reflectie 8(2).vp

terwaarde 49 en dat feit zet de Joodse mysticus aan het denk- en. De gang van de 42 naar de 49 zegt hem dat het spirituele doel, de 7 x 7, is bereikt. Vanuit deze code is de voettocht naar Bethlehem, ondernomen door Ruth en haar schoonmoeder Naomi, een voortgezette reis naar hoger bewustzijn. Niet zon- der reden bedraagt de eindsom van de Hebreeuwse letters die de naam Beth-lechem (broodhuis) vormen 490. Bethlehem is de drempel naar verlichting, gesymboliseerd door de 500. Daarom wordt juist daar Jezus, de “verhoogde slang”, (zie Numeri 21 en Joh. 3:14) geboren. Na de Exodus treedt een relatieve rust in. De lotgevallen van de Joodse stammen roepen de verschijning van een redder op. Ruth huwt Boaz, haar baas. De wilde oernatuur van hun minnespel op de dorsvloer levert de grondslag voor het ge- slacht van David, waaruit volgens de legende na tweeduizend jaar de “verhoogde slang” in de persoon van Jezus ter wereld komt. Daarmee verbreekt de geest voor de tweede maal het schild van de materie. Opstijgen “Het is een wet van de geest dat je niet veilig kunt opstijgen naar de hoogten, als je niet ook afdaalt in de diepten,” schrijft de psychotherapeut Thomas Moore in “De religie van de ziel”. Dat woord wordt bevestigd in de levensbeschrijving van Je- zus, een leven vol ontzagwekkende hoogtepunten, maar tevens met een afgrijselijk dieptepunt. Zijn kruisweg waarschuwt ons op onze hoede te zijn voor de vele valkuilen op onze weg naar innerlijke vrede en geestelijke verlichting. Zijn gang langs de 7 x 7 voert na zijn geboorte door de doop naar de verlichting en vandaar naar de kruisdood. Na deze beproevingen richt de geest zich op, verrijst, vaart ten hemel en stort uit wat de mensheid tekort komt. Met onheilspellende nauwkeurigheid reflecteert dit zevenvoud de Exodus. Nu representeren zowel de uittocht van de stammen als de kruisgang van Jezus de aloude inwijdingsweg van de ziel. Uit de slavernij van de stof- felijkheid klautert zij omhoog naar de vrijheid van geestelijke verlichting. Het bewustzijn scheurt open als de opgaande zon en straalt zijn licht uit over de beklemde mensheid. De man met de waterkruik Tegen het einde van zijn aardse incarnatie verricht “de ver- hoogde slang” een opmerkelijke daad. Hij stuurt twee van zijn leerlingen er opuit om ”de man met de waterkruik” te zoeken en hem te vragen naar de plaats van het paasmaal. Deze op- dracht is een markante verwijzing naar de derde doorbraak. Een bewuste lezer bespeurt achter dit vreemde bevel een ver- borgen hint naar een volgend tijdperk. Over tweeduizend jaar zal de Zon op haar doortocht langs de hemel het teken van de Vissen verlaten en het beeld van de Waterman binnenglijden. Niet eerder kan de verdeeldheid van de vissen overgaan in de verbondenheid van Aquarius. De subtiele aanwijzing van de zaal voor het maal ter verbroedering roept het visioen op van de mensheid die tot samenwerking bereid is. Het zoeken naar de man met de waterkruik blijkt een tijdsaanduiding, een voorspelling van een zich ver in de toekomst realiserende ver- bondenheid. Die toekomst is nu aangebroken! Water en vuur Toen Mozes de uittocht organiseerde, beriep hij zich op het bevel van de Vadergod. “De Heer ging voor hen uit, des daags in een wolkkolom om hen te leiden op de weg, en des nachts in een vuurkolom om hun voor te lichten.” Dag en nacht zou- den zij doorlopen, veertig jaren lang, een tocht, gesymboli- seerd door water en vuur. In de taal van de evangeliën gaat het om de Doop (water) en de Verheerlijking (vuur). Het is de weg van de polariteit (Egypte) naar de eenheid (Kanaan). Onder het banier van de Vader baanden sterfelijke mensen zich een weg naar de onsterfelijkheid. Het optreden van Jezus, twee millennia later, voltrok zich in het teken van de Zoon. Zijn Zoonschap etiketteerde de gang door de woestijn van het leven van alle aardbewoners. Nu wachtte de wereld op de komst van de Heilige Geest met zijn aanbevelingen om de juiste richting te kiezen. Zijn boodschap is verpakt in de duizenden doorgevingen van deze tijd. Christus-in-ons “Door Christus in al onze broeders te erkennen, herkennen we Zijn aanwezigheid in onszelf”, aldus een van de kernregels in de “Cursus in wonderen”, de spectaculairste en tevens be- roemdste doorgeving van de laatste jaren. De hoofdregel van dit op wonderbaarlijke wijze ontvangen werk stempelt de nieuwe tijd: “Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets on- werkelijks bestaat.” De cursus beoogt alles wat de liefde ver- hindert te verwijderen, zodat pure liefde de mensheid zal sa- mensmelten tot een vreedzame broederschap. Dit hoge ideaal vraagt niet om geleerde disputen, oeverloze discussies en intel- lectuele kritieken. Afgezien van de vraag of de herkomst we- tenschappelijk verantwoord is, biedt het werk een boodschap ter navolging. De authenticiteit van een doorgeving ligt in de intentie de mensheid te verenigen. Zelfverwerkelijking “De eenheid had de opdracht van zelferkenning”, leert een an- dere zeer recente doorgeving via een Duits kanaal. Verlichte teksten vertellen ons dat God Zichzelf via de mensheid wil le- ren kennen. Het totale evolutieproces is niet anders dan een weg tot zelfverwerkelijking. Daarin schuilt onze diepste be- geerte. Een gerespecteerd kanaal legt uit waar onze emoties vandaan komen. “Onder je woede ligt altijd angst en onder angst ligt altijd verlangen.” Wij willen niets liever dan bij ons diepste verlangen te komen om dan te ontdekken dat een verd- rongen heimwee ons drijft. Het heimwee naar de universele le- venskracht die wij God noemen, ligt versluierd onder de waan van onze levenswandel. De derde doorbraak begon bij madame Blavatsky en zette zich voort in het werk van Alice Bailey. Deze Engelse dame ontleende tienduizenden bladzijden vol wijsheid aan een Tibe- taanse bron. Na haar klonken met een sterk intensiverende re- gelmaat de wijze stemmen van bovenmenselijke wezens, die allemaal hetzelfde doel nastreven: de mensheid behoeden voor een vervaarlijke tuimeling in haar eigen valkuilen. Een ultimatum De doorbraak komt, nu de mensheid haar kritische fase nadert. Zover zijn wij doorgeschoten in onze domme hebzucht en onze maatloze behoefte aan macht, dat het levende universum ons een halt toeroept. De Maya-kalender schonk ons een grenslijn. De magische datum van 21 december 2012 nadert snel. Een ultimatum dwingt ons om tijdig de rem op onze hunkering naar steeds maar meer te zetten. Bewustzijn heeft de materie geschapen en niet andersom, roepen de kanalen ons bijna in koor toe. Veel van hun speculaties vindt bevestiging in de naar spiritualiteit toegroeiende wetenschap. 10 Reflectie 8(2), zomer 2011

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=