Reflectie 6(4) winter 2009.vp

Liefde’ (in diepe gedachten zijn) wordt nog eens fraai geïllu- streerd met het volgend oude verhaaltje uit India. Toen eens een meisje een plaats overstak waar iemand zijn gebeden uit- sprak, wat volgens de wet verboden was, hoorde het meisje zeggen: ”Hoe onbeschaamd! Weet je wat je hebt gedaan?” En het meisje, verschrikt, antwoordde: ”Wat deed ik dan?” De man vertelde haar dat op de plaats waar men zijn gebeden tot God uitspreekt, niemand wandelen mocht. “Ik deed het niet met opzet”, zei het meisje “maar kunt u mij uitleggen wat bid- den is?” En de man antwoordde dat bidden voor hem denken aan God betekende. “Oh”, zei het meisje “maar ik was onder- weg naar mijn vriend en ik dacht aan hem en daarom heb ik u niet gezien, maar als u aan God dacht, hoe kon u mij dan zien?” Als iemand de conventies achter zich laat, de kansel verbrandt, zal er zich een innerlijke vrijheid aandienen. Het is met name dan dat onze ziel vrijelijk kan ademen en zich uit de gevangenis spoedt, want “waar het hart is, is de schat”. Het is de ware vrijheid, waarin gedachten en beelden zich kunnen ontplooien; waarin geluidloos een gedachte van de geest of een beeld zich aandient. Het verschil tussen een gedachte en een beeld is, dat de eerste een activiteit is van de geest met een bedoeling, en dat het beeld geen aansturing kent, maar op- doemt als een golf van de zee. Hoe belangrijk het is om reke- ning te houden met onze gedachten en beelden, met wat ons roept, als wij op pad gaan naar het uiteindelijke Doel, blijkt uit het bestaan van bepaalde kosmische wetten en krachten. En een hele belangrijke Kracht, door occultisten een wezen genoemd, is “Fohat”. De Gedachte als een Ros Veel gedachten komen in ons op, sommige blijven en even zo vele verdwijnen weer. Op zichzelf ook weer een wonder. Want waar komen die gedachten vandaan, en waar gaan ze heen? En aan welke gedachten dienen we aandacht te besteden en aan welke niet? Welke gedachten hebben een lange levensduur, d.i. kans op volledige openbaring? Want dat gedachten vaak een langere levensduur hebben dan de mens die ze heeft, en uit- spreekt, mag blijken uit veel overleveringen. Zij overleven het aardse leven in de tijd. En met deze gedachten leeft degene die ze uitsprak ‘in gedachten voort’. Vaak echter komen er twee ge- dachten naast elkaar te staan, waaruit we soms noodgedwong- en een keuze zullen moeten ma- ken. Welke criteria hanteren wij bij die keuze? Gaan wij uit van de gedachte gekoppeld aan onze eigen wil, of gaan wij uit van de gedachte gekoppeld aan de Wil van het Absolute Leven? En als wij dan uit willen gaan van de gedachte gekoppeld aan de Wil van het Absolute Leven, hoe kunnen wij dan weten wat de Wil van Het Absolute is? We zouden kunnen stellen dat de Gedachte van het Absolute Le- ven, gekoppeld aan de Wil, een Gedachte is die in ons hele we- zen resoneert. Houdt het woord ‘resoneren’ geen ‘antwoord op trilling’ in? Een resoneren waarop ons hele wezen ‘in trilling’ antwoordt en in overeen- stemming komt volgens ons eigen bewustzijn? Daarbij leidt de gedachte, gekoppeld aan de eigen wil, vaak tot innerlijk con- flict. Conflict geeft óók trilling, maar een trilling die geen vre- de brengt. En die kan leiden tot uiterlijk conflict, omdat er geen over-een-stemming is bereikt. En toch…als eerst innerlij- ke overeenstemming, de Wil van het Absolute Leven, in over- eenstemming is met ons wezen, dan zal Eenheid uitstralen, die voor iedereen het persoonlijke doel kan zijn. Eenheid is im- mers Goddelijk. Uit een gedachte komt vaak een ideaal, een plan voort dat de mens graag tot uitvoering wil brengen. Het is bijzonder om te zien, dat wanneer een plan gehoor vindt, het ideaal reso- neert, en elke andere wil komt helpen op het pad van verwe- zenlijking van het ideaal. Op de juiste tijd en op de juiste plaats dient zich een persoon of een situatie aan, die het berei- ken van het doel eenvoudiger maakt. De richting van de wil gaat dan in de richting van de Absolute Wil. Alles is in over- eenstemming met elkaar. En soms zien we dat de deur geslo- ten blijft, hoe men ook een ideaal probeert te verwezenlijken, hoeveel oplossingen er ook aangedragen worden, en we muur- vast zitten. Maar als de innerlijke drang blijft aansporen, on- danks tegenwerking op het pad van verwezenlijking van het ideaal, dan zien we ook daar de Hand van Het Absolute. Zeg- gen we vaak niet: ”De tijd is er nog niet rijp voor?”, waarmee we aangeven dat er niets ‘mis’ is met de idee, het plan, maar dat er zich (nog) niets van gelijke resonantie, hulp, heeft aang- ediend. Of dat wij ons plan moeten herzien. En als het plan geen weerklank en voeding vindt, ‘laten wij het plan varen’. In hoeverre zoeken wij het ‘behagen’ van Het Absolute, Het Oneindige als ons eigen ‘behagen’, onze eigen vrede; ge- tuige de uitspraak :”Ik heb er vrede mee”? Vooropgesteld dat wij eerst voor onszelf hebben vastge- steld, dat Het Absolute er daadwerkelijk is, transcendent en im- manent. Hoe kunnen we Het kennen? Hoe kunnen we Zijn Roep horen weerklinken? Het is nagenoeg in alle religies alge- meen aanvaard, dat de Ene zich openbaarde en dat uit deze open- baring zich een goddelijke Hi- ërarchie ontwikkelde. Denken wij aan Zijn Boodschappers, de Pro- feten, de Aartsengelen en Enge- len, Machten en Krachten. De graad van de werkzaamheid van de trillingen bepaalde, en bepaalt nog, en zal altijd bepalen, de ver- schillende gebieden van bestaan. En deze Hiërarchie kunnen wij kennen, ervaren, en zelfs tevens deel van uit maken, afhankelijk van ons bewustzijn, onze ont- vankelijkheid, onze sensitiviteit. Het is bekend, dat degenen die vanuit hun op Het Absolute ge- richte innerlijk in deze wereld handelen, aangenaam zijn voor iedereen. Hun groet is een Na- masté, een: ”Mijn God groet de God in jou”. Zij zullen proberen “Mandala” van Ine Meems-Hulzebos

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=