Refl Herfst 2010 7(3).vp
A Way of Life Jan Wibbelink Woord vooraf van de redactie. Jan Wibbelink gaf aan deze bijdrage de bovenstaande titel mee. Zeer passend. Het gaat immers om zowel het naamwoord ‘Leven’ als om het werkwoord ‘Leven’. Er zouden ook veel andere titels gegeven kunnen zijn aan dit artikel, zoals die in de kopjes (geplaatst door de red.). Het is immers geen strak omlijnd artikel, maar veeleer een schouwend ‘lezen’ van onze menselijke, goddelijke opdracht hier op aarde, m.n. vanuit de Joodse mystiek. Elk ‘paragraafje’ in deze bijdrage kan aan- zetten tot bezinning, ja tot meditatief schouwen over de werk- zaamheid in ons leven. De paragraafjes lijken los van elkaar te staan en zo kunnen ze ook gelezen worden, maar er zit toch een geheel in. Zeven paragraafjes: zeven dagen van de week; elke dag eentje ter overweging. (Frits M.). Iedere dag begint de schepping opnieuw En dat gebeurt met de ons gegeven omstandigheden. Daarin ligt nu juist een groot deel van de opdracht: de omstandighe- den, de goede zowel als de slechte te aanvaarden en tijdens je Leven aan het werk te gaan de slechte te verbeteren. Dat bete- kent ook het accepteren van alle gevoelens, zowel de zware als de mooie. Zo is ook een maand een wezenlijke tijdreke- ning, waardoor we iedere maand aan het nieuwe kunnen be- ginnen, en het vorige vergeten. Een nieuwe maand geeft nieu- we inspiratie. Iedere maand heeft een eigen teken bij zich. Je bent hier op aarde om een opdracht te gaan vervullen, om in deze wereld te helpen, te dienen en te beschermen. Om alles wat je ziet te verbinden met de Schepper; de hemel met de aar- de te verbinden; over alles wat je ziet een zegenspreuk uit te spreken. Dat betekent met God verbinden, waardoor er ver- lichting kan komen. Dat is de taak van de mens. God geleidt ons door het leven Het wezen van God drukt zich in alle tijden steeds weer an- ders uit in de schepping. Opdracht van de mens is deze vonk- en achter de verschijningsvormen te herkennen. Door de uit- straling van die vonken door jou, help je alle anderen. Leven is dienen. Wat jij ontdekt en beleefd hebt, dat toont zich door jou. Door bepaalde dingen te mogen beleven, straal je vonken uit. Juist door te dienen kan het zijn, dat je de boodschap ont- vangt. God wil dat Zijn wereld een weg is, daarom moet de mens de weg gaan van zichzelf uit; aan de slag gaan zelf zijn verlossing te bewerken. Eerst ‘geloven’, dan ‘zien’ ‘Gebod’ is dat wat licht en vreugde geeft. Door ‘geboden’ te dóén, geeft God jou op Zijn tijd de verlichting. Luisteren naar God leidt dan tot het ontvangen van inspiratie. Inspiratie komt van boven. Dan ga je ‘het’ zien. De mens moest uit het para- dijs, omdat hij de liefde van God niet zag. Hij geloofde niet wat hem aangeboden werd. In plaats van te geloven in verlich- ting, wilde hij wéten, bewijzen hebben, dan pas wilde hij gelo- ven. Daarom wordt het Oerlicht weggenomen. We zien de spi- rituele wereld niet meer. We zien alleen zilver, d.w.z. geld. We zien alleen maar de helft. Daarom werd de mens uit het paradijs gestuurd. Maar er is altijd een manier om er contact mee te maken. Het Oerlicht is niet verloren. Het blijft steeds mogelijk uit die Oerbron te putten. Als we ons met de oeroude tekst bezighouden, het Licht bestuderen, worden we het Licht. Het is o.a. de heilige Hebreeuwse taal die de sleutel bevat tot de diepste geheimen van de Schepper en de schepping, die in het Woord zichtbaar geworden zijn. Het is een taal die uit een andere wereld stamt en daarom heet die taal tot op de huidige dag Iwri,(Hebreeër), wat wil zeggen dat in het woord van de Bijbel (i.c. Thora) nog een draad is die verbonden is met die andere kant. Hebreeër: geen ras, maar een eigenschap Kinderen kunnen tot de achtste maand geluidsgolven zién. Ze zien het woord, zien de stem en beleven wat God uitspreekt! Ieder mens kan die Iwri, Hebreeër, zijn. Het is niet voorbe- houden aan iemand die in een bepaalde streek woont, of een bepaalde godsdienst heeft. Het zijn hoedanigheden in de mens, die in ieder mens de Iwri naar voren kan halen. De eerste Iwri is aartsvader Abraham. Hij is de eerste van wie verteld wordt dat hij Iwri is. Het is datgene in de mens wat hem wakker houdt, dat hem losrukt uit de tijdstroom, om hem te brengen tot het bewustzijn dat hij een eeuwig wezen is, van goddelijke oorsprong is. Maar wij weten helaas niet op welke wijze wij het Koninkrijk der Hemelen in ons eigen wezen moeten bou- wen. Het vereist een sterke, innerlijke discipline om onze “rokken van dierlijke vellen “, de oude adam, te louteren en alle begeerten om te zetten in een universeel liefdesgevoel, om op die manier in ons eigen bewustzijn toestanden van resonan- tie op te kunnen bouwen, waardoor langzaam, maar zeker, het lichtend kleed, waarin ons goddelijk Inwezen is gehuld, opge- bouwd wordt. Een handleiding voor de omkering van ‘denken’ Het bijbelboek de Openbaring van Johannes is een handlei- ding voor dit noodzakelijke werk. In ons “hogere denken” spreekt de Godheid door middel van symbolen. (Het He- breeuwse schrift is een symbolentaal, waarvan het bijzondere is dat elk letterteken ook een getal is. En woorden die dezelf- de getalswaarde hebben, hebben met elkaar te maken). Het boek ‘De Openbaring van Johannes’ bevat een gewel- dige schoonheid, als men de sleutel heeft het te ontzegelen. Het omkeren in het denken wordt in het Nieuwe Testament de ”metanoia“ genoemd. Dat wil niet alleen zeggen: berouw heb- ben, maar veel meer het denken veranderen. Het denken rich- ten op het onsterfelijke van ons Innerlijk Wezen, in plaats van op de vergankelijke illusie (verblinding) van de sterfelijke we- reld van verschijnselen. Het zich bewust worden van onze ei- gen goddelijke vermogens, dat ons ware Wezen van goddelij- ke oorsprong is. 12 Reflectie 7(3) herfst 2010
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=