Reflectie 9(1)vj2012.vp

krijgt wat zij gelooft of voor waar houdt, of wat tot haar cul- tuur behoort. Dat is uiterst liefdevol, want ieder wordt zo met- een gerustgesteld, hij komt altijd terecht in een omgeving die hij zonder angst kan verstaan. Maar dat maakt het ook lastig er een eensluidende beschrijving van te geven. Dat is op zich nog overkomelijk, maar wezenlijker vond ik het principiële punt van beïnvloeding. Er zit een zeker risico aan om deze reisgids te bieden, omdat het de beleving aan gene zijde bepalen kan, omdat je immers steeds eerst krijgt wat je verwacht. Dat moest worden afgewogen tegen het feit dat er nog maar amper ken- nis over het leven na de dood is, en dat mensen zich zodoende niet of nauwelijks kunnen voorbereiden op de zo belangrijke ervaring die hun leven bekroont. De Ouden zagen het belang hiervan ook in en schreven een Dodenboek of een Ars bene moriendi (de kunst om goed te sterven) met uitgebreide instructies aan de ziel hoe zij de ge- nerzijdse valkuilen moest vermijden. Maar de overgeleverde beelden uit de oude culturen en religies, die bedoeld waren voor de mensen van die tijd en plaats en die vaak alleen aan ingewijden bekend waren, kunnen wij niet meer rechtstreeks begrijpen. Het is niet onze taal. Daarnaast doen er veel misver- standen en halve, of verdraaide waarheden de ronde over het doorgaan van het leven over de grens van de dood. Er is voor deze tijd, voor deze cultuur, geen universeel Dodenboek, geen nieuwe thanatologie (leer over de dood). En er is wel behoefte aan, alleen al vanwege het simpele feit dat we allemaal eens zullen sterven, en onze cultuur daartoe geen heldere handrei- kingen meer biedt. En dat doet de bestaande literatuur over het leven na de dood ook nauwelijks. Dit komt vooral doordat de inhoud van de meeste boeken en verslagen (ik schat zelfs zo’n 90%) af- komstig is uit die eerste astrale sfeer die zich vormt naar ieders verlangen – en daarbij ook nog eens van deze kant wordt ing- evuld door onze blik (ik las in een Amerikaans boek dat vol- gens de schrijfster in de tempels aan gene zijde uitsluitend be- roemde Amerikanen les geven ...). Dit betekent dat er veel uit- eenlopende en tegenstrijdige berichten zijn, veel rijp en groen door elkaar, en ook rechtstreekse fantasieën, verzinsels en as- trale grappenmakerij. Voor een onervaren lezer is het uiterst verwarrend, en bijzonder lastig om hieruit waarheid te destille- ren, wanneer hij met zo’n veelheid aan vormen wordt gecon- fronteerd. Ik heb er daarom van afgezien mij te wagen aan veel concrete beschrijvingen, en als ik dat wel moest doen, bied ik een waaier aan mogelijkheden. Liever til ik het naar een universeel niveau en geef ik de achterliggende principes, zodat ieder de vrijheid heeft zelf zijn eigen beelden te vormen. Er is veel geschreven over de stadia van de aanloop tot de dood, de worsteling, het verzet, de ontkenning en uiteindelijk de overgave. Dit boek begint daarna. Het beschrijft de reis van de ziel vanaf het moment dat zij het lichaam verlaat en via een tussensfeer waar zij haar leven overziet, naar de eerste licht- sfeer gaat, waar zij haar dierbaren ontmoet en een woning krijgt om zich verder te ontwikkelen. Hier stoppen de meeste boeken over het leven na de dood. Maar na deze zijn er nog meer lichtsferen, die de ziel steeds verder brengen in de rich- ting van haar ware Thuis bij God. Over dat laatste valt met geen woord meer iets te zeggen, en het wordt ook hier slechts aangeduid. Maar de weg erheen blijkt beschreven te kunnen worden als een inwijdingsweg, of als stadia in bewustzijns- groei. Het was voor mij een wonderlijke