7(1)10

onwetendheid, namelijk het geloof in een zelf dat afzonderlijk en onafhankelijk van andere bewuste wezens bestaat (Yun, 2002:45). In werkelijkheid is echter alles één (Nhat Hanh, 2005:26). Schopenhauer benoemt expliciet de bron van het lij- den. “De wil is de bron van al ons verdriet en lijden (PP2:467). Met de wil wordt vooral de waanvoorstelling van een onafhan- kelijk “zelf” bedoeld. De dieperliggende bron van leed is daar- mee de menselijke onwetendheid. Schopenhauer stelt vast, dat in ieder mens een kolossaal egoïsme nestelt, terwijl egoïsme in wezen een illusie is. Al onze aardse verlangens en genietingen, zoals alle aardse goederen en het behoud van ons lichaam, zijn volgens Schopenhauer louter waanvoorstellingen. Het beëindigen van leed De derde edele waarheid is dat het lijden beëindigd kan wor- den. Dat betekent, dat we niet meer de dingen doen die ons doen lijden (Nhat Hanh, 1999:16). De weg naar de overwin- ning van lijden loopt via onthechting, prijsgeven en loslaten (Govinda, 1996:121). Ook volgens Schopenhauer behoort het einde van het lijden tot de mogelijkheden. Hij spreekt in dit verband van de ontkenning van de wil (WWV1:551). Dat komt neer op een bevrijding van onze gebrekkige voorstelling van de wereld en het leed dat hier het gevolg van is. In een wereld voorbij tijd, ruimte en causaliteit krijgen aardse con- cepten als leven en dood ook een hele andere betekenis. Wie de wil ontkent, wendt zich af van aardse wensen en genietin- gen (PP1:70). Het achtvoudige pad De vierde waarheid is het achtvoudige pad dat een einde maakt aan het lijden. De elementen van dit pad zijn ‘juist zien’, ‘juist denken’, ‘juist spreken’, ‘juist handelen’, ‘juist levensonderhoud’, ‘juiste ijver’, ‘juiste oplettendheid’ en ‘juiste concentratie’. Het achtvoudige pad van het boeddhisme komt in grote lijnen neer op het aannemen van de juiste hou- ding. Wijsheid en discipline zijn hierbij de beste gids. Het be- wustzijn biedt daarbij een rechtstreekse toegang tot de realiteit (Govinda, 1996). Bij het pad dat volgens Schopenhauer een einde maakt aan ons lijden, wordt een beroep gedaan op wijs- heid en mentale discipline. Deze houding vraagt om een uitge- balanceerde manier van leven en een zekere berusting. Het be- tekent, dat aan extreme emoties, zoals vreugde en verdriet, niet meer dan gepaste ruimte wordt geboden. “De wijze houdt zich altijd afzijdig van gejubel en verdriet: geen enkele gebeurtenis verstoort zijn onbewogenheid” (WWV1:173). Schopenhauer moedigt ons aan om “net zo onverstoord als een zonnestraal te zijn” (PP12:741). Ontkenning van de wil De vraag daarbij is wel hoe de wil, die volgens Schopenhauer een overheersende rol speelt in ons leven, ontkend kan worden? Schopenhauer wijst in dit verband op de reële mogelijkheden van wilsvrije beschouwingen en willoze aanschouwingen (De Kool, 2005). De wilsvrije beschouwing betekent, dat inzicht verkregen kan worden in het wezen van de wereld voorbij de voorstelling. Niet ons gebrekkige kenvermogen, maar ons zelf- bewustzijn verschaft ons de toegang tot het wezen der dingen (WWV2:226, 455; PP2:124). Ons zelfbewustzijn stelt ons daardoor in staat om wilsvrij te kennen (WWV1:309). Deze zuivere en volmaakte mogelijkheid van aanschouwelijk kennen verschaft ons veel vreugde (WWV2:313). We ontdekken dan de harmonie die in het wezen van alle dingen besloten ligt (PP2: 159). Daarnaast is ook een willoze aanschouwing volgens Scho- penhauer vrij van leed. “Bij esthetische aanschouwing verdwijnt de wil geheel en al uit het bewustzijn” (PP466-467). Een belangrijke rol is hier- bij weggelegd voor de kunst. Volgens Schopenhauer biedt de kunst door haar zuivere weergave van de wereld een boeiend en veelzeggend schouwspel. Wie dergelijke kunst aanschouwt, krijgt inzicht in het wezen van de wereld. Om die reden biedt de kunst aan de mens momenten van intens geluk. Wie vrede, rust en geluk zoekt, zal haar dus vinden in de wezenlijke we- reld voorbij de voorstelling. Ook het boeddhistische principe van nirvana ligt voorbij alle vormen van het zichtbare leven (Yun, 2002:211). Bron van inspiratie Als filosoof bepleitte Schopenhauer wilsverzaking. Als mens liet hij de aardse wensen, genietingen en ambities echter niet aan zijn neus voorbijgaan. In dat opzicht was Schopenhauer geen boeddha (Safranski, 2006:485). Op latere leeftijd schuw- de hij ook een zeker pragmatisme niet om zijn lezers te berei- ken. Zijn laatste werk, de Parerga und Paralipomena (1851) bevat tal van praktische handvatten om het leven uiteindelijk zo aangenaam mogelijk te maken. Mede als gevolg van de mildere toon bereikt hij met dit werk het grote lezerspubliek. In 1860 stierf de grote filosoof, maar zijn nuchtere en scherpe inzichten leven voort. Net als boeddhistische geschriften is het oeuvre van Schopenhauer tijdloos en daarom nog steeds een onuitputtelijke bron van inspiratie. Dat komt niet alleen door het hoge stilistische niveau van zijn werken. Ook zijn toegan- kelijke schrijfstijl heeft daar in belangrijke mate aan bijgedra- gen. Schopenhauer had daar zo zijn redenen voor. “Wie de waarheid wil spreken, moet zich eenvoudig uitdrukken” (PP1:172). Dennis de Kool is als onderzoeker verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Literatuur Erricker, C. (2003) Het boeddhisme, Aartselaar: Zuidnederlandse Uitgeverij. Govinda, A. (1996) Boeddhistische beschouwingen: de betekenis van de leer en de methoden van het boeddhisme voor westerse mensen, Nieuwerkerek a/d IJssel: Asoka. Kool, D. de (2005) “”Schopenhauer: een boeddhist in de kast” in: Vorm & Leegte, Jaargang 10, Nummer 4, pp. 40-42. Nhat Hanh, T. (1999) Het hart van Boeddha’s leer: van pijn en verdriet naar vreugde, inzicht en zelfkennis, Haarlem: Becht. Nhat Hanh, T. (2005) Vorm is leegte, leegte is vorm, Asoka: Nieuwerkerk aan de IJssel (derde druk). Safranski, R. (2006) Arthur Schopenhauer: de woelige jaren van de filosofie, Olympus: Amsterdam. Schopenhauer, A. (1999) De wereld als wil en voorstelling, Amsterdam: Wereldbibliotheek (tweede druk). Schopenhauer, A. (1999) De vrijheid van de wil, Amsterdam: Wereldbibliotheek (vierde druk). Schopenhauer, A. (2002) Parerga en paralipomena: kleine filosofische geschriften, Amsterdam: Wereldbibliotheek. Yun, H. (2002) Waarlijk leven: boeddhistische ethiek voor het dagelijks leven, Hoevelaken: Verba. * * * * 11 Reflectie 7(1) voorjaar 2010

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=