Reflectie 8(3) herfst 2011.vp
10 Reflectie 8(3) najaar 2011 Leven in het tijdperk van de Kali Yuga Welke kansen hebben wij op dit moment dan wel? Als ik de wijze woorden van Einstein goed beluister, dan zegt hij: de crisis in de buitenwereld is een kans om naar binnen te gaan en diep in onszelf naar nieuwe antwoorden te gaan zoeken. Bete- kent dit dat de huidige crisis een kans is om, zoals Boeddha, naar binnen te gaan en ons nu definitief vrij te maken van be- geerte, haat en onwetendheid en zo een staat van gelukzalig ‘nirwana’ te bereiken? Of om, zoals Jezus het zegt, je oude zelf los te laten en in liefde met iedereen te leven? Is dit de transformatie die nu mogelijk is? Eckhart Tolle schrijft hierover in zijn wereldwijde bestsel- ler ‘Een nieuwe aarde’: ‘Sinds mensenheugenis was de moge- lijkheid van zo’n transformatie de boodschap van lichtbreng- ers als Boeddha, Jezus en anderen. Staat de mensheid er nu meer open voor dan toen? En: wat kunnen we doen om deze verschuiving in onszelf te versnellen? En, hoe kunnen we het nieuwe, ontwakende bewustzijn herkennen?’ (2) De meeste oude religies en spirituele tradities hebben een bepaald inzicht gemeen: dat onze ‘normale’ manier van denk- en en voelen lijdt onder een bepaalde tekortkoming. En die te- kortkoming wordt gespiegeld in de buitenwereld. Dat zou je het slechte nieuws kunnen noemen. Maar hiermee hangt ook een tweede inzicht samen: het goede nieuws is dat een radicale transformatie van het bewustzijn van de mens mogelijk is. Binnen het hindoeïsme wordt die transformatie aangeduid met ‘verlichting’. In het boeddhisme is het ‘het einde van het lijden’. En Jezus spreekt over ‘verlossing’. ‘Bevrijding’ en ‘ontwaken’ zijn andere termen waarmee deze transformatie wordt aangeduid. Deze transformatie is het grootste wat een mens kan overkomen. De grootste prestatie van de mensheid is niet de kunst, de wetenschap of techniek, maar het inzien van de eigen stoornis, de eigen waanzin. Wie dit helder inziet – en daar kan onze donkere tijd van de Kali Yuga ons goed bij hel- pen – kan volgende stappen maken. Wie dit niet inziet, blijft blind voor de kansen van dit moment. De demon onder ogen zien Bij de ingang van Oosterse tempels staan vaak monsters opge- steld. Bij mijn bezoek in India had ik daar aanvankelijk grote moeite mee, want dat leek helemaal in tegenspraak met de vriendelijkheid waarmee je in christelijke kerken werd ontvang- en. Soms zelf met een handdruk van de dominee. Maar langza- merhand begreep ik de wijsheid die met deze monsters werd uit- gedrukt. Je moet eerst de demonen, zowel in de buitenwereld als in je binnenwereld, onder ogen zien, een plaats geven en dan vaarwel zeggen, voordat je de tempel binnen mag. Dus nu de demon in de ogen zien. Niet gemakkelijk. Want volgens de Oosterse wijsheid spiegelen de demonen die je in de buitenwereld ziet ook de duistere patronen in jezelf. Wat je in de buitenwereld ziet, is niet per se de werkelijkheid zoals die is. Het kan ook gewoon je eigen projectie op de buitenwereld zijn. De demonen in de buitenwereld roepen daarom op tot een diepgaand zelfonderzoek, waarbij de waarheidsvraag centraal staat. Dat betekent: jezelf niet tevreden stellen met schijnze- kerheden of troostende illusies die je even een veilig gevoel geven, maar geen wortel hebben in de realiteit. Het betekent: niet vluchten, maar doorvragen tot je ontdekt hebt wie er kijkt en wat die werkelijk ziet. Dit zelfonderzoek doen in crisissen, in omstandigheden die je ervaart als een ‘nachtmerrie’, vragen veel moed. Moeilijk? Onmogelijk? Iets alleen voor Oosterlingen die een lange tradi- tie hebben van meditatie en zelfonderzoek? In de jaren ’80 van de vorige eeuw ving ik hier glimpen van op in het dagboek ‘Het verstoorde leven’ (3) van Etty Hillesum. Deze joodse vrouw verwoordt in haar dagboek haar inner- lijke zoektocht naar de waarheid in prachtige bladzijden die geschreven zijn te midden van de turbulentie van de Tweede Wereldoorlog en de absurditeiten van de Holocaust. Valse hoop en troostende schijnzekerheden laat ze vallen als ze zegt: ‘Nu niet meer zeuren. Het is duidelijk: men wil ons als volk uitroeien. De vraag is alleen nog hoe ik daar mee omga.’ Geen verwijten of beschuldigingen zijn in deze startvraag te horen. Ook geen pogingen te vluchten uit de nachtmerrie waarin ze terecht was gekomen. Integendeel. Ze kijkt de demon recht in de ogen en begint dan haar indrukwekkend zelfonderzoek. De mens die zichzelf is ontstegen. Toen ik dit las, werd ik herinnerd aan de mens die zichzelf is ontstegen, de ‘übermensch’, zoals die beschreven wordt in het beroemde boek van Nietzsche ‘Also sprach Zarathustra’ (4) . In dit profetisch klinkend fictieverhaal vertelt Nietzsche over de kluizenaar Zarathoestra die na tien jaar van volkomen afzon- dering besluit zijn boodschap wereldkundig te maken. Op het marktplein waar net een optreden van een koorddanser plaats- vindt, spreekt Zarathoestra het toegestroomde volk toe: ‘Wij zijn als deze koorddanser!’ Het koord waar de koorddan- ser op balanceert, symboli- seert het leven. Aan het be- gin van het koord is de mens een aap, aan het einde een ‘übermensch’, een mens die zichzelf heeft overstegen. Het leven is een wankele tocht naar die toekomstige mens. Maar pas op, waar- schuwt Zarathoestra, al te vaak denken we dat we al aan de overkant zijn aang- ekomen, terwijl er nog een flink stuk te gaan is. Volgens Nietzsches Zara- thoestra bevindt onze cultuur zich in een grote crisis. We kunnen niet meer uitgaan van de oude bronnen van zingeving, maar moeten zelf nieuwe bron- nen aanboren. Er is een zogenaamde ‘herwaardering van alle waarden’ nodig. Dat vraagt moed. Want daarbij moeten we al- les loslaten wat we tot nu toe als zekerheden hebben be- schouwd. Schijnzekerheden moeten worden doorzien om tot de werkelijkheid van het leven zoals dat is door te dringen. De nieuwe, moedige mens De profeet Zarathoestra opent met dit zelfonderzoek een per- spectief op de ‘übermensch’, de mens die zichzelf overstijgt. Deze is niet gevoelig voor een troostende illusie van een God die van buiten af in de wereld ingrijpt, omdat wij het zelf niet meer kunnen. Deze ‘übermensch’ zoekt geen onwezenlijke, schrale troost om aan de gevaren van een onzeker bestaan te ontkomen. Hij durft in de afgrond van het bestaan te kijken en Friedrich Nietzsche
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=