7(1)10

hebben gedaan. Zij zijn deel van ons leven op aarde. We heb- ben op aarde te maken met niet-liefde en niet-verbondenheid en gaan onze weg als mensheid naar het wel ervaren van liefdevol- le verbondenheid. Het gemis aan liefdevolle verbondenheid is pijnlijk en angstig. Het laat diepe sporen in ons na van onzeker- heid, twijfel, zelfhaat, gebrek aan zelfrespect, vertrouwen, etc. Als we onze leegte dus bewust ervaren, zullen daarin de oude ervaringen naar boven komen. Al die oude (kind)delen in ons zoeken alsnog naar de liefdevolle verbondenheid die we alle- maal nodig hebben. Wanneer we in onszelf ruimte maken door stil te staan bij onze leegte, geven we die kinddelen de kans om terug in ons bewuste te komen. Ze zijn als het ware ondergedo- ken in ons onbewuste. Dit is een strategie om de pijnlijke situa- ties waarin we verkeerden, te overleven. Nu we volwassen zijn en bewust ons eigen leven vorm kunnen geven, kunnen we kie- zen om een liefdevolle relatie aan te gaan met de gekwetste kinddelen die zich verborgen hebben. Zo krijgen ze alsnog de liefdevolle verbondenheid die ze gemist hebben. Door zo met onze gekwetste kinddelen om te gaan, gebruiken we een groter deel van ons bewustzijn en onze potentie om lief te hebben. Hierdoor groeien we in bewustzijn en liefde. Onze (spirituele) groei wordt gevoed en de leegte die we eerst wilde vermijden, blijkt ons optimale groeikansen aan te bieden. Persoonlijke leegte ná het oude lijden Wanneer we bewust een liefdevolle relatie aangaan met ge- kwetste kinddelen uit ons verleden, helen we onszelf. We vin- den eindelijk de onvoorwaardelijke liefde en verbondenheid die we nodig hebben en hierin helen de oude pijn en angst. In dit proces komt ook ons oorspronkelijke zelf weer te- voorschijn. Alles wat we teruggetrokken hadden in ons onbe- wuste en alles wat was gaan leven vanuit een patroon, ontnam ons direct contact met onze authenticiteit. We zijn allemaal unieke individuen die liefde en vrije ruimte nodig hebben om te bestaan. Patronen perken ons in en blokkeren onze uniciteit. We zijn in deze tijd veel bezig met het helen van kinddelen en het hervinden van onze oorspronkelijke uniciteit. De vraag is wat we doen als de heling heeft plaats gevonden en we weer vrij zijn om onszelf te zijn. Natuurlijk beïnvloedt dit ons leven op een positieve manier. We gaan doen wat echt bij ons past. We gaan met de mensen om bij wie we ons echt thuis voelen. We geven ons leven vorm op een meer authentieke, unieke manier. Vanuit onze eigen passie. De leegte die we eerst voel- den, vult zich nu met onze oorspronkelijkheid. Geweldig toch, zouden we kunnen denken; en natuurlijk is dat een fantastisch proces. Het brengt ons echter niet vanzelf in direct contact met de goddelijke Leegte. Daar is meer voor nodig. Het is mij opgevallen dat er in mij telkens een leegte ont- staat, als het oude geheeld is. Zoals er een leegte was voordat ik het oude voelde, zo is er ook weer een leegte als het oude geheeld is in het heden. Het oude heeft geen speciale aandacht meer nodig en er valt een stilte, een leegte in mij. Het nieuwe vult niet onmiddellijk de lege ruimte op. Deze leegte ben ik heel erg gaan waarderen. Aandacht voor deze leegte blijkt tel- kens weer heel belangrijk te zijn voor mijn persoonlijke en spirituele ontwikkeling. Hoe dieper ik deze leegte kan laten bestaan, vanuit ver- trouwen en overgave, zonder zelf actief iets te doen, hoe die- per de beweging is die spontaan in mij opkomt. Zonder er ac- tieve invloed op uit te oefenen, openbaart zich een gevoel, in- zicht, weten, of wat