Reflectie 8(3) herfst 2011.vp

11 Reflectie 8(3) najaar 2011 de chaos die hij daar aantreft tot zich te laten doordringen. Hij staat naakt en onbeschermd in het leven en vlucht niet langer in mooie fantasieën die geen waarheidsgehalte hebben. Hij proeft het leven in al zijn gruwelijkheid en schoonheid. Vanuit dit standpunt reageert Nietzsche fel op het christen- dom dat volgens hem vastzit in versteende dogma’s en zwelgt in imaginaire vormen van zonde, schuld en boete. Maar ook het boeddhisme kent in zijn ogen geen genade, omdat die het bestaan beschrijft als een lijdensweg en daarmee levensont- kennend is en het lijden alleen vergroot. Maar dit is m.i. ten onrechte. Het christendom kent veel vormen en met name de gnostische stroming heeft nooit een dogmatische leerstelligheid aanvaard en heeft de mens nooit gezien als een zondig wezen dat gestraft moet worden door een toornige God. Ook wat het boeddhsime betreft reageert de Nietzschiaanse ‘übermensch’ alleen op het oude Theravada boeddhisme. Het jongere Mahayana-Boeddhis- me is anders. De filosoof André van der Braak schrijft hier- over in zijn boek ‘Het religieuze na de religie’ (5) : ‘Het popu- laire en jongere Mahayana-boeddhisme, dat wijd verspreid is in Zuidoost-Azië, is niet langer levensontkennend maar le- vensbevestigend. Daar gaat het niet om het willen ontsnappen aan het leven, maar om ten volle in het leven te participeren.’ ‘We kunnen ons bestaan vullen met denkbeelden en vor- men van troost die de zwaarte wegnemen, maar dat druist in tegen de leer van het Mahayana-boeddhisme. Daar gaat het om ten volle in het leven te participeren en er niet aan te willen ontsnappen. We moeten onze illusies en troostende schijnze- kerheden los durven laten en het aandurven het leven tegemoet te treden zonder steun en zonder houvast.’ Kameel, leeuw en kind Nietzsche’s Zarathoestra vraagt ook een volledig accepteren van alle aspecten van het leven. Maar werkelijk in het leven partici- peren is niet eenvoudig, vindt Nietzsche. Daar is een gedaante- verandering voor nodig. De koorddanser, die het pad richting übermensch bewandelt, maakt driemaal een transformatie door. De eerste overgang is de transformatie tot kameel. Deze staat symbool voor een mens die ontberingen durft te doorstaan in zijn zoektocht naar de waarheid. Maar een kameel zoekt deze waarheid nog wel uitsluitend binnen het stelsel van regels waar- in hij is opgegroeid en binnen zijn eigen cultuur. Daar breekt de zoeker op een gegeven moment uit. De ka- meel verwijdert zich van de kudde en komt in de gevarenzone, waar hij voor zijn leven moet vechten. Zo transformeert de ka- meel tot een leeuw. De kameel leefde nog in de sfeer van ‘gij zult’, de leeuw roept ‘ik wil’. Hij bepaalt zelf zijn normen en zijn leven gaat niet langer gebukt onder het juk van een gods- dienst of levensbeschouwing. Tenslotte breekt voor de leeuw de laatste fase aan. Hij moet ook afstand doen van zijn ‘ik wil’ en inzien dat ‘ik’ en ‘willen’ slechts illusies zijn. Hij moet zich overgeven aan het leven zoals dat is. De leeuw transformeert dan tot het ‘kind’. Zoals een kind heeft ook hij geen vaststaande ideeën meer en staat hij open en onbevangen in het leven. Kinderen leven in het moment en kun- nen nog in totale intimiteit met het leven dansen. Volgens André van der Braak heeft dit ook zijn parallel in het Mahayana-boeddhisme. ‘De transformatie tot kind sluit aan bij het begrip ‘sunyata’, leegheid, de afwezigheid van een eigen ik. Sunyata staat voor de openheid die er altijd is, maar die wij met onze behoefte aan verklaringen dichtmetselen. In de boeddhistische oefening kan die natuurlijke openheid zich weer opnieuw manifesteren. Sunyata toont wat het betekent om echt in vrijheid, zonder houvast en geruststellende ideeën te leven.’ Liefde voor het leven zoals het is Hoe is het, zo te leven, zonder houvast en geruststellende ideeën? Voor ons analytische denken is dit angstaanjagend. Dat wil de dingen en het leven uit elkaar kunnen halen om zo elk onderdeel goed te bekijken en beheersbaar te maken. Als dat niet lukt, om- dat een verschijnsel te snel voorbijgaat of onzeker is, raakt ons analytische denken in paniek. En krijgen wij ook zelf het gevoel in een uitzichtloos rampenscenario terecht gekomen te zijn. Dat is wat velen van ons momenteel overkomt. Op alle mo- gelijke niveaus zijn er veranderingen gaande die snel op elkaar ingrijpen en het leven van alledag heel complex en onover- zichtelijk maken. En dan kijken veel mensen angstig om zich heen en zoeken hulp bij oude patronen en oplossingen. Maar die blijken niet meer te werken. De chaos die dan ontstaat, is een voedingsbodem voor talloze waanideeën, uitbarstingen van geweld en de roep om een sterke leider die van buiten af, eventueel zonder ons, orde op zaken gaat stellen. Als er nu maar uitzicht zou zijn op spoedige verbetering, dan zou dit nog te dragen zijn. Maar volgens alle analytici gaat de situatie waarin we ons nu bevinden nog wel even duren. Ook Nietzsche zag dat. Tijdens een wandeling door de Zwit- serse bergen rondom Sils-Maria in 1881 werd hij overvallen door een gedachte die hem niet meer los zou laten: de gedach- te van ‘de eeuwige wederkeer’. Terwijl het in onze aard ligt te hopen dat onze toekomst beter wordt, is de consequentie van ‘de eeuwige wederkeer’ dat er nooit iets verbetert. Het lijkt mij een van de somberste gedachten waar iemand in verstrikt kan raken. Maar Nietzsche vond er een heroïsch antwoord op: ‘Amor fati’, de liefde voor het lot. In plaats van zich te laten deprimeren door het scenario dat deze gedachte oproept, stelt Nietzsche voor het leven zoals is te omhelzen. Zeg van harte ‘ja’. Veroordeel het leven niet. Hoe het leven zich ook aan je voordoet, je omarmt het hartstochtelijk. Willeke van Hemert: Het Alkind is geboren. www.healingart.nl

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=