Reflectie 8(1) voorjaar 2011.vp
Rubriek: De Opinie Van... Aat-Lambèrt de Kwant De wereld kan zichzelf niet in stand houden indien de wetenschap niet boven zichzelf kan uitstijgen. Ervin László Toegang tot gedeelten van het leven van sterven- den: is de wereld waarin we leven toch een illusie? “De onbewuste psyche gelooft in een leven na de dood”, schreef psycholoog Jung na een bijzondere buitenlichamelijke ervaring. Hij schreef, dat het volkomen normaal was na te denken over een le- ven na de dood en dat dit verre van neurotisch was, de opvatting van vele wetenschappers in die tijd. Er is nog niet veel veranderd. Volgens Raymond Moody (bekend door zijn toonzettende boek “Leven na dit leven”) zijn het juist de mensen die gedachten over het hiernamaals proberen uit te bannen, die neurotisch zijn. Ook Jung had een bijna-doodervaring, zoals beschreven wordt in het boek van Moody en Paul Perry, “Een blik in de eeuwigheid” (1) . Moody ontvangt jaarlijks niet alleen heel veel verhalen van mensen over wat ze voelden, zagen en hoorden, toen ze dicht bij de dood waren, maar tekende ook verhalen op van mensen die aanwezig waren bij het overlijden van een dierbare. In zijn boek vertelt hij, dat familie en vrienden vaak getuige zijn van de eer- ste momenten van de reis van hun dierbare van dit leven naar het volgende. Dat kan een helder licht zijn van een onbekende bron of het zijn inzichten in het leven van de overledene met feiten die niet bekend waren bij de nabestaanden. Verblinde responsen Het is het eerste boek over dit fenomeen. Ongetwijfeld zullen die criticasters die van mening zijn dat het nadenken over of beseffen van een leven na de dood onzin en een hersenspinsel is, dat fysiologisch verklaarbaar is en er voor hen geen open- staande vragen meer over zijn, ook hier vanuit diezelfde starre zienswijze op reageren. Wie dergelijke kritieken leest, krijgt ook sterk de indruk dat hun visie in hun wetenschapsgebied bepaald wordt door sterke onderhuidse emotionele vooroorde- len op een heel ander terrein. Bij de anesthesioloog Woerlee bijvoorbeeld krijgt men sterk de indruk dat er voor hem slechts twee waarheden zijn: het humanisme en het materialis- me. Uit zijn website en zijn boek The Unholy Legacy of Abra- ham , blijkt duidelijk een extreme afkeer van religies. Omdat, volgens hem, alle buitenlichamelijke ervaringen en bij- na-doodervaringen aan de wortel liggen van alle religies ver- klaart hij, als een heuse inquisiteur, deze ervaringen weg, om- dat hij die ervaringen ziet als een gevaar voor het seculiere hu- manisme, dat voor hem kennelijk de enige ware ‘religie’ is. Gelukkig zijn er binnen die club, naast preciezen zoals hij, ook de heel wat mildere rekkelen. De kokervisie waarmee de levensoverschrijdende ervarin- gen beoordeeld wordt, blijkt ook uit het feit dat bijna uitslui- tend skeptische bronnen over empirisch bewijsmateriaal tegen zijn theorie worden gehanteerd in zijn boek Mortal Minds . Een meer neutrale houding is uitgesloten. Dat hij daarbij op het hart trapt van mensen met dergelijke ervaringen en van diegenen die daar veel troost uit putten, ontgaat hem volkomen. Die houding komt helaas ook in de praktijk voor, al dan niet door een seculiere voorkeur inge- geven. Sommige ziekenhuizen zien liever niet dat verpleegkundigen openlijk spreken over gevallen van grensoverschrijdende waarnemingen. Het wordt medewerkers gewoon gezegd dat, als zij ge- confronteerd worden met iemand met een bijna- doodervaring, daar zo min mogelijk op in te gaan, liefst helemaal vermijden dus, of anders zich beper- ken tot “medisch helemaal verklaarbaar”. Eigenlijk gewoon zwijgen erover; geef de patiënt maar een pilletje om rustig te blijven, zoals niet zo lang geleden een ons bekende BDE’er een spuitje kreeg. Breng de patiënt maar in slaap, en dat terwijl deze een ander bewustzijn heeft ervaren. Van de gedeelde doodservaring is tot nu toe in Nederland in ieder geval niet bekend of gezinsleden of vrienden van een overledene over hun indrukken contact hebben gezocht. Men heeft er blijkbaar moeite mee als mensen door een dergelijke ervaring aantoonbaar hun oude conditioneringen ontstijgen, hun bestemming gaan beseffen, of heersende ideologieën als archaïsch bevonden dogma’s verwerpen. Bijnadoodervaringen en gedeelde doodservaringen lijken een onderdeel uit te ma- ken van dat ontwakend bewustzijn, maar stuiten in ziekenhui- zen nog steeds op een muur van onbegrip. Maar net zoals een kalf net zo lang tegen een eik stoot tot deze het begeeft, zal ook de muur van verzet en onbegrip op den duur geslecht worden. Veranderingen Marcel Messing spreekt in dit verband in een interview dat ik met hem had (Prana nr.183 April/Mei) van een ontwakend be- wustzijn, dat niet los kan worden gezien van de bizarre tijd waarin we leven. “Er gebeurt ongelooflijk veel en er zullen niet veel mensen zijn die ontkennen dat de hele planeet op zijn kop staat. Op alle fronten, politiek, religieus, maatschappelijk en economisch zijn ongelooflijke veranderingen aan de gang. En al die prikkels en emoties en veranderingen van ideeën die daarmee gepaard gaan, hebben invloed op ons bewustzijn.” Gedeelde doodservaring Om het begrip GDE te verduidelijken citeer ik de levensterug- blik van een moeder op het leven van haar zoon uit het recente boek van Raymond Moody en Paul Perry. “Een vrouw die ik hier voor het gemak Susan noem, ver- telde me een verdrietig maar opmerkelijk verhaal over het stervensproces van haar zoon, die aan kanker overleed. Ik vind het vooral een opmerkelijk relaas vanwege de informatie die ze te horen kreeg. Toen haar zoon stierf, steeg ze samen met hem ‘in een wolk op’ en was getuige van een heleboel dingen die hij in zijn leven had ervaren. Sommige gebeurtenissen her- 15 Reflectie 8(1) voorjaar 2011
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=