dan ook. Hoe stiller ik innerlijk ben en hoe gevoeliger ik aanwezig ben, hoe subtieler en dieper datge- ne is wat zich openbaart. Het kan fluisterzacht zijn wat zich aan mij kenbaar wil maken, als een zuchtje wind dat ik nauwe- lijks opmerk. Het nieuwe dat zich vanuit de leegte wil mani- festeren, begint heel subtiel. Elke verstoring die wij met onze gedachten of emoties in de leegte brengen, maakt het moeilijk om deze subtiele diepte te herkennen. Het zijn deze subtiele signalen die ons de weg wijzen voorbij het oude en naar het nieuwe, waarin we authentiek en uniek zijn. Vrij van kwetsing en patronen. Levend in de liefdevolle verbondenheid die onze oorspronkelijke natuur is. Onze diepste oorspronkelijkheid zit in de goddelijke Leeg- te. Dat is onze oergrond, onze geboortegrond. De stille leegte die ontstaat na ons helingsproces, is een directe open deur naar de goddelijke Leegte. In onze persoonlijke leegte zitten we niet meer vast in het verleden en hebben nog geen vorm in het heden. We bevinden ons dan in de lege ruimte in onszelf, zo- als die ook in het atoom en het universum aanwezig is. Een lege ruimte waarin iets kan ontstaan, geboren worden. Hoe meer we bewust en stil aanwezig zijn in die leegte, hoe meer er iets in ons ontstaat zonder dat het ingeperkt wordt door onze persoonlijke gedachten en gevoelens. We vullen niets in, maar wachten en ontvangen wat zich wil ontvouwen. Wachten en ontvangen Voor mij is dit de meditatieve houding van waaruit mijn diep- ste Zelf zich kan ontvouwen. Een Zelf dat volkomen buiten mijn controle en kennis valt. Ik weet niet wie ik ben en ik weet niet hoe mijn Zelf zich zal openbaren. Ik ben als een zwangere vrouw die wacht wanneer en hoe het kind geboren wordt, ont- vangend om het kind lief te hebben en te leren kennen. Deze vrouwelijke levenshouding hebben we allemaal in ons. Dat heeft niets met geslacht te maken, maar met kwaliteiten die we allemaal hebben. Het zijn deze kwaliteiten die de deur naar ons diepste Zelf openen. Ons diepste Zelf, op het niveau van samenvallen met het goddelijke en de geboortegrond van Leegte, kunnen we niet zoeken of pakken. Alles wat we weten, kunnen en doen, blijkt van geen nut te zijn, als we ons diepste Zelf willen ervaren. Onze ontwikkeling brengt ons tot de rand van het gebied waar ons Zelf zich bevindt. Eenmaal op die rand is er een andere hou- ding nodig om contact te krijgen met ons Zelf. Een houding van innerlijke stilte en ruimte creëren. We blijven bewust in contact met de leegte in ons. Ons bewustzijn verruimen we door elke beweging van zoeken, vasthouden en identificeren los te laten. We verblijven bewust in een stille, oningevulde ruimte. Dit vraagt oefening, omdat we zo ontzettend gewend zijn om te zoeken en ons ergens mee te identificeren als een houvast. In de leegte is er niets te zoeken en niets om ons aan vast te hou- den. We zijn gewoon aanwezig, wakker en open. Zonder iets te willen, te zoeken of te doen, zonder te weten wat er komt. Vol- komen open en vrij en tegelijk helemaal in het hier en nu. Vrij en open zijn Zo vrij en open aanwezig zijn kan diepe angsten oproepen. Existentiële angsten die te maken hebben met wel of niet be- staan, leven en doodgaan. Het gevoel te verdwijnen of gek te worden kan opkomen, wanneer we ons niet meer vastklampen aan iets in ons of buiten ons. Op dat moment is het de kunst om zacht, open en dichtbij onszelf te blijven. In vertrouwen en overgave aan iets wat dieper en groter is dan onze persoonlijk- 6 Reflectie 7(1) voorjaar 2010

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=