7(1)10
20 jaar na de ‘mahaparinirvana’ van Osho Vrij zijn in het hier en nu Ojas Th. de Ronde Pune (India), 19 januari 1990, nu twintig jaar geleden. In de Boeddhahal van de ashram van de Indiase mysticus Osho horen enkele duizenden het nieuws: Osho heeft zojuist zijn lichaam verlaten. Hij heeft zijn ‘mahaparinirvana’ bereikt. Een schok, ont- steltenis, verdriet. Er is weinig tijd in India als iemand sterft. De crematie volgt bijna onmiddellijk. Tot diep in de nacht zingen de leerlingen. Verdriet, maar ook vreugde. Osho leerde alles in vreugde te aanvaarden. Ook de dood van een geliefde Meester . De volgende morgen al heel vroeg wordt de ashram over- spoeld door journalisten uit India en de hele wereld. Men wil alles weten van Osho, de rebelse goeroe die over de hele we- reld mensen wakker schudde. Wat was zijn boodschap? Wat heeft hij nagelaten? Als enige tijd later zijn as feestelijk wordt bijgezet in de ‘samadhi’ van de ashram wordt tussen de rozen een kleine ge- denksteen zichtbaar: ‘Osho. Nooit geboren. Nooit gestorven. Bezocht deze planeet van 11 dec 1931 – 19 jan 1990.’ Een moment van vrijheid Het is nu twintig jaar later, en nog steeds herinner ik me die tijd alsof het gisteren gebeurde. Osho had ik in de jaren ’70 als mijn Meester mogen herkennen. In die tijd nog een vrij nieuw fenomeen in het Westen. We kenden spirituele leraren. Maar Meesters bij wie je in een ashram ging wonen en die je de hele dag hielp de identificatie met je ego te los te laten en zo in het hier en nu te ‘ontwaken’, dat was tamelijk nieuw voor een Westerling. Toch heb ik dat toen vier jaar mogen doen en keerde daarna naar het Westen terug. Af en toe ging ik nog wel naar Pune, om Osho te zien, en zo ook in januari 1990. Maar toen met het bange vermoeden dat hij niet lang meer zou leven. Dat vermoeden kwam uit. Op 17 januari mocht ik hem nog een keer zien. Twee dagen laten hoorden we dat Osho zijn lichaam had verlaten. Ofschoon ik bang was dat het zou gebeuren, was de schok en pijn voor mij immens. Voor mijn gevoel had ik aan Osho al- les te danken. Hij had de versluierende dromen en nachtmerries van mijn ego vaak van me afgenomen, zodat de werkelijkheid even zonder sluier te zien was. Nu was hij niet meer in zijn lichaam, kon ik hem niet meer zien of horen, niet meer lachen om zijn grappen, niet meer dansen in zijn aanwezigheid. Als een flits ging het door me heen: wat was zijn bood- schap ook weer? Laat ik dat vooral niet vergeten, dacht ik in paniek. En op dat moment barstte ik uit in lachen: Osho had helemaal geen boodschap die je kon onthouden. Hij had voort- durend alles wat je als zijn boodschap zou kunnen begrijpen van je weggehaald. En je daarmee de kans gegeven om helder in het moment te zijn, los van alles, open, alert en vrij. Dat overkwam me toen opnieuw. Ik vluchtte niet weg van de pijn, maar ging er helemaal in, liet alles toe. Mijn hart opende zich in overgave en er kwam helderheid. Mijn gedach- ten en emoties kregen ruimte en werden helder zichtbaar. Er was een helder aanwezig zijn, open voor de chaos van emoties in en om me heen, open voor de beelden van dansende en ver- stilde mensen, open voor huilen en lachen. Mijn lichaam dans- te en zong. Het was energie die spontaan en vrij bewoog. En in de kern een diepe aanwezigheid die als heel wezenlijk en natuurlijk aanvoelde, een eenvoudig gewaar zijn, onbekom- merd vrij zijn. Een laatste cadeau van de Meester. Een mens ontwaakt. Wie is Osho en wat is zijn geheim? Die vraag werd Osho eens op de man af gesteld door Roberta Green, een journaliste van Santa Ana Register, toen Osho in Amerika verbleef. De journalist vroeg Osho: ‘Wie bent u?’ En hij antwoord- de: “Ik ben gewoon mezelf. Geen profeet, geen Messias, geen Christus. Maar een gewoon mens…net als u”. Roberta Green was het daar niet mee eens, waarop Osho antwoordde: “Dat is waar…! U slaapt nog – maar dat is niet zo’n groot verschil. Eens sliep ik ook nog; en eens bent u in staat te ontwaken. U kunt op dit ogenblik ontwaken, niemand staat dat in de weg. Dus dat verschil heeft gewoon geen betekenis.” (1 ) We raken hier aan het geheim van Osho. Osho is een ont- waakte mens. Osho zelf zegt daarover: “Zolang ik me kan her- inneren – sinds mijn prilste kindertijd – heb ik de poort naar verlichting gezocht. Die gedachte moet ik hebben meegedragen uit mijn vorig leven, want ik herinner me geen enkele dag uit mijn kindertijd in dit leven dat ik er niet naar zocht…. Dat wek- te natuurlijk argwaan in mijn omgeving. Men kon niet begrijpen waarom ik zo anders was dan andere kinderen, waarom ik vaak uren achter elkaar met de ogen dicht bleef zitten, soms de hele nacht aan de rivieroever naar de sterrenhemel bleef kijken. … In mijn eigen huis was ik bijna een afwezige geworden… Maar ik vond het heerlijk zoals ik een nietsheid, een niemand, een afwezige was geworden… Natuurlijk verklaarde iedereen mij voor gek. Maar voor mij werd die gekte tot meditatie en het hoogtepunt van die gekte opende de poort.” Dat gebeurde op 21 maart 1953. Zoals Osho het zegt: “Vele levens lang had ik eraan gewerkt – gewerkt aan mezelf, geworsteld, gedaan wat maar mogelijk is – en er gebeurde niets. En nu begrijp ik waarom er niets gebeurde. De inspan- ning zelf was de hinderpaal, de ladder zelf stond in de weg, de hele drang om te zoeken was de sta-in-de-weg… Kort voor 21 maart 1953, zeven dagen ervoor, hield ik op aan mezelf te werken… En de dag dat de inspanning stopte, stopte ik ook.” Het ik, het onbewuste ego, was doorzien en transformeerde. Osho ontwaakte in een nieuwe dimensie. Hij had de ware aard van het menszijn ontdekt. Vele gezichtspunten ineen Voor de buitenwereld veranderde er niet veel. Osho ging ge- woon door met zijn studie filosofie aan het Jain College, stu- deerde daar cum laude af en kreeg een hoogleraarschap filoso- 14 Reflectie 7(1) voorjaar 2010
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=