Reflectie 8(1) voorjaar 2011.vp
Maar dan hoort ze opnieuw die stem die haar zegt dat die tijd voorbij is. Ze kan Jezus niet meer fysiek aanraken. Ze kan ook niet meer vasthouden aan het beeld dat ze van Jezus had. Er is een nieuwe tijd aangebroken, waarin Jezus niet meer fysiek aanwezig is, maar waarin ieder die op hem vertrouwt diens geesteskracht kan ervaren, een ‘gezalfde’, een ‘christus’ kan worden. Maria krijgt nu de opdracht deze boodschap aan Jezus’ vroegere leerlingen door te geven. Een menselijke Jezus Toen ik in 1970 in een rooms-katholieke kerk op deze manier een paaspreek hield, liepen mensen boos de kerk uit. Ik had mijn twijfels uitgesproken over de fysieke opstanding van Je- zus na zijn dood. Dat zou het dogma van de lichamelijke ver- rijzenis van Jezus onderuit halen. En ook: ik had Maria Mag- dalena ‘de belangrijkste leerlinge’ van Jezus genoemd. Maar was Petrus dan niet de belangrijkste leerling van Jezus? En vooral: ik had Maria Magdalena de ‘levensgezellin’ van Jezus genoemd. Hoe kon dat? Was Jezus dan ooit getrouwd ge- weest? Jezus was toch de Zoon van God!? Die heeft toch nie- mand nodig als levensgezellin! Deze paaspreek leverde mij een preekverbod op. Ik mocht niet meer preken en de gelovigen niet meer op deze manier ‘in de war brengen’. Daarbij stond ik natuurlijk niet alleen. Het was het moment waarop de dogmatische katholieke kerk – na de opening die geschapen was in Vaticanum II in de jaren ‘60 – de rijen weer ging sluiten en haar basis weer ging zoeken in de traditionele dogmatiek. Maar de bijbelse herbronning, die in Vaticanum II was ge- start, was niet meer te stuiten. Velen hadden daardoor in de ja- ren ’60 een andere Jezus leren kennen: meer menselijk en te- gelijk iemand die hen de weg kon wijzen naar ‘the God with- in’ . Bovendien was door de New Age-beweging het theosofi- sche aanvoelen van de werkelijkheid een publiek geheim ge- worden en kwamen gnostische geschriften overal op de markt. Ook de eerste vertalingen van de Nag Hammadi geschriften kwamen in omloop. Voor velen was dit een echte verademing. Eindelijk weer teksten die je werkelijk inspireren. Op deze golven van inspiratie kon toen ook de rockopera Jezus Christ Superstar het licht zien. Zij werd in 1970 uitge- bracht als album en vervolgens als musical op de planken ge- bracht in Londen en op Broadway en verder in de hele wereld. Het stuk behandelt de laatste week uit het leven van Jezus waarin Jezus’ ster aan het rijzen is, de massa’s achter hem aanlopen en de opperpriesters bang worden voor de invloed die Jezus op het volk krijgt. De rockopera beschrijft dan hoe Judas afstand neemt van Jezus, omdat in de ogen van Judas Jezus – opgezweept door de massa’s – zelf gaat geloven dat hij de almachtige Zoon van God is. Judas gelooft daar niet in, vindt het gevaarlijk en wijst Jezus op zijn werkelijk menselij- ke kracht: zijn in God gewortelde wijsheid en liefde. Judas zingt dan het beroemd geworden ‘Jezus Christ Superstar’ waarin hij anno 1970 Jezus confronteert met zijn optreden ‘als Eniggeboren Zoon van God’ in de eerste eeuw. Door conservatieve religieuze groeperingen werd destijds heftig geprotesteerd tegen de opvoering van het stuk, omdat Jezus teveel als een gewone sterveling werd neergezet. Maar inmiddels is het stuk omarmd en opgevoerd door vele kerkelij- ke muziekgezelschappen en wordt de musicalproductie nog steeds herhaaldelijk in theaters gespeeld. In april vorig jaar kwam