute, voorbij tijd en ruimte en voorbij iedere categorie van denken en daar- mee voorbij relativiteit. Al klinkt dat alsof die Goddelijke Essentie voorbij onze re- lativiteit zou bestaan (als het al zou “bestaan”), toch zijn deze “sluiers” de reden tot ons bestaan. We kunnen dan misschien ook stellen dat zonder dat, er geen relativiteit zou kunnen zijn. Het Absolute, Dat Zijn uitleg vindt in de drie negatieve sluiers, is niets én alles tegelijkertijd en het universum, de uni- versa zijn manifestaties van dat Absolute. Vanuit een impuls (Liefde?) lijkt er beweging te moeten komen in dit Absolute en onbegrensde Niets/ Iets. Zou dit niet gebeuren, dan zou het Absolute het Absolute blijven, zonder de gevolgen die wij nu “creatie” noemen. Deze eerste expressie, die men zich als een idee of zelfs als een geometrisch figuur kan voor- stellen, is de cirkel met daarin de punt. Die geeft de oneindigheid weer van de cirkel, met daarin de concentratie van Alles en Niets in een dimen- sieloze en tijdloze expressie van een punt. Zouden we alleen de cirkel zien, dan was er alleen oneindigheid. Maar door de punt ontstaat er als het ware een spanningsveld en een “punt van aandacht”. De punt symboliseert “dat wat was, is en altijd zal zijn”, de Bron van alle potentie en mogelijkheden, binnen de onbe- grensdheden van het Goddelijke ( de cirkel). Deze punt is een concentratie van het goddelijke verlangen dat tot expressie wil komen in Zich- Zelf! Het ontstaan van onstuitbare beweging Vervolgens ontstaat er vanuit dat verlangen een beweging, voortkomend uit de statische situatie van de punt; en een “rechte lijn” baant zich een weg: de allesomvattende potentie in beweging. En deze brengt een tweede cirkel tot stand, die Wijsheid wordt genoemd. En zoals de eerste cirkel met de punt de Kroon wordt genoemd, zo is deze tweede cirkel de “tweede Kroon”. Deze tweede cirkel is het eerste mannelij- ke principe of idee, de oervader zouden we kunnen zeggen. Dit heeft niets te maken met fysieke geslachte- lijkheid, maar geeft het principe van man- nelijkheid. Nu deze goddelij- ke beweging heeft plaatsgevonden, kan ze niet stoppen of ge- remd worden totdat ze zich heeft uitgedrukt in wat “Het” Wil. Daarom (ver)volgen de lijn en beweging zich in een derde cirkel, tegenover de tweede, en formeren daarmee een drie- hoek. Hier wordt het eerste vrouwprincipe of de moederidee geboren. En zoals de vader wijsheid is, zo is de moeder het be- grip (van de wijsheid). We zien een driehoek met de punt in de top, die de eenheid van ‘Zijn’ aangeeft, terwijl de twee andere hoeken of cirkels de voortgekomenen (kinderen) zijn van Het Ene. De oervader en oermoeder zijn hier geboren en door deze tweeheid zien we hier het ontstaan van de eerste idee van dualiteit. Een dergelijk idee en figuur komen in veel godsdienstige richtingen voor en, voornamelijk in het Christendom, als de “Drie-Een-heid”, maar dan enigszins anders vertaald als de “Vader, Zoon en Heilige Geest”. Alles wat wij relativiteit noemen en als relatief ervaren, komt voort uit dit eerste principe van dualiteit en polariteit, maar altijd verenigd in de eenheid. De goddelijke beweging zet zich voort en vanuit deze god- delijke driehoek komt ze via een soort overgangszone in de eerste relativiteit terecht. Dat is een volgende cirkel, genaamd
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=