reflectie 8(2).vp
Dichter bij het Paradijs De esoterische betekenis van het huwelijk tussen Jezus en Maria Magdalena (dl. I) Ojas Th. de Ronde MA Hoe is het gesteld met de rollen van mannen en vrouwen in onze postmoderne wereld? Zijn we de weg kwijt? Of krijgen we nu juist een kans om ons leven in te richten zoals we zelf willen? Niemand zegt meer hoe het moet in de liefde. Je mag zelf keuzes maken. In onze postmoderne wereld lijkt alles vrij. Dat kan beangstigend zijn. Het kan je ook de kans geven relaties echt diep- gang te geven vanuit de innerlijke bron. Voor mij werd dat perspectief eens duidelijk toen ik de be- roemde esoterische opera van Mozart, Die Zauberflöte , mee- maakte. Was het door de muziek, het verhaal, de spelers? Ik weet het niet. Maar plotseling zag ik hoe twee gelouterde mensen tot een religieuze diepgang in hun relaties konden ko- men, die ik eerder niet voor mogelijk had gehouden. In de we- ken daarna vielen de rolmodellen waar ik mee opgevoed was, de oude dominante Adam en zijn zondige partner Eva, aan diggelen. Het bleken beelden uit een oude nachtmerrie. En uit mijn onderbewuste kwamen nieuwe inspirerende beelden. Stu- die van de theologie verdiepte dit. En langzamerhand begreep ik dat deze nieuwe beelden te maken hadden met gnostische kennis over Jezus en Maria Magdalena. Twee kernen van het Ene Uit de bronnen die de laatste eeuwen ontdekt zijn en vooral uit de gnostische Nag Hammadi geschriften blijkt immers dat Je- zus, zoals alle mannen in die tijd, gehuwd is geweest. En wel met Maria Magdalena. Dit huwelijk moet een bijzondere rela- tie van openheid en gelijkwaardigheid geweest zijn, want uit genoemde bronnen blijkt dat Jezus, dwars tegen het cultuurpa- troon van zijn tijd in, de vrouw en het vrouwelijke volkomen gelijk stelde aan de man en het mannelijke. Hij onderkende immers als geen andere de twee polen van het Ene, de mens met al zijn dimensies als beeltenis van God. Zo was de mens in oorsprong, in het Paradijs, door God bedoeld, en zo beleefde Jezus dat ook met zijn geliefde Maria Magdalena. Het mannelijke en vrouwelijke zijn in de ogen van Jezus twee kernen van het ene leven waar het goddelijke doorheen straalt. Verschillend, maar gelijkwaardig. In mijn vorig artikel (1) heb ik dat nader uitgewerkt. We zijn dit lange tijd vergeten, maar momenteel mogen wij meemaken dat er een gezonde kentering plaatsvindt. Op alle mogelijke terreinen. Ook op het gebied van relaties komt de uit- sluitend mannelijke dominantie, zoals die in de monotheïstische godsdiensten gesymboliseerd werd door de patriarch Adam, in diskrediet en zoekt men naar alternatieven. Verschillende femi- nistische golven hebben hier impulsen voor gegeven. Maar ook diepere esoterische wijsheid hierover wordt momenteel door de Westerse mens weer als een bevrijdend inzicht toegejuicht. Dat ervoer ik toen ik ‘Die Zauberflöte’ bijwoonde. Die Zauberflöte Het begin van deze magische opera is overweldigend, een strijd op leven en dood. Tamino, de mooie jongeman met zijn rijke gevoelsleven, wordt aangevallen door de oerslang en verliest in de strijd al zijn patriarchale pijlen. Hulpeloos staat hij nu tegenover de slang die volgens de traditionele joods- christelijke traditie symbool staat voor verleiding en zondeval, maar die tegelijkertijd volgens de aloude esoterische tradities ook symbool staat voor de krachten van de aarde, voor de cy- cli van geboorte, dood en wedergeboorte. Krachten waartoe vrouwen meer toegang hebben dan mannen. Tamino raakt verward, zingt zijn angst uit voor het al te vrouwelijke en valt bewusteloos. Wat zal er gebeuren? Drie vrouwen komen op, dienaressen van de Koningin van de Nacht, die de slang haar gif ontnemen. Tamino wordt niet doodgebeten maar kan zijn queeste beginnen. De initiatie kan beginnen. Hij gaat zijn ware Zelf ontdekken. Hoe? Volgens het script van de opera: alleen als hij gelouterd wordt van zijn ego-bewustzijn en zijn eveneens gelouterde bruid Pamina vindt. Deze initiatie vindt niet plaats zonder beproevingen. De omgeving is vergiftigd. Er is vijandschap tussen de Koningin van de Nacht, die nog herinnert aan het oude matriarchaat, en Sarastro, die zich als priester inkapselt in zijn mannenbroeder- schap en het einde van het patriarchaat verbeeldt. Hij zingt im- mers Pamina nog toe dat zij zich in haar hart moet laten leiden door haar man. Maar het jonge paar Tamino en Pamina vinden in de be- proevingen van het leven een andere weg. In de diepste duis- ternis die de Koningin van de Nacht maar kan creëren, ontdek- ken zij dat de belangrijkste verbinding alleen maar die met het goddelijke kan zijn. Dan alleen kan de identificatie met hun oude ego-bewustzijn worden losgelaten. De oervrouwelijke Pamina blijkt hier meer gevoelig voor dan Tamino, maar uit- eindelijk ontdekken ze beiden dat dit hun geboorterecht is. Als ze dat onderkennen, kunnen ze hand in hand de Tem- pel ingaan voor hun laatste initiatie. Dan wordt het jonge paar toegezongen met de woorden die het mysterie van gelouterde man en vrouw op sublieme wijze onthullen: ‘Mann und Weib und Weib und Mann, reichen an die Gottheit an.’ Een glimp van het goddelijke Deze opera maakte veel indruk op mij. Bij thuiskomst maakte ik de volgende notitie: ‘Terwijl ik dit schrijf, klinken nog de rijke melodieën van ‘Die Zauberflöte’ in mij na. Ook de staande ovatie die de spe- lers kregen. Alsof iedereen op dat moment voelde dat hier be- zongen werd hoe mensen gelouterd kunnen worden van ego- ïsme en haat en zo in een liefdesrelatie een glimp van het god- delijke kunnen manifesteren.’ 2 Reflectie 8(2), zomer 2011
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=