ervaring te ontdekken dat het hele verhaal in essentie hierop neerkwam en zich hierin opende. En achteraf bezien was het misschien vreemd geweest als het niet zo was. Dus uiteindelijk gaat dit boek verder dan een beschrijving van sterven en het leven na de dood. Het werd een beschrijving van de bewustzijnsontwikkeling die ie- dereen eens doormaakt. Het woord God is gevallen. Dat behoeft een korte noot. We gebruiken het woord God hier als de Bron van alle Schep- ping, als de Ene in wie het Al verblijft, als de Eenheid van Liefde en Licht, als het grote scheppende Bewustzijn dat in al- les is, als Al-dat-Is. Wanneer je moeite hebt met dit woord, vanwege oude associaties, voel je dan vrij om een ander woord te gebruiken dat jou beter past, of om je oude associa- ties te helen. Evenmin heeft God een geslacht volgens mij, mannelijk noch vrouwelijk, al verwijs ik wel met het taalkun- dig correcte hij/hem/zijn naar Het. (Naar de ziel verwijs ik om dezelfde taalkundige reden met vrouwelijke voornaamwoor- den). En je hoeft ook niet in God te geloven om baat te hebben bij dit boek. Je loopt hooguit het risico dat je na het lezen hier- van wel weet dat er een God is. Elk boek over de hemel heeft altijd gelijk. Omdat het be- schrijft wat je te wachten staat en je aan gene zijde immers krijgt wat je verwacht. Zo is het een self-fulfilling prophecy. In die zin kan geen schrijver over de hemel het ooit fout doen. (Al geldt dit vooral voor de eerste astrale sfeer en niet meer voor de universele lichtsferen daarna.) Tegelijk laat dit wel zien hoe belangrijk het is je gedachten over het hiernamaals helder en positief te houden terwijl je nog hier bent. Als je dat wilt, kun je dit boek daarvoor gebruiken en je zo voorbereiden op wat eens een onvermijdelijkheid zal zijn. De hoop is dat je hierdoor uitkomt op een hoger lichtniveau, en geen genoegen neemt met de eerste astrale sfeer alsof dat de gehele hemel is. Bij het schrijven ervoer ik bij elke overgang naar een vol- gende sfeer dat er een duidelijke grensmarkering was die ik door moest gaan. Ik zat soms te kloppen op een gesloten muur en kon niet verder schrijven, tot ik er de volgende dag opeens doorheen was en er binnen kon gaan, en een totaal andere energie en atmosfeer ervoer. De ene sfeer moest goed afge- rond zijn, voor ik de volgende kon betreden. Uiteindelijk niet verwonderlijk, omdat het over stadia in bewustzijnsgroei gaat. Vermoedelijk zal het de lezer ook zo vergaan. Dus is het vol- gende aan te raden: lees een sfeer, laat hem een tijdje op je in- werken en kijk wanneer je verder kunt, ook al duurt dat mis- schien enkele weken of langer. Wat hier volgt is zoals ik de hemel zie. En ik wil me bij voor- baat verontschuldigen voor de fouten die ik zeker gemaakt zal blijken te hebben in de beschrijving (ooit kan ik misschien vanaf gene zijde nog wat aanvullingen doorgeven ...), en me excuseren dat het me niet gelukt is zoiets groots in beperkte woorden en beelden te vangen. Dus als je daar aankomt, zal het vele, vele malen glorieuzer en heerlijker zijn dan ik hier in de verste verte kan beschrijven. Maar dat is altijd het geval met een reisgids: de ervaring zelf is altijd grootser dan de bes- te beschrijving, de maaltijd altijd smakelijker dan het menu, de muziek fantastischer dan de partituur. Vergeet dus de reisgids en heb een goede reis. En bedenk bij alles wat je leest vooral dit: je hoeft niets te leren of aan te nemen van wat je hier leest. Maar je kunt met behulp van dit boek je misschien wel herin- neren wat je al heel lang weet. 9 Reflectie 9(1) voorjaar 2012

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=