Reflectie 7(4) winter 2010.vp
De Kracht van het Vrouwelijke Licht in een door mannen beheerste wereld Ojas Th. de Ronde Vrouwen hebben in mijn leven een grote rol gespeeld. Ze hebben me geleerd te voelen waar we mee bezig zijn, warm en koud er- gens van worden zodat het leven niet verzandt in koele berekening. In crisissen waren zij vaak rolmodellen. Zij konden het lang volhouden en, ondanks alle pijn, zichzelf blijven. En misschien wel omdat zij het in hun genen hebben kinderen op te voeden, wa- ren zij in staat duizenden dingen tegelijkertijd te doen en daarbij ook nog een goed humeur te bewaren. Zij bleken daarbij ook in staat de samenhang van alles te blijven zien en voor iedereen, ook de zwakkeren, een plekje te vinden. Een kwaliteit die nu meer dan nodig is om de crisis waarin onze planeet zich bevindt het hoofd te kunnen bieden . Daarom verbaas ik me er des te meer over dat het maar moei- lijk lukt deze vrouwelijke energie in het publieke domein te la- ten doordringen. Onze wereld is nog steeds een wereld die door mannen en mannelijke energie wordt gedomineerd. En de Kerken zijn niet geneigd hier verandering in te brengen. Inte- gendeel. Ook de kerkelijke wereld wordt nog steeds beheerst door mannelijke energie. Het besluit van de Nederlandse Vrij-Katholieke Kerk in 2002 om over te gaan tot de wijding van vrouwen is een loffelijke, maar unieke uitzondering. Dit legt een wonderlijke tegenstrijdigheid bloot. Want in de christelijke wereld, zowel in het Westen als in de Oosters- Orthodoxe Kerken, wordt de naam van Jezus’ moeder Maria door kerkelijke leiders hoog in het vaandel gedragen. In alle pelgrimsoorden, aan Maria gewijd, lopen zij graag voorop in de processies. En sinds het christendom in de vierde eeuw staats- godsdienst werd, hebben zij overal in Europa en daarbuiten prachtige kerken aan Maria gewijd. Is dit niet innerlijk tegen- strijdig? Waarom aan de ene kant in Maria de vrouw verheffen, bijna vergoddelijken – zij kreeg op het Concilie van Efese in 431 de unieke titel van Moeder van God – en aan de andere kant in de kerkelijke praktijk van alledag de vrouw niet meer dan een ondergeschikte plaats geven? Is dit alleen sociaal-cultu- reel bepaald door onze westerse cultuur, die nu eenmaal een mannelijke cultuur is, of is hier iets anders aan de hand? Wat me verbaast, wekt ook altijd mijn interesse. Daarom heb ik in de donkere dagen van midwinter en kerstmis – nu in de christelijke wereld Maria weer een centrale plaats krijgt – tijd genomen om me in deze vraagstelling te verdiepen. En een groot aantal ontdekkingen gedaan, waarvan ik u bij deze graag deelgenoot maak. Oeroude Venuskunst Als we teruggaan naar het begin van de geschiedenis van de mensheid, toen de eerste mensen in kleine groepjes als ja- ger-verzamelaars vanuit Zuid Afrika de aarde bevolkten, zien wij dat de vrouw en het vrouwelijke groot respect genoot. Daar waren economische redenen voor, want onderzoek wijst uit dat zij gemiddeld 75% van het dagelijkse voedsel bij elkaar sprok- kelden. En toen het ijs ging smelten en er aan de laatste ijstijd rond het jaar 10.000 v.Chr. een einde kwam, gingen vrouwen als eersten over op het cultiveren van tuinen en akkers. Een andere belangrijke reden voor groot respect voor de vrouw was het feit dat de vrouw het bindmiddel bij uitstek was van de familie en de stam. Om de eenvoudige reden dat altijd zeker is wie de moeder is, maar niet zeker wie de vader is. En tenslotte is misschien dit wel de belangrijkste reden voor het grote respect dat mensen in de oertijd voor de vrouw hadden: hun opvatting dat de vrouw niet alleen de sleutel blijkt te hebben van geboorte, maar ook van dood en wederge- boorte. De vrouw begeleidt de stervenden en wordt gezien als moeder van incarnerende voorouders en heeft daarmee de sleutel van dood en wedergeboorte in handen. 5 Reflectie 7(4) winter 2010 Willeke Hendrikx: Powerwoman
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=