Reflectie 6(4) winter 2009.vp
‘bovenste’ wordt Kether genoemd, d.i. Kroon. “Dit trekken van Spiraallijnen doelt zowel op de evolutie der beginselen van de mens als op die van de Natuur, een evolutie, die traps- gewijs plaatsvindt, evenals al het andere in de natuur. ‘Fohat’ in zijn vermogen van Goddelijke Liefde, de elektrische Kracht van verwantschap en sympathie, wordt allegorisch voorge- steld, beproevende de zuivere Geest, de van het Ene absolute onafscheidbare Straal, te verenigen met de Ziel, die beide in de Mens de Monade vormen en in de Natuur de eerste schakel tussen het immer onbeperkte en het geopenbaarde”. - “Fohat is de verpersoonlijkte, elektrische levenskracht, de transcendentale, verbindende eenheid van alle Kosmische Energieën, zowel op de ongeziene als op de geopenbaarde ge- bieden, waarvan de werking – op ontzagwekkende schaal, ge- lijkt op een levende kracht door de WIL geschapen…” Denken we even aan ons ‘credo’: “Wij geloven dat God Liefde is, en Kracht en Waarheid en Licht. Onze 1e Straal, Kracht, die gelijk is aan WIL…in die verschijnselen, waarbij het schijnbaar subjectieve inwerkt op het schijnbaar objectieve en dat tot handeling aandrijft. ‘Fohat’ is niet slechts het leven- de Symbool en de Bevatter van die Kracht, maar wordt door occultisten als een Wezen beschouwd – de krachten, waarop hij inwerkt, zijn kosmisch, menselijk en aards en oefenen hun invloed uit op al die onderscheiden gebieden. Op het aardse gebied wordt zijn invloed gevoeld in de magnetische en actie- ve kracht, die voortgebracht wordt door de sterke wens van de magnetiserende. (Denken wij aan aantrekking en afstoting). Zijn Zonen zijn verpersoonlijkte krachten, die men in algeme- ne zin als beweging, geluid, warmte, licht, cohesie, elektrici- teit of elektrisch fluïde en zenuwkracht of magnetisme kent. Op het Kosmisch gebied is hij aanwezig in de bouwende kracht, die bij het vormen der dingen – van een planetenstelsel af tot de glimworm en het eenvoudige madeliefje toe – het plan van het denkvermogen der natuur of van de Goddelijke Gedachte betreffende de ontwikkeling en de groei van een bij- zonder ding uitvoert. Metafysisch is hij de tot objectiviteit ge- brachte gedachte der goden; het vleesgeworden Woord op een lagere trap; en de boodschapper der Kosmische en menselijke ideaties, de actieve kracht in het Universele Leven.” Trillingen (beweging) zijn altijd actief en komen, zoals wij eerder stelden, voort uit het Geluidloze Leven. Geluidloos heeft als tegenpool, niet als dualiteit, geluid. Denken wij aan de volumeknop van onze muziekinstallatie. Een beweging van deze knop, door ons, stelt ons in staat het geluid naar het ge- wenste volume te brengen. We kunnen de volumeknop zelfs zo instellen dat het geluid ons oor niet bereikt, al speelt de mu- ziek, door. Zoals ook ‘Fohat’ de atomen verhardt door ‘het vleesge- worden Woord’, en de ‘tot objectiviteit gebrachte gedachte’, zo kunnen we stellen dat alles, volgens ‘zijn atomen’ reso- neert. Het mag duidelijk zijn dat een geluid voortgebracht op een steen anders klinkt dan het geluid gemaakt door een kris- tallen glas. Dat resoneren is een ritmische trilling. Dat brengt ons bij het belang van RITME. En het is dat rit- me dat onze geestelijke en fysieke gesteldheid bepaalt. En door het onderbreken van dat ritme ontstaat ‘chaos’. In zowel ons persoonlijk leven als op grotere schaal, kosmisch, univer- seel, kan