Refl Herfst 2010 7(3).vp

Een nieuw pleidooi voor het Tibetaanse Jezusevangelie Johan Pameijer Een artikel naar aanleiding van het boek van Paul van Oyen: “Het Evangelie van Issa” (met een voorwoord van Aat de Kwant). Geloof is verwant met liefde. De christenheid heeft Jezus lief, daarom gelooft ze in Hem. Dat geloof is gebaseerd op de bij- belse evangeliën, volgens de Kerk het onomstotelijke woord van God. Maar wat zou er gebeuren als bleek dat de Bijbel be- langrijke informatie heeft achtergehouden en dat het geloof op verdraaide feiten berust? Staat of valt het geloof in Jezus met het waarheidsgehalte van de bijbelse overlevering? Geduchte vragen inderdaad over een zeer wezenlijk probleem. Waar was Jezus gedurende de achttien jaren tussen zijn de- bat met de schriftgeleerden in de tempel van Jeruzalem en zijn doop in de Jordaan? De evangeliën zwijgen erover. Toch be- staat er een andere bron die de leemte invult. Kort na zijn ge- sprek in de tempel werd de twaalfjarige Jezus meegenomen naar India. Wat hij daar leerde, maakte hem tot de ware we- reldleraar, de samensmelter van Oost en West, de verkondiger van universele wijsheden die zowel voor Indiërs als Wester- lingen aanvaardbaar zijn. Alle belevenissen, studie, leringen en woorden zijn vastgelegd in het Pali, de taal van de meeste Boeddhistische teksten in Tibet.. Het Tibetaanse evangelie van Issa zou kort na de kruisdood zijn samengesteld en sindsdien bewaard zijn in de kluis van het Himis-klooster in Lhasa. Meerdere auteurs kregen het onder ogen en berichtten erover, maar de Kerk deed het bestaan van het boek af als ketterij, fantasie en leugens. Binnenkort verschijnt er een nieuw pleidooi voor het Tibe- taanse Jezusevangelie. De auteur Paul van Oyen neemt geen halve maatregelen. Samen met de uitgever van het boek dat “Het evangelie van Issa” gaat heten, vertrekt binnenkort een cameraploeg naar India om daar de getuigenissen van een ne- gental betrouwbare swami’s te filmen en op DVD te zetten. De waarheid moet nu maar eens boven tafel komen. De grootheid van Jezus wordt er geenszins door geschaad, integendeel het respect voor zijn universele wijsheid zal beduidend groeien. Wat is er waar van zijn verblijf in de ashrams van India en de kloosters van Tibet? In mijn bibliotheek staan de lezenswaardige boeken van Eli- sabeth Claire Prophet (“De onbekende jaren van Jezus”) en Holger Kersten (“Jezus leefde in India”), maar berust hun in- houd op waarheid of heeft sensatiezucht de auteurs parten ge- speeld? Bovendien claimt J.D. Shams in “Waar stierf Jezus” de plaats van zijn graf te kennen. Dat zou Srinagar in Kashmir zijn. Rond de gestalte van zo’n groot wezen als Jezus weven zich altijd legenden en fantasieën. Maar het verhaal over zijn studiejaren in India en Tibet heeft hardnekkig standgehouden, ondanks de fanatieke ontkenning van kerkelijke zijde. Mis- schien wordt het tijd de geruchtenstroom eindelijk eens seri- eus te gaan nemen en vanuit het Vaticaan met onbevooroor- deelde onderzoekers af te reizen naar Lhasa om daar het ma- nuscript met eigen ogen te aanschouwen en het desnoods met de koolstofmethode op ouderdom te meten. Paul van Oyen is in elk geval van de authenticiteit over- tuigd. Het wegmoffelen van boeken over het gewraakte onder- werp staat haaks op zijn gevoel voor rechtvaardigheid. De lei- der van de Nederlandse school voor filosofie, die inmiddels acht vertalingen met commentaar van christelijke teksten op zijn naam heeft staan, wil de studietijd van Jezus uit de verbor- genheid halen. Het hindert hem dat een bij Ankh-Hermes in 1988 uitgegeven werk van Elisabeth Claire Prophet uit de pu- bliciteit is gehouden. Nu zal de onderste steen boven moeten komen. De achttien verloren jaren van Jezus moeten de bijbel- se levensbeschrijving van Jezus aanvullen en hier en daar zelfs corrigeren. De Boeddha Issa De bekendheid met het Tibetaanse evangelie dateert al uit 1894. Met het mysterieuze manuscript is de naam van kunst- schilder, schrijver en journalist Nicolas Notovitch verbonden. Op zijn reis door Tibet kwam de Russische avonturier te val- len, brak een been en werd liefdevol opgevangen in een van die imposante kloosters waaraan het oude Tibet zo rijk was. Zijn verhaal klinkt bijna te fantastisch om waar te kunnen zijn. De abt van een Boeddhistisch klooster in Ladakh had hem al ingelicht over het manuscript dat zich in Leh zou bevinden. Zijn nieuwsgierigheid dreef hem naar het op een top van 4000 meter hoogte prijkende Himis-klooster. Wat de abt hem vertel- de zou de christelijke wereld kunnen schokken, maar ook kun- nen doen blaken van trots. Langs zijn neus weg onthulde de spraakzame abt een diep gekoesterd geheim: “De naam van Issa wordt alom gerespec- teerd in de Boeddhistische traditie. Toch is er in het algemeen weinig over hem bekend, behalve bij de hoofdlama’s die de rollen hebben gelezen die over zijn leven gaan Ook in onze bi- bliotheek hebben we manuscripten over het leven en de hande- lingen van de Boeddha Issa, die de aloude traditie preekte in India en ook onder de kinderen van Israel.” Ook de reden van Jezus’ reis naar de Himalaya werd uit de doeken gedaan. Het was de bedoeling dat hij trouwde op zijn dertiende en dat wei- gerde Jezus. Om aan de huwelijksverplichting te ontkomen sloot hij zich bij een handelskaravaan aan, richting India. Langs de zijderoute doorkruiste hij steppen en woestijnen op weg naar het land van de Veda’s. Natuurlijk vroeg Notovitch of hij het manuscript mocht in- zien, maar de abt weigerde herhaaldelijk. Teleurgesteld be- steeg Nicolas zijn paard en gaf het de sporen. Nauwelijks on- derweg kwam hij te vallen en brak zijn been. Lama’s van het klooster vonden hem en brachten hem terug. Tijdens zijn ge- dwongen verblijf tussen de Boeddhistische monniken kreeg hij de rollen toch te zien. De lama’s waren zelfs bereid om de tekst te vertalen, zodat Nicolas Notovitch als eerste westerling zicht kreeg op de duistere jeugdjaren van Jezus. Hij vertaalde de tekst in het Frans en met een stapel papier vol krabbels in zijn tas zadelde hij zijn paard en gaf het de sporen. 16 Reflectie 7(3) herfst 2010

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=