reflectie 8(2).vp

Wat is de oude, orthodoxe theologie over relaties in een huwe- lijk dan armoedig. Daar is spiritualiteit ingekaderd in een dog- matiek waarin de directe verbinding van het goddelijke met het aardse onmogelijk wordt gemaakt. Seksualiteit leidt hierin ook maar een bedroevend bestaan. Het is iets heel aards en – in wezen – zondig, omdat hierdoor, zoals de kerkvader Augus- tinus het eens formuleerde, de erfzonde wordt doorgegeven. Daarom is seksualiteit altijd verdacht. Je mag er niet van ge- nieten. Hoogstens gebruiken voor de voortplanting. En daarbij is de man de baas. Zoals de oude Adam die zijn vrouw altijd terecht kan wijzen, omdat die hem verleid heeft. Wat een el- lendige wereld is hier geschapen voor mannen en vrouwen. Dit kunnen we toch niet meer volhouden! Deze Adam en Eva hebben ons ver van het paradijs ge- bracht. Waarom kunnen we niet, ook in onze seksualiteit, het goddelijke tot uitdrukking brengen? Heeft Jezus dat verbo- den? Stond Jezus als man boven de vrouw? Ik lees er niets over in de bronnen die over hem spreken. Integendeel, als ik de gnostieke bronteksten over het oerchristendom lees, vind ik minstens een gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. En ook verwijzingen naar een totaal andere beleving van seksuali- teit. Met name als het gaat om de relaties tussen Jezus en Ma- ria Magdalena. Die lijken, als gelouterde mensen, veel meer op Tamino en Pamina dan op de versleten archetypen van Adam en Eva. Het wordt tijd de relatie van Jezus en Maria Magdalena opnieuw te onderzoeken. Misschien brengt ons dat dichter bij het paradijs. De zondige Eva Mijn verdere studie van de bronteksten van het christendom bracht het volgende aan het licht: het geestelijke groeiproces van de gnostische christenen bestond eruit om het vrouwelijke en mannelijke in zichzelf te integreren en zo de dualiteit te overstijgen en het koninkrijk van God in het dagelijkse leven te realiseren. In het dagelijkse leven uitte zich dit in de gelij- kwaardigheid van mannen en vrouwen. Men had eerbied voor het vrouwelijke in alle aspecten en zag het vrouwelijke en mannelijke als twee polen van het Ene. Helaas vond dit geen genade in de ogen van de andere stroming van het vroege christendom, de orthodoxen. Zij cre- ëerden een rationeel, mannelijk christendom, waarin God ver weg geduwd werd en waarin alleen mannelijke priesters nog konden bemiddelen tussen God en deze zondige wereld. Nie- mand kon God op een andere manier meer benaderen. In de vierde eeuw won deze stroming het pleit en werd het or- thodoxe christendom door Constantijn tot staatsgodsdienst be- noemd. Het gevolg daarvan was eeuwenlang een grote ver- schraling van het spirituele leven, waarin met name de seksua- liteit onderdrukt werd en zeker geen poort meer mocht zijn naar het goddelijke. Met name de orthodoxe kerkvaders hebben hierin de toon gezet. Als zij over mannen en vrouwen spraken, dan probeer- den zij duidelijk te maken dat de man, zoals eens Adam, van het goede pad afgehouden werd door de vrouw, de erfgename van Eva. Zo beet de kerkvader Tertullianus (2) , die ook bij andere ge- legenheden geen goed woord over had voor de vrouw, zijn vrouwelijke toehoorders in een preek eens toe: ‘Nog leeft Gods oordeel, ook in deze tijd nog, over jullie sekse voort en daarom kan het niet anders dan dat ook jullie schuld voortleeft. Jullie zijn de poort die de duivel toegang biedt, jullie hebben het zegel van de boom geschonden, jullie hebben het eerste goddelijke gebod genegeerd en jullie zijn het ook die de man – die de dui- vel angst had aan te vallen – hebben verleid. Jullie hebben ook het beeld van God, de man, op een al te gemakkelijke wijze ver- nietigd en wegens jullie ongehoorzaamheid, die de dood bete- kent, moest zelfs de Zoon van God sterven.’ (3) Vrouwelijke energie: opgehemeld en verguisd De orthodoxie, die steeds sterk rationele en mannelijke trek- ken vertoonde, voelde natuurlijk wel dat men hiermee een ge- loof creëerde waarin het vrouwelijke – waar ieder toch be- hoefte aan heeft – zo geen plaats kreeg. Men zocht een tegen- beeld voor de zondige Eva en vond dat in Maria, de moeder van Jezus. Toen in de vierde eeuw van onze jaartelling, in het Westen de kerkvaders de kerkelijke geloofsleer gingen formu- leren, en Jezus de nieuwe Adam werd genoemd, werd Maria, de maagdelijke moeder van Jezus, de nieuwe Eva. Niet als Magna Mater, de vruchtbare moeder van alle mensen, maar als maagdelijke moeder van Jezus Christus die met de Vader en de Geest verenigd werd in een Drie-eenheid. In het orthodoxe christendom kwam zo ook de nieuwe Eva, als ‘Moeder van God’, buiten de mensheid te staan en werden de mensen terug- geworpen in een zondige staat waaruit alleen Jezus Christus hen nog kon verlossen. Zijn Moeder Maria werd daarbij de Grote Voorspreekster. Maar terwijl de Moeder van Jezus op deze manier steeds meer werd opgehemeld (letterlijk), vond er wat betreft Maria Magdalena, de Geliefde van Jezus, een omgekeerde beweging plaats. In het oerchristendom genoot zij oorspronkelijk nog groot aanzien als de levensgezellin van Jezus en diens belang- rijkste leerlinge, de vrouw die het Al kende. Maar in de tijd van de kerkvaders werden er geen kerkmoeders meer geduld en werd Maria Magdalena steeds meer verguisd. Van een rela- tie tussen Jezus en Maria Magdalena kon geen sprake meer zijn. Toch werd zij ook in de canonieke evangeliën nog her- haaldelijk genoemd. Wat was dan haar identiteit? In 591, tij- dens een preek van Paus Gregorius de Grote in de San Cle- mente verklaarde hij dat zij dezelfde was als de zondares, waar de evangelist Lucas over sprak. Dat werd meteen hot news in de orthodoxe wereld en daarmee was haar lot voor de komen- de eeuwen bezegeld. Pas in 1969 verklaarde de toenmalige paus dat dit een vergissing was van zijn grote voorganger. Maar toen was het leed al geschied. Eeuwen lang heeft het of- ficiële christendom zo geleden onder een verschraalde spiritu- 3 Reflectie 8(2), zomer 2011 Lucas van Leyden: Adam & Eva

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=