reflectie 8(2).vp
Geloven is een samengaan van hart en ziel Thea van Laak Met belangstelling heb ik in Reflectie voorjaar 2011 het arti- kel gelezen van Peter van der Wurf “Dus daarom ben ik ge- doopt”. Mijn leven liep geheel anders … zowat rechtstreeks van het kraambed naar de doopvont. Zo ging dat toen in het Roomse Zuiden. Ik groeide op, zij het anders dan volgens de wens van mijn ouders en de “geestelijkheid”. Ik had andere ogen gekregen dan zij; ik zag dingen die voor hen verborgen bleven, al begreep ik dat pas veel later. Ik ging nog niet naar de kleuterschool, dus zal ik zo’n drie jaar geweest zijn, toen ik wist te vertellen dat in de hemel de schapen en de leeuwen samen in de weide liepen en ze elkaar geen kwaad deden. Een frappante uitspraak toch voor een kind dat nog nooit van een leeuw had gehoord, laat staan er ooit een gezien te hebben. Ik werd een kind met een kwade geest in mij genoemd en moest dus gestraft worden en strenger wor- den aangepakt. Maar ik was een spontaan kind en wist – nog steeds als driejarige – te vertellen, dat de weiden in de hemel heuvelachtig zijn (een woord dat ik eigenlijk nog niet kende) en dat er veel meer bloemen zijn en dat de kleuren veel mooier zijn dan hier op aarde; dat er ook bloemen zijn in de bomen en in de lucht en zomaar in de wolken. Ook daarvoor werd ik be- straft en ik begreep geenszins waarom. Er werd een antipathie in mij geboren tegen alles wat Rooms is, nog voordat ik naar de kleuterschool ging. Dat is heel lang zo gebleven. Maar de jaren maken een mens milder en wijzer. Op de la- gere school kregen we les van meneer pastoor. Die lessen gin- gen over heiligen, de ene na de andere plaat werd getoond en allemaal hadden ze een stralenkrans om het hoofd. In mijn kinderlijke onschuld vroeg ik toen of bomen en bloemen ook heilig konden zijn. Maar dat werd me niet in dank afgenomen; ik was een kind van de duivel, werd de klas uitgestuurd, moest te biechten gaan en kreeg nog strafwerk ook wegens godslas- tering. Ik begreep nog steeds niets van al die ophef, maar mijn antipathie werd herboren in haat. Op de eerste vrijdag van de maand moesten we eerst naar de kerk voordat we naar school gingen. In de kerk werd ik door een non van de communie- bank geplukt, was er was nog geen klassikaal biechten geweest; ik had mijn “godslastering” dus nog niet gebiecht. Van een spontaan kind werd ik tot een eenzaam kind, dat niet méér dan het allernoodzakelijkste sprak … en in de gods- dienstlessen hield ik mijn lippen koppig gesloten. Ik ging alles haten wat geen boom, plant of dier was; en mijn liefde voor alles wat met de natuur te maken had groeide en groeide. Het is mijn geloof, mijn GOD geworden, want geen enkel mens kan de dingen zo laten groeien, bloeien, zaden laten ontkie- men en laten rijpen. Plant, dier en mens voeden dan de natuur. De SCHEPPING, de EVOLUTIE, de NATUUR … dat is GODS Wonder. Daar geloof ik in met hart en ziel. Dit te schrijven was zeer pijnlijk; het was alsof ik naar een zeer emotionele film zat te kijken. Maar pijn kan ook helend werken; ook dat weet ik uit ervaring. Bij de VKK voel ik me thuis, kan ik mezelf zijn. Er is res- pect voor elkaars zienswijze; tijd voor een gesprek of uitleg over bepaalde onderwerpen. En vooral de hartelijkheid, de warmte, kortom de liefde die voelbaar aanwezig is. Lieve mensen, ik ben genezen van mijn negatieve roomse verleden. — (VKK-lid Bloemendaal) Een heilige, heel makend energie ervaren in je diepste wezen Mianne Bakker De eekhoorns rennen rondom de grote eikenboom, een meter van het raam. De vogels zijn druk in de weer tussen de voeder- plaatsen, de planten, de drinkplaatsen, er is altijd die interactie tussen mij en wat zich er daar afspeelt. Ik laat het gebeuren en de kracht, van dit stukje van mijn leven, vult mij. Als klein meisje had ik deze droom en deze droom die ik nu zie is mijn werkelijkheid geworden, vanuit het huis waar ik woon. Ik leefde met nog meer dromen. De boskapel van het semi- narie van de paters Augustijnen in Nijmegen liet mij een ande- re werkelijkheid zien. Ik vulde mijzelf met dankbaarheid voor een onzichtbare werkelijkheid die in mij leefde, die ik hoorde en voelde in de gezangen van de Heilige Mis en alle ritualen van de kerkelijke feestdagen. In de houten boskapel kon ik me verschuilen om zonder uiterlijkheden dit alles te ondergaan. Net als de vogels en de eekhoorns zo hun eigen weg gingen, ging ik als jong meisje mijn eigen weg en ik voelde me totaal bij mijzelf. Niemand heeft dit gevoel ooit van mij weg kunnen nemen. Mijn dromen werden steeds meer een werkelijkheid. Ik ontdekte weer een kapel, twee jaar geleden. (zie foto). Ik was niet zoekende, maar het kwam als het ware naar mij toe, de deuren stonden open en ik onderging mijn dromen weer. Ik voelde de stilte; en dankbaarheid overspoelde me. Vogelgezang vulde de ruimte, de natuur in al haar verstilling bracht me terug, diep bij mijzelf, ik was weer thuis. 20 Reflectie 8(2), zomer 2011 ... O V E R H E T L E V E N V A N ...
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=