Reflectie 9(1)vj2012.vp
De Bijna Levend Ervaring Op weg naar de geestelijke geboorte Peter Kampschuur De belangstelling voor bijna-doodervaringen is nu zo levendig dat ze een beetje gevaarlijk wordt. Onder het motto ‘Dat wil ik ook!’ proberen sommigen zo’n ervaring op te wekken, met alle risico’s van dien. Waarom willen mensen uitzonderlijke ervarin- gen, ook als die verkeerd kunnen aflopen? Waarschijnlijk omdat ze lijden onder het gevoel dat ze niet echt leven, dat ze zich als ’t ware tussen leven en