Reflectie 6(4) winter 2009.vp

iedere mens in iedere omstandigheid te bezien. En ieder ver- langen dat in hun hart opkomt te toetsen aan de Gedachte van Het Absolute, de Wil, en het daarmee trachten in overeenstem- ming te brengen. Ligt het geheim van het zoeken naar de Wil van Het Absolute, het Ene Leven niet in het be-vat-ten van Har- monie, wat een voorwaarde is voor een leven in ‘vrede’? En daar waar wanorde heerst, harmonie te willen scheppen? Is Har- monie geen Schoonheid? Is het niet zo dat wij in deze tijd, be- wust of onbewust, collectief op weg zijn van dualiteitsbewust- zijn, via polariteitsbewustzijn naar Eenheidsbewustzijn? Denk- en wij aan de Straalkaarsen op het altaar; dat de Vierde Straal die staat voor (Schoonheid en) Harmonie, de plaats inneemt van het hartchakra, de plaats van onze Meester Jezus. In de Joodse Mystiek vinden wij harmonie terug in een van de sefiroth van de Levensboom, met de naam Tifereth. Tifereth is het hart van de wereld, onze zon en daardoor het hart van de hemelse mens. Ook daar is zij het middelpunt van het Universum, de Christus. Een Gedachte van Het Absolute draagt kracht, liefde en wijs- heid, tact en verdraagzaamheid, schoonheid en harmonie, ken- nis (waarheid), toewijding en orde in zich. Kunnen wij hierin tevens de uit het Absolute Leven voortkomende Hiërarchie en haar werkingen terugvinden? En ons eigen verlangen hiernaar? De Hiërarchie die alles geeft wat nodig is voor de totstandko- ming van de Idee en op geen enkele wijze iets terugvraagt? Is het niet aan ons dit ‘bewijs’ van Gods handelen via de Hiërar- chie, in en aan de mens, onszelf en de hele schepping, tot open- baring te brengen? Want is in deze wereld niet alleen de mens in staat onbaatzuchtige liefde te geven, als het hart zich afstemt op het hoogst bereikbare ideaal, volgens de hoogste gedachte, de hoogste trillingsfrequentie? Nemen wij onze Meester in ge- dachten. We hebben immers de keuze ons hoogst bereikbare ideaal te kiezen door middel van de hoogste gedachte. Door ‘slechts’ ons hart af te stemmen op deze trillingen en stap voor stap te komen tot Kennis, die Liefde slechts doet toenemen? Om de Harmonie te bereiken, die eigen is aan het Inwezen van Het Absolute Leven? Zijn wij in staat het wonder van de dualiteit, dat zich zowel innerlijk als uiterlijk in EEN (1) mens afspeelt, en in de hele schepping, te zien? Ook te be-leven en de ‘omkeer’ in onszelf te bewerkstelligen, de terugkeer naar de Eenheid, de Vrede van het Ene Absolute Leven? En zodoende het leven in dualiteit en in eenheid te ‘smaken’? Is dit geen groot voorrecht? Ergens leeft in ons een behoefte om iets in redelijkheid te kunnen aanvaarden. Dat kan met behulp van bewijzen. De vraag is of wij de bewijzen van anderen zomaar kunnen aan- vaarden, en als wij zelf bewijzen zouden krijgen, erover zou- den kunnen spreken. Een Wijsheidsleraar zou ons wellicht op een pad kunnen zetten. Een pad dat wij vervolgens op eigen kracht, volgens de in onszelf geopenbaarde meester, vervol- gen. Zodoende komen we gaandeweg meer over ons zelf, (en daarmee over de ‘ander’) met al onze gedachten, onze beel- den, emoties en handelingen te weten. We kunnen ons zelf le- ren kennen door als een waarnemer onze gedachten, ons han- delen te schouwen. Zo ‘verdelen’ wij ons in Zelf, de schou- wer, en in zelf, de ‘doener’, die onderhevig is aan schomme- lingen in emoties, en impulsief te werk gaat. We kunnen leren door kennis te nemen over hoe anderen zijn omgegaan met ge- dachten, daaruit voortvloeiend een idee, vervolgens een plan en als laatste stap dan de uitvoering, de totstandkoming, laten we