zich dit uiten in verstoringen van allerlei aard, zoals wij dat maar al te vaak ervaren. Aan ons de schijnbaar onuitvoerbare opdracht ons persoonlijk ritme te handhaven. Maar blijkbaar bezaten wij dat ritme, als de verstoringen ervan ons zo duidelijk voorkomen. Want wij kennen gezondheid, wij kennen succes, wij kennen vrede. En als wij vaststellen dat ritme ons ingeboren is, dan kunnen wij ook stellen dat het Heel-Al een mechanisme is, dat werkt vol- gens de wet van het ritme. Ritmische cycli, met grotere en kleine cycli, houden het Heel-Al in stand. De bron van alle be- weging is het onbeweeglijke leven. Daarom moet alle bewe- ging uitlopen in polariteiten. Maar… zoals de soefimeester Hazrath Inayat Khan zegt: ”De kenner van het Mysterie van het geluid doorgrondt het Mysterie van het hele Heelal. Wie de melodieën van dit geluid gevolgd is, heeft alle aardse ónderscheiden en verschillen vergeten en dat doel der waar- heid bereikt, waarin alle Gezegenden Gods zich verenigen. Ruimte is zowel in als buiten het lichaam, met andere woor- den: het lichaam is in de ruimte en de ruimte is in het lichaam. Daar dit zo is, blijft het geluid van het Abstracte steeds in, om en buiten de mens doorgaan. In de regel hoort de mens het niet, omdat zijn bewustzijn geheel en al op zijn stoffelijk be- staan is gevestigd. De ruimte met al zijn wonderen van licht en klank schijnt hem ledig toe.” De Goddelijke Wijn die in de “Mee-Goeneh” geschonken wordt, is de stilte waarin het Abstracte Geluid van het Ab- stracte Leven hoorbaar wordt. De ‘roes’ of ‘verzonkenheid’ is niet de extase die wij in de wereld kennen of zien, maar is de opheffing, de bevrijding van de ziel uit haar aardse banden. Bevrijd van ziekten en bekommernis. De bevrijding van de ziel van de zinnen en het stoffelijke lichaam. “De ziel van de luisteraar wordt het al-doordringende bewustzijn; en zijn geest wordt de batterij die het ganse heelal in beweging houdt”. Hoe ontzaglijk is Het Abstracte Leven, Het Absolute, Het Ene, dat Zich openbaarde, Zich ontvouwde in alle wezens en alle dingen. Dat uit Zichzelf voorbracht, de Vader-Moeder en de Zoon. En de Zoon van de Zoon, Fohat, het Goddelijke Ros, dat de Gedachten, de Heilige (Hele, zuivere, van vurige toe- wijding doordrongen Liefde) Geest, brengt door het hele uni- versum. Als een Komeet langs de donkere Hemel raast Hij met zijn Goddelijke Berijder voort. ”Gij, wiens schoonheid lich- tend straalt door het groots en wijd heelal.” En bij het neerko- men van zijn Hoeven, ontstaan de Werelden volgens de God- delijke Gedachte. ”Ontsluier Uw glorie, want Gij alleen zijt Heer.” Een spoor achterlatend als een nooit verdwijnende, zil- veren draad. ‘Fohat’, Gaten borend in de onwetendheid . “Leid de mensheid tot het verstaan van Uw wetten en moge vrede en goede wil op aarde heersen”. Daarmee een stralend netwerk vormend, als een touwladder, reikend tot en in ons bewustzijn van boven naar beneden en van beneden naar boven Een touwladder die wij bestijgen kunnen, tot het Absolute Leven. En dit zal zo zijn tot de onwetendheid is opgeheven. ”Dat vol- maakte rechtvaardigheid de wereld bestiert; dat allen eens Uw voeten zullen bereiken, hoever wij voordien ook zijn afge- dwaald” en daarmee alle gedachten tot Een worden. Dan is Eenheid de Ene Werkelijkheid. Ajeka? Een mooie kerstwens 2009!
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=