Reflectie 8(3) herfst 2011.vp
Christus onze Heer’ , geeft schitterend weer wat één van de be- doelingen van deze Dienst kan zijn…de Ene, God, Zijn Zoon en de Heilige Geest in ons hart te weerspiegelen, zodat wij op onze beurt dit de wereld in kunnen brengen met onze hande- lingen. En onder handelingen kan onder meer worden ver- staan: het doen, het denken, het herinneren van de Schepper en zijn Metgezellen, het danken in gebed, alleen of met elkaar, Christus Jezus pogen na te volgen, De Godmens te vinden…, in onsZelf via ons eigen pad, onze eigen afstemming, onze ei- gen vibratie. Interpretaties plaatsen in hun tijd ! “Wanneer gij u hebt opengesteld voor Zijn licht, o beminde; wanneer gij dat wat versluierd was zonder sluier hebt gezien; dan zult gij als een ster Zijn hemelbaan doorlopen. (Djalallu’ddin Rumi) Zoals gezegd, beleven wij roerige tijden, en krijgen veel doemgedachten over ons uitgegoten. Er wordt gesproken over de ‘achterblijvers’ die niet meegaan naar de vijfde dimensie, maar opnieuw, ‘later’ een kans zullen krijgen. Mensen zeggen alvast hun banen op, verhuizen naar betere oorden, of sluiten zich aan bij groeperingen die zeggen dat zij daardoor gered zullen worden. Maar was het niet Jezus Christus, die zei: “Zie, ik maak alles nieuw”? Heeft Hij niet een plaats bereid in het huis van Zijn Vader? Voor iedereen? We hebben inmiddels toch wel zoveel begrepen van de Liefde, dat zij wordt uitgego- ten over allen en iedereen? Als wij in vertrouwen Leven, (en dan Leven met hoofdletter), kunnen wij beter een helpende hand gaan bieden, waar nodig….kleine oases van rust zijn, …voor onszelf en voor de omgeving…het Leven eindigt im- mers niet? Toegegeven, het is niet eenvoudig, de wereld van- daag te overzien, maar dat neemt niet weg dat in elk mens de drang en de mogelijkheid bestaan een betere wereld te schep- pen, naar zijn eigen vermogen, naar zijn eigen standpunt. En het ‘nader komen tot…’ is van een ongekende hulp daarbij. Laten we ruimte maken in ons hart, voor onze Schepper, die ons het Universum waarin wij leven schonk om kennis te ne- men van zijn Wezen, voor onze medemensen, voor onze die- ren, voor de natuur en moeder aarde, door de Godmens in ons hart, als een Zon, toe te laten. Laten we standvastig zijn, welke calamiteit ons ook moge overkomen, als persoon of als geheel, zodat de calamiteit ons niet overspoelt, maar juist de stralen van de Godmens in ons, en buiten ons, ons moge omvatten…en we een baken blijven, op de baren van de woelige zee van de tijd. “Mijn gedachten heb ik in de aarde van je geest gezaaid, mijn liefde is je hart binnengedrongen, mijn woord heb ik in je mond gelegd, mijn licht heeft je hele wezen verlicht, mijn werk heb jou in handen gegeven”. (Hazrat Pir-o-Murshid Inayat Khan). “Jezus zei: Zie de levende wanneer je leeft, opdat je niet dood- gaat, en hem zoekt te zien en hem niet zien kunt” . (Thomas-evangelie, logion 59) “ Iemand met een leeg en zuiver hart weerspiegelt beelden van de Onzichtbare. Hij wordt intuïtief en kent onze diepste gedachten, want ‘de gelovigen zijn een spiegel voor elkaar’ “ . (Djalallu’ddin Rumi, Masnavi I, 3144-3145) (Rumi) verkregen van W. van der Zwan De Masnavi van Rumi Ook wel ‘de kleine Koran’ genoemd . Deze van oorsprong Perzische dichter en mysticus schreef de Masnavi, een leerdicht, dat zes boeken en meer dan 25.000 versregels bevat. Citaat van Sipko den Boer van Treshold: ”Het innerlijk pad waarop Mevlana (Turks voor ‘onze meester’) ons wijst, is een weg die door het hart gaat. Rumi heeft als mystiek dichter op geïnspireerde wijze gebruik ge- maakt van het woord om zeer diepe, mystieke wijsheden uit de islamitische traditie over te brengen. Toch kwam hij telkens weer uit bij het gevoel dat woorden slechts stof zijn op de spie- gel van de ‘ervaring’. In deze wereld is het zaak het hart te zuiveren, te polijsten en uiteindelijk te vervolmaken als een spiegel waarin Gods kwaliteiten zich weerspiegelen”. De trai- ning van de Mevlevi-derwisjen (en ook andere soefie-orden. -red.) bestaat daarom uit het onderwijzen en louteren van het hart. Het echte weten kómt immers uit het hart. We hebben het dan niet over het bloedpompende orgaan of een vaag beeld, maar over een bijzondere kwaliteit van de ziel, de kern van de psyche, de drempel tussen ego en geest, de plaats voor inner- lijke openbaringen” . Rumi: “ De leeuw die ging jagen … en andere dierenverhalen” Verzameld en naverteld door Wim van der Zwan. Uitgeverij Altamira 2011 . Wim van der Zwan mag zich met recht een Rumikenner noemen. Uit de Masnavi ( nog even herhaald: 6 delen met meer dan 25.000 versregels) selecteerde hij de mooiste dieren- verhalen. Dat gaat niet zomaar. Het vraagt liefde en openstelling, inleving en ‘lees- ervaring’, lezen met het innerlijke oog, alvo- rens iemand tot een keuze komen kan. Laten we ervan uit gaan dat het een persoonlijke keuze is, dan nog zal Wim van der Zwan zich terdege hebben verdiept in de weergave van de innerlijke rijkdom van deze verhalen, die im- mers voor ons, lezers, is bedoeld? Op heldere wijze beschrijft hij in de inleiding de werking van die- renverhalen, volgens Rumi, op ons mensen. “Net als dromen kunnen verhalen sluiers oplichten van de problemen waarmee je worstelt, je een flits van inzicht bieden…” en “Door inzichten en adviezen te ver- pakken, voorkomt de verhalenverteller dat de toehoorder meteen in de verdediging gaat…” Wim van der Zwan noemt dan ook de dierenverha- 26 Reflectie 8(3) najaar 2011
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=