Reflectie 7(4) winter 2010.vp

De Bijbel als Breinbreker Johan Pameijer Sloeg Kaïn zijn broeder Abel werkelijk dood om vervolgens naar een ander land te vluchten? Wie was Abraham, die zelfs bereid was zijn geliefde zoon te offeren op bevel van God? En was het manna dat uit de hemel regende echt het reddende brood? Dui- zenden vragen borrelen omhoog bij het lezen van het kleurrijke verhalenboek dat “Bijbel” heet. Is die Bijbel het geschiedenis- boek waar men het voor houdt, of is het een geniaal samenraapsel van exotische fantasieën? Op de zondagsschool begon ik al te twijfelen. Twaalf jaar was ik en ik kon niet geloven dat zowel Lukas als Matteus het juis- te geboorteverhaal vertelden. Het kon niet anders of een van de twee sprak niet de waarheid. Of logen ze allebei? Voor mij was het een goede aanleiding om de zondagsschool de rug toe te keren en de oude Bijbel links te laten liggen. Er viel een gat in mijn leven. Tot ik ontdekte dat de magie van de Bijbel ver- borgen ligt in zijn driedubbele bodem. In de beste mythologi- sche traditie geeft het boek een gezicht aan de diepste gehei- menissen van de ziel. Het moet nu maar eens ronduit worden gezegd. De Bijbel is een metaforenboek, geschreven door scribenten, vertrouwd met de oeroude mysterietradities in de landen rond de Mid- dellandse Zee. De mythen van Griekenland, Egypte en Israel waren hen met de paplepel ingegoten. Vertrouwde verhalen over goden, helden en fabeldieren, over overspel, oorlog en overwinning, soms vertederend, maar dikwijls gruwelijk, la- gen op de bodem van hun zielen te wachten op de nieuwe vor- men, die zij er in hun vertellingen aan zouden geven. De grote psycholoog Carl Gustav Jung benoemde ze als ar- chetypen van het collectieve onbewuste. In zijn analyses van duizenden dromen bespeurde hij onverwachte overeenkomsten tussen de beelden van honderden patiënten met de grabbelton van antieke mythen. Wij koesteren een gemeenschappelijk erf- goed, dat ons leven en streven ingrijpend beïnvloedt. Maar er gebeurde iets zeer ongewensts. De uit politieke motivatie ge- stichte Kerk van Rome rationaliseerde het irrationele. Daarmee creëerde zij een kloof tussen ziel en lichaam. Voortaan namen we de mythen voor waar aan, met het gevaar dat twijfel aan hun waarheid de scheiding met de traditie definitief zou maken. De twee verenigen De vondst van de Nag Hammadi-manuscripen kwam precies op tijd. Plotseling snoven we de geuren op van een vroeg- christelijke mystiek, die onder het bewind van de machtige Roomse Kerk vrijwel verloren was geraakt. Met zijn opdracht de twee weer tot een te verbinden, reikte Jezus zelf ons de sleutel aan op de mystiek van de bijbelse mythologie. Wat tijdens de vermeende Exodus uit de hemel regende, was geen brood, maar behelsde de opdracht om te evolueren door meer geestelijk voedsel tot zich te nemen. De uittocht zelf is trouwens een metafoor voor een bewustzijnsreis. Toen de reizigers dreigden te verhongeren, zond God hun het man- na uit de hemel. Manna, geschreven met de Hebreeuwse let- ters ‘Mem’ met getalswaarde 40 en de ‘Noen’, getalswaarde 50, vertelt ook de honderden generaties na de Exodus waar het leven om draait. Het gaan van de 40 naar de 50 is een opwek- king ons bewust te worden van de zielenreis, die ons voert van deze stoffelijke wereld, de 40, naar de zielenwereld van de 50. Wijzelf, kinderen van de 21ste eeuw, leven midden in onze exo- dus en lijden honger. We schreeuwen om geestelijk brood, om- dat we diep van binnen verlangen te groeien naar zielsbewust- zijn. Dat besef geeft de anekdote van het woestijnbrood een ver- rassende actuele waarde, die nog eens onderstreept wordt door een beroemde Jezus-spreuk: “Ik ben het levende brood.” Het Abel-mysterie Deemoedig toegeven wie wij werkelijk zijn, zou ons sieren. Wij zijn de Kains, die Abel om zeep helpen en gezamenlijk vluchten naar het land van het verderfelijke materialisme. De schaapherder Abel was niemand minder dan de voorafschadu- wing van onze leermeester Jezus. Overduidelijk blijkt dit uit de naam Abel, volgens de Hebreeuwse spelling geschreven met een Alef, 1, een Beth, 2, en een Lamed, 30. Deze veras- sende getallenreeks vertelt ons dat God (1) zich openbaart in de dualiteit (2). Op de leeftijd van dertig (30) jaar, zal hij zijn geheime leer openbaren. Iedereen kent de traditie volgens wel- ke Jezus op zijn dertigste met zijn openbare lering begon. Na zijn doop in de Jordaan betrad hij de stoffelijke wereld om ui- teindelijk ten tweede male door Kaïn te worden gedood. Lange tijd dreigde hij te worden geofferd op het altaar van zelfzucht. Uit de fameuze doopscene blijft ons een uitspraak met een luide klokkengalm boven onze hoofden beieren. Als Johannes de Doper zegt: “Hij moet groeien, Ik moet minder worden”, roept hij op ons egoïsme te temperen, ter wille van het geeste- lijk Zelf dat moet uitdijen om een vreedzame wereld te cre- ëren, waarin het algemene belang de zelfzucht verdrijft. Jezus “steeg op” uit het water, een duif daalde op zijn schouder neer en God benoemde hem tot de mens in wie hij welbehagen had. Niets van deze gebeurtenissen is historisch. De vogel op de schouders is een welbekende metafoor uit de Egyptische my- thologie, terwijl de sprekende God in vele antieke goden een voorbeeld vond. Jezus’ ‘opstijgen’ verbeeldt een vroegtijdige verrijzenis uit de benauwenis van rationele en materialistische vooroordelen. De juistheid van deze uitleg wordt bevestigd door de evangelist Philippus, die in zijn gnostische evangelie beweert dat de verrijzenis al tijdens het leven kan plaatsvin- den, want als je wacht tot na de lichamelijke dood, heb je helemaal niets en sta je met lege handen. De wateren Het Nieuwe Testament fladdert als een duif neer op de schou- ders van het oude, als Jezus zich Meester toont over de wate- ren. Terwijl een overmoedige Petrus evenals zijn Meester pro- beert over het wateroppervlak te wandelen, zinkt hij hulpeloos in de golven weg, terwijl Jezus triomfantelijk nadert. Zijn 14 Reflectie 7(4) winter 2010

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=