Refl Herfst 2010 7(3).vp
loof dat Jezus of Issa hier heeft rondgereisd,” stond er te lezen. Een enkele zin, maar belangrijk genoeg om de aanzet tot verd- er onderzoek te geven. De legende van de “wijzen uit het oosten” bracht Hassnain op het spoor van een mogelijk diepe relatie tussen Jezus en het Oosten. Jezus zou de kruisiging op wonderbaarlijke wijze hebben overleefd. Niet in de vorm van een opstanding uit de dood, maar gewoon door het niet intreden van de dood. Na de kruisafname werden in een schuilplaats zijn wonden liefdevol verzorgd. Voldoende hersteld, zou Jezus terug zijn gekeerd naar India, waar hij op hoge leeftijd was gestorven. Het bewijs voor zijn kruisiging vond prof. Hassnain in de afdrukken van doorboorde voeten in een steen. Vele getuigen In zijn boek voert Paul van Oyen meerdere Indische getuigen ten tonele. Een van de meest vooraanstaande, swami Abheda- nanda, een rechtstreekse discipel van de beroemde Ramakrish- na, kreeg na veel aandrang het oorspronkelijke manuscript on- der ogen. Hij vertaalde het en verwerkte het tot een boekwerk dat in1987 het licht zag. Na hem bezochten andere swami’s het Himis-klooster, lazen het manuscript en raakten overtuigd van de aanwezigheid van de Palestijnse profeet Issa. Een van de westerse getuigen is de beroemde schilder Nicholas Roerich, die in 1929 werd genomineerd voor de No- belprijs van de Vrede. Ook hij kreeg de bevestiging van het verblijf van Notovitch in het Himis-klooster. Kort mocht hij de manuscripten inzien. Zijn snelle aantekeningen stemmen overeen met die van zijn Russische voorganger, zoals blijkt uit twee van zijn publicaties. Na hem kwamen meerdere westerse reizigers poolshoogte nemen in het hoog gelegen klooster. De resultaten van hun bezoek rechtvaardigen de conclusie van Paul van Oyen: “Alles bij elkaar beschouwd, is er voldoende en onafhankelijke informatie beschikbaar die het bestaan van de tekst bevestigt.” Geen vervalsing Dat kerkelijke autoriteiten niet staan te springen om dit soort verhalen serieus te nemen, is begrijpelijk. Als ze waar zijn, zou dat de bodem onder hun bestaan wegvagen. Het centrale dogma van de verzoeningsdood aan het kruis staat of valt met de waarheid ervan. Binnen de Vrij-Katholieke Kerk wordt daar genuanceerder over gedacht. Zonder de gelovigen ook maar iets op te leggen, houdt de VKK de mogelijkheid van een meer symbolische uitleg wagenwijd open. Of de woorden van wijsheid nu zijn uitgesproken door iemand die gekruisigd werd of door een Meester, die was ingewijd in de oosterse en westerse wijsheid, doet in principe weinig af aan de inhoud van de overgeleverde teksten. De verdienste van het boek van Paul van Oyen is juist dat hij de tekst voor zichzelf laat spreken. De vraag of de tekst misschien een vervalsing zou kunnen zijn, is niet aan de orde. Een belangrjjke Hindoeleider bevestigt dat Jezus in India werd onderricht in de leerstellingen over waarheidlievendheid, ge- nade, liefde, dienstbaarheid, compassie en ethtica. “Deze fei- ten worden door christenen onder het tapijt geveegd,” klaagt de man, die de Hindoese evenknie van de Roomse paus wordt genoemd. Deze feiten zijn bekend, maar zijn in het Westen al- tijd genegeerd, ondanks de nieuwsgierigheid naar de ontbre- kende achttien levensjaren van de jonge Jezus. De innerlijke Christus Het Westen kent amper bewijs voor het werkelijke bestaan van Jezus. In het Oosten schijnen die bewijzen wel degelijk voorhanden. Maar de Kerk vreest voor de devaluatie van haar leer, verlies van prestige en de ondergang van het instituut als de ware feiten omtrent Jezus aan het licht komen. Het archetypische karakter van de Christus wordt totaal ondergeschikt gemaakt aan de vermeende geschiedenis. De gnostici spraken toch duidelijk over de Christus-in-ons, wiens inwijdingsweg symbolisch werd aangeduid door de levensfei- ten in de evangeliën. Gnostici hoeven niet bevreesd te zijn voor het verlies van hun geloof. Hun overtuiging dat Jezus tij- dens zijn leven de Christus-in-hem gerealiseerd heeft, staat in geen enkele tegenstelling tot de fraaie teksten in het Evangelie van Issa, waaruit nu enkele fragmenten, ontleend aan het boek van Paul van Oyen, worden geciteerd. “Issa zei dat God zich niet bekommerde om fysieke tem- pels, die door mensenhanden waren gebouwd, maar dat het in- nerlijk van de mens de echte tempel van God is. Treed jouw eigen tempel binnen, in je hart, verlicht die tempel met goede gedachten en met het geduld en met het onwankelbare geloof in jullie Vader. Jullie schatten zijn jullie handen en jullie ogen, want door goed te doen voor jullie naasten voeren jullie een ri- tueel uit dat een sieraad is voor de tempel waarin Hij woont, die jullie tot leven wekte. Ik zeg jullie, vervuil jullie innerlijk niet met kwaadaardigheid, want de Allerhoogste woont altijd in jullie hart. Wanneer jullie handelen vanuit liefde en toewij- ding, doe dat dan vanuit innerlijke openheid en laat je niet leiden tot winstbejag en berekening.” Wie deze woorden tot zich neemt, kan alleen maar dank- baar zijn voor de actualiteit die eruit spreekt. Het kan nauwe- lijks toeval zijn dat in tijden als deze, waarin alles wordt bloot- gelegd, ook het geheim van de Christusincarnatie onder een vergrootglas wordt uitgepluisd. De angst voor verlies aan waardigheid en kerkelijk gezag gaat volkomen teniet door de universele boodschap, ons nagelaten door een Jezus die heel waarschijnlijk zijn laatste jaren op aarde in een Tibetaanse gemeenschap heeft doorgebracht. Literatuur Paul van Oyen: “Het evangelie van Issa”. Holger Kersten: “Jezus leefde in India” J.D. Shams: “Waar stierf Jezus?”. Levi Dowling: “Het Aquarius-evangelie” Algemeen Dagblad 29 maart 1997: “Christus in Kashmir” 18 Reflectie 7(3) herfst 2010 Schoonheid is overal om ons heen, maar hoe velen zijn er blind voor! Zoveel mensen beleven weinig blijdschap aan de natuurlijke, de kalme, de eenvoudige dingen van het leven. Pablo Casals
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=