Reflectie 6(4) winter 2009.vp

periode van rust. Zoals zich bijvoorbeeld tussen het kloppen van ons hart ook steeds een rustperiode, voordoet. Deze perio- de van rust is geen inertie, maar slechts een afwachting en voorbereiding op de volgende impuls. Deze beweging vindt ook plaats door het hele universum, en zal zich altijd bewegen richting evolutie, zelfs als we veranderingen zien, die moeilijk te aanvaarden zijn. Zelfs als we zien dat werelden verdwijnen. Maar deze verdwijning is slechts een periode van rust. Want uit de verdwijning, de verandering, wordt iets nieuws geboren. Een rups maakt zich een cocon en wacht rustig af tot de im- puls het aangeeft als vlinder naar buiten te treden. Wat er zich in die kleine, duistere ruimte afspeelt, ‘weet’ alleen de rups, en is voor ons oog onzichtbaar. Zo geldt dat ook voor ons. Ook wij ‘verpoppen’ ons in de baarmoeder en komen tot openba- ring bij geboorte, gebruikmakend van alle omstandigheden buiten en binnen ons. En bij wat wij ‘sterven’ noemen, ver- poppen wij ons opnieuw, worden we opnieuw voor het oog onzichtbaar, leggen als een slang onze oude huid af, en ont- poppen ons in de andere wereld. Dit alles is een beweging. En deze beweging kan men ook toegepast zien op iets ongrijp- baars – als een gedachte. Om een gedachte be-vat-telijk te maken, zal zij zich moeten uiten. En daar waar geen overeenstemming wordt bereikt, zul- len we correcties moeten aanbrengen, om het geheel in harmo- nie, in balans te krijgen. En soms zullen we, om het plan te laten slagen, voor onszelf impopulaire maatregelen moeten treffen, de kansel moeten verbranden, en ons hart laten spreken. Soms uit pure noodzaak lijkt het, omdat de Wet van Verbinding van zich laat spreken. Misschien kunnen we nu begrijpen dat ‘Fohat’ verbindingen aanlegt, hele netwerken zelfs. Want hij snelt van plaatst tot plaats, de gedachte op alle niveaus afleverend. Dus werkzaam in zowel het kleine als het grote. Daarmee is hij de transcendentale, verbindende Eenheid van alle kosmische ener- gieën, zowel op het ongeziene als het geziene vlak”. Belangrijk is hij, want als uit de Vader en de Moeder de ‘Zoon’ voortkomt, werken twee aspecten van God samen: het vaderverwekkende, het stimulerende, impulserende aspect en het moederlijk baren- de, het dragende, substantievormende aspect, en is het ‘Fohat’ die aanzet tot beweging, tot Leven. In G.A. Barborka’s boek “Het Goddelijk Plan” worden meerdere beschrijvingen van de werking van ‘Fohat’ genoemd en wel: - “Fohat, de ‘Zoon des Zoons’, de manvrouwelijke energie, voortvloeiend uit het Licht van de Logos en die zich op het ge- bied van het objectieve Heelal openbaart als de verborgen én evenzeer geopenbaarde Elektriciteit, die Leven is”. Zij is de bezielende, immer aanwezige drijfkracht en het levensbegin- sel, de levensziel van de zonnen, manen, planeten en zelfs van onze Aarde”. - “…bevat zeer zeker iets van de gedachte van onophoude- lijke beweging, die een immer aanwezige drang is in de stadia voor de openbaring”. - “Fohat staat in nauw verband met het ‘ENE LEVEN’…. - ..Fohat langs de zeven beginselen van AKASA snellend, werkt in op geopenbaarde substantie.., het Ene Element, en stelt, door dat te versplitsen in verschillende middelpunten van Energie, de wet der Kosmische Evolutie in het werk, die, ge- hoorzamende aan de Ideatie van het Universeel Denkvermo- gen, alle verschillende toestanden van het zijn in het geopen- baarde zonnestelsel tot bestaan brengt”. - “Fohat trekt spiraallijnen om het zesde te verenigen met het zevende – de Kroon.” Hier zijn wij de totstandkoming van de Levensboom in de Joodse Mystiek, bestaande uit de negen sefiroth. De eerste,

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=