zeggen de geboorte van iets wat aanvankelijk begon als een gedachte; door onze eigen gedachten opnieuw te bezien, en te ontdekken wat er van welke gedachten uiteindelijk te- recht kwam. Kunnen wij, in alle bescheidenheid, in de uitvoering van een gedachte, een parallel zien met het ontstaan van de Werel- den? Toen het Absolute Leven de ruimte in zichzelf vrij maak- te, en alles wat Het in Zich had, alles wat in Het, met elkaar in Eenheid bestond, in de stilte, wilde kennen en tot aanschijn bracht; naar buiten bracht, uit zette? En mogen en kunnen wij dan de lijn trekken naar onszelf? Omdat ook wij ons plan ui- teindelijk ‘uit zetten’? Kunnen en durven wij, zoals wij in de Bezinning op de Wijsheid kunnen lezen, te erkennen dat ook wij bij Het Absolute Leven vertoefden, en weer kunnen ver- toeven, dat wij elke dag voor Zijn Aangezicht waren, en nog zijn, van oudsher zijn gevormd? Omdat ook wij uit Dat voort- kwamen? Kunnen en durven wij, ons in deze geschapen Ruimte bevindend, zien dat ook wij die ruimte in onszelf kun- nen scheppen, zelfs fysiek, getuige de zwangerschap, maar ook door ons in te leven in de ander, de ander de ruimte te gunnen zich te ontplooien, te openbaren, en hem of haar daar- bij niet in de weg te staan? En de ander daarmee op te nemen in onze ruimte? Concentrische cirkels in concentrische cirkels! Zelfs mee te helpen aan een plan? Kunnen wij deze God, de Ene, het Absolute Leven, dat ons uit-stuurde (existentie), de ruimte geven Zich in ons kenbaar te maken? En ook Hem aan te roepen: “Ajeka?”, ook over de grenzen van het zichtbare? Fohat In mevrouw Blavatsky’s “De Geheime Leer” kunnen we het volgende lezen: “Het geopenbaarde Heelal is doortrokken van tweevoudigheid, die als het ware juist het in-wezen van Zijn ex-isteren als openbaring is. Maar evenals de tegenovergestel- de polen van subject en object, geest en stof, slechts aange- zichten zijn van de Ene Eenheid, waarin ze zijn samengevat, zo bestaat er in het ge-open-baarde Heelal, “dat” wat geest aan stof, subject aan object schakelt. Door occultisten wordt deze ‘brug’, dat wat geest aan stof schakelt, Fohat genoemd. Blavatsky stelt: ”Fohat is de brug waardoor de in de “Goddelijke Gedachte” bestaande ‘denk- beelden’ op de kosmische substantie worden ingedrukt als de ‘wetten der natuur’. Fohat is derhalve de stuwkracht van de kos- mische ideatie, of, van de andere kant bezien, is het de verstan- delijke middelaar, de leidende kracht achter alle openbaring, de Goddelijke Gedachte overgebracht en geopenbaard door de Dhyan Chohans (opgestegen Meesters, godgeleerden, aartsen- gelen, engelen, serafijnen enz.), de bouwmeesters der zichtbare wereld. Ons eigen bewustzijn komt van kosmische ideatie of Geest, de verschillende voertuigen van kosmische substantie, waarin dat bewustzijn wordt geïndividualiseerd en zelf bewust- zijn bereikt, terwijl Fohat in zijn onderscheidende openbaringen de geheimzinnige schakel is tussen denkvermogen en stof, het bezielend beginsel dat elk atoom tot leven elektriseert.” Zoals wij kunnen waarnemen in de natuur, en ook in ons- zelf, bestaat er een Wet van Beweging. Onze gedachten bewe- gen zich, onze organen bewegen zich, onze ledematen bewe- gen zich, wijzelf bewegen ook, en wij bewegen onszelf voort. De beweging drijft ons steeds verder. Bewust of onbewust zoekend naar een hoger niveau. Een betere plaats. Of dit zich nu voordoet op het geestelijke of het stoffelijke vlak. Deze kracht brengt vernieuwing tot stand, verandering. En als de verandering, de vernieuwing tot stand is gekomen, volgt er een

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=