de verfilming ervan door Norman Jewison op de Neder- landse televisie. Verzwegen verhalen Tijden veranderen snel. Dit blijkt ook voor de rol die men toe- dicht aan Maria Magdalena in het leven van Jezus. In 1970 sprak men in religieuze kringen er nog schande over dat in deze rockopera Maria Magdalena haar liefde voor Jezus uitzingt in haar lied ‘I don’t know how to love him’. Dat kon toch niet, meende men toen: een vrouw die aan Jezus haar liefde verklaart. En een Jezus die ook nog eens haar liefde beantwoordt. Maar tegenwoordig denken ook theologen daar anders over. Men krijgt immers een beter zicht op de huwelijkse ge- bruiken uit de tijd van Jezus en daarmee op tot dan toe crypti- sche teksten in de canonieke evangeliën. En men vindt ook in de gnostische geschriften steeds meer aanwijzingen voor het feit dat Jezus en Maria Magdalena een unieke, bijzondere band met elkaar hadden. Welke? Zelfs de uiterst kritische gerefor- meerde theoloog Reender Kraneborg stelt na uitvoerig onder- zoek van de historische bronnen, dat ‘de enige conclusie die we kunnen trekken is, dat het zeer waarschijnlijk moet worden geacht dat Jezus getrouwd was.’ (2) Voorstanders van de opvatting dat Jezus en Maria ge- trouwd waren, halen daarbij de passage aan uit het Evangelie van Johannes die wij zojuist bespraken. Als Maria bij het lege graf haar geliefde Jezus meent te zien, wil zij hem aanraken, vastpakken, omarmen. Dat is een handeling die in die tijd al- leen tussen geliefden kon hebben plaatsgevonden. Dat zou dan pleiten voor een intieme relatie. Maar er is meer, ook in de canonieke evangeliën. In Lucas 10:38-42 wordt verteld hoe Jezus in Bethanië op bezoek gaat bij een vrouw, Martha genaamd. En hoe Maria, haar zuster, aan Jezus voeten gaat zitten om naar hem te luisteren, terwijl Martha druk in de weer is als gastvrouw. Historici zijn het er over eens dat een man in die tijd niet bij een vrouw op bezoek ging, ook niet bij twee vrouwen. Maar de passage wordt wel begrijpelijk als we het vanuit een ander perspectief bekijken: Jezus was niet te gast bij twee vreemde vrouwen, maar was mét zijn levensgezellin Maria te gast bij haar zuster Martha. Het tot nu toe verzwegen verhaal is dan dat Jezus en Maria al jong getrouwd waren, zoals in die tijd gebruikelijk was. Jezus kwam van Nazareth en Maria van het nabijgelegen Mag- dala. Hun ouders moeten volgens de gewoonte van hun tijd hun huwelijk hebben gearrangeerd, niet wetend welk een bij- zonder huwelijk zij hiermee in het leven riepen. Het is onbe- kend of er uit hun huwelijk kinderen voortkwamen, maar uit de bronnen van het vroege christendom is duidelijk dat hun band een diepe liefdesband was die ook bleef, toen Jezus na zijn doop in de Jordaan een rondtrekkende leraar werd. Levensgezellin Want ook toen Jezus daarna in Galilea en Judea ging rondtrek- ken om het aanbreken van Gods koninkrijk in de harten van iedereen te verkondigen, trok Maria met hem mee. Maar zij had natuurlijk soms ook behoefte aan intieme momenten met Jezus. Dat kon als ze even buiten het gewoel van de menigten met Jezus bij haar zus Martha op bezoek was. In de canonieke evangeliën wordt nog een ander intiem mo- ment vermeld. Het speelt in de tijd vlak voor de dood van Jezus. Maria moet toen voorvoeld hebben wat er met Jezus ging ge- beuren en welk gevaar Jezus met zijn missie liep. In Johannes 8 Reflectie 8(1), voorjaar 2011
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=