7(1)10

Intuïtie als Kanaal van Innerlijke Leiding vanuit het Bewustzijn. ¹ Hans Feddema ‘Het werkelijk waardevolle is intuïtie... De intuïtieve geest is een godsgeschenk en het rationele verstand een dienaar. We hebben een een maatschappij geschapen die de dienaar vereert en het geschenk is vergeten’. — Einstein Carl Gustav Jung onderscheidt vier functies of psychische zin- tuigen, waarmee de mens wat tot hem komt, ervaart en ver- werkt, namelijk de gewaarwording, het denken, het voelen (niet te verwarren met emotie) en de intuïtie. Het eerste zou ons vertellen ‘dat iets bestaat’, het tweede ‘wat het is’, het der- de ‘of het al dan niet aangenaam is’ en intuïtie ‘waar het van- daan komt en waarheen het gaat’. Denken, voelen en oordelen zijn vrij rationeel, althans in het besluit dat eruit voortvloeit. Gewaarwording en intuïtie zijn meer irrationeel, oordelen niet maar nemen waar. Als je een ingeving krijgt, neem je die waar. Idem als je een huis of mooie vrouw gewaar wordt. De gewaarwording neemt echter uiterlijk waar wat er is, terwijl de intuïtie innerlijk waarneemt en daarbij gericht is op de zin der dingen en op de onderlinge samenhang. Alle vier functies zijn van belang, hoe meer geïntegreerd des te beter, ook al zien we dat mensen nogal eens eenzijdig 1. een denktype, 2. een gevoelstype, 3. een gewaarwordingty- pe en 4. een intuïtief type zijn. Het intuïtieve type moet niet vergeten te ‘aarden’ of zijn/haar intuïtie te verbinden met ge- zond verstand, maar heeft in elk geval als meerwaarde, dat het meestal inziet dat er in ons leven sprake is van een innerlijke leiding. En dat het dus van belang is in het dagelijks leven je innerlijke stem te volgen of je daimon of genius, zoals Socra- tes respectievelijk de Romeinen het noemden. Het leerstellige en de mystiek te veel ontkennende christendom gaf het woord daimon al gauw een negatieve inhoud in de richting van de ‘demon’, die verleidt in plaats van inspireert. Maar Socrates zag intuïtie juist als een ‘hemelse influistering’ en daimon als een wijsheid en creativiteit brengend goddelijk wezen. Volgens Elizabeth Gilbert, schrijfster van de bestseller ‘Eten, bidden, beminnen’, heeft de westerse mens in de tijd van Renaissance de vergissing gemaakt die daimon of genius weg te drukken en knappe koppen tot genie te verklaren, los van hun intuïtie. Afgezien daarvan en ook van de vraag of daimon, genius of intuïtie zich wel laten wegdrukken, blijft het intrigeren wat intuïtie precies is en doet. Kan intuïtie je resultaten opleveren, die je met verstand en logica nooit kunt bereiken? Bezitten we vanuit de ziel een ‘ervaringsschat aan levenskunst en wijsheid, die oneindig verheven is boven het verstand?’, zoals Eugen Drewerman zegt. Zo ja, waar komt dat dan vandaan? Zit het in de rechter- hersenhelft of als deze slechts een doorgeefluik is, komt het uit zoiets als het ‘collectief onderbewuste’, volgens Jung de schatkamer van het erfgoed van de ziel, van heel de mensheid met oerbeelden en archetypen? Oerbeelden, die zowel in de mens afzonderlijk als in het mensdom als geheel leven, al kun- nen ze qua naam en vorm verschillen. Dat zijn nogal diepe vragen, zeker als je het ‘collectieve onbewuste’ gelijk stelt met de geestelijke wereld. Voordat ik daar nader op inga, eerst nog iets over de in- tenties van intuïtie. Intuïtie is gericht op 1. overleven (innerlijk waarschuwen voor onraad), 2. creativiteit (bij het schilderen/ schrijven, dan wel dat je ineens weet welk boek of collega je raadplegen moet, als je ergens mee zit) en 3. inspiratie (als je in verwarring of moeilijkheden plotseling weet wat te doen). Frans Erwich, die in zijn boek ‘Het paradigma voorbij’ (2009) naast ons persoonlijke ‘waakbewustzijn’ en het door Freud beschreven ‘onderbewustzijn’ ook een ‘bovenbewust- zijn’ ziet, met gaven als genialiteit en hoge morele waarden, maakt het onderscheid in 1. creatieve intuïtie en 2. hogere in- tuïtie . De eerste zou gericht zijn op onze materiële wereld en de tweede op ons bovenbewustzijn, althans op mystici en an- deren die weten door te dringen tot hun hogere Zelf, hun diepste kern. Inzake die creatieve intuïtie denk ik ook aan het ‘innerlijk weten’. Dat is een kwaliteit die alle mensen lijken te hebben en die denken en kennis te boven gaat. Het is inzicht en is ge- richt op groei/ontwikkeling en veredeling van mens en wereld. Mensen die in contact zijn met hun innerlijk weten, staan posi- tief in het leven en durven risico’s te nemen. Ontdekkers van iets nieuws zijn zeker onder te brengen bij deze categorie. Via stilte en meditatie kan men putten uit dit weten en dan creativi- teit ontwikkelen. In het klein meen ik dit wel eens te hebben ontdekt bij mezelf, bijvoorbeeld bij het schrijven. Dat het eerst niet lukte en dan ineens wel, ook na een nacht slapen of dat ik het zelf niet schreef. Opmerkelijk is, dat ontdekkingen of an- dere creatieve dingen soms op veel plekken op aarde tegelijkertijd plaats vinden, zonder dat er contact was. De Harvard-opgeleide schrijver en filosoof Gary Zukav spreekt bij intuïtie van ‘de aanwezigheid van het Goddelijke’. Moeten we bij intuïtie in plaats van het ‘zesde zintuig’ dan spreken van een goddelijk zintuig, zonder dat we dat willen of beseffen? Het medium Char, die een goed boek over Innerlijke Wijs- heid schreef en intuïtie de kans noemt ‘toegang te krijgen tot onze innerlijke wijsheid’, vergelijkt intuïtie met een telefoon. Een telefoon met aan de ene kant van de lijn wij en aan de an- dere kant van de lijn het universum, dat ons subtiele ‘energie- signalen’ stuurt. Signalen niet alleen om je problemen beter te kunnen oplossen en je te helpen bij je levensreis, maar ook om innerlijk te groeien. Het lijkt zinnig om de telefoon op te ne- men, als het universum belt. Denk je dat het leven louter om materie gaat, dat je vijf lichamelijke zintuigen volledig vol- doen, dan ben je geneigd de telefoon te laten rinkelen, meestal tot je eigen schade. 8 Reflectie 7(1) voorjaar 2010

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=