Reflectie 9(1)vj2012.vp

Proloog We zijn onsterfelijke wezens, de dood kan ons niet vernietigen. We zijn als geest door God geschapen, vanaf het begin. We zijn, net als God, van liefde en licht gemaakt, dus eeuwig, want God kan alleen maar scheppen als zichzelf. We leven voor altijd tot grotere bewustwording van de Ene. Eerst vallen we als licht door sluiers heen en verdichten tot stof, vergeten onze afkomst en ons wezen, en dimmen ons licht. We incarneren, worden vlees, en denken dat we niets meer zijn dan een lichaam in een stoffelijke wereld. We vergeten God, we vergeten onze afkomst, we vergeten onze ziel. Maar wanneer we het lichaam tijdelijk weer afleggen, krijgen we weer herinnering, leven we bewust in het licht. En deze lichtervaring tilt ons op en laat onze ziel zingen. Totdat we weer incarneren, opnieuw een stofjas aantrekken, weer vergeten wie we zijn en wie God is. En dit honderden malen. En in al die honderd maal ontwaken we hier op aarde langzaam tot de herinnering van wie we zijn, zodat we dit uiteindelijk in de stof kunnen leven en zo de wereld vergeestelijken. Steeds meer staan we ons licht toe door ons heen te schijnen, en wordt onze persoonlijkheid doordrenkt van onze ziel. En in al die honderd maal klimt onze ziel in de lichtsferen ook steeds meer op naar haar Zelf, naar God. En als we totaal van licht zijn in de stoffelijke wereld, stralen we die eenvoudig weg, en zien we dat ze al die tijd een illusie was, waarop we ons levensverhaal projecteerden en uitspeelden. Dan leggen we het lichamelijke leven af en treden voorgoed toe tot de sferen van licht waar we al die tijd al verbleven als het Zelf. En bij onze schepping heeft God onze ziel drie lichtwoorden meegegeven die we in alle levens, in alle dimensies meedragen en tot ontwikkeling brengen. Deze lichtwoorden zijn zaden die in je ziel zijn geplant, en zich over alle levens heen openen. Leven na leven wordt als parel aan deze drie draden geregen: je missie, je getransformeerde pijn, je talenten, de omstandigheden van je geboorte en je dood. En zo worden de drie lichtwoorden van God nu de grote lichtstralen waarin je ziel zich ontvouwt en medeschepper wordt van het universum. Willem Glaudemans (1954): Studeerde Ne- derlandse Taal- en Letterkunde in Utrecht, promoveerde op een proefschrift over de li- teratuuropvattingen van Willem Frederik Hermans. Meteen na zijn promotie begon hij met het vertalen van spirituele boeken. O.a. de vertaling van de gnostische en vroegchristelijke teksten, de Nag Hammadi- Geschriften , en hij voerde het eindredac- teurschap van de vertaling van Een cursus in wonderen . Twee grote projecten, waarna hij zelf weer ging schrijven, sprookjes, ge- dichten en een boek over vergeving. Hij ontwikkelde het Talentenspel. * * * * 10 Reflectie 9(1) voorjaar 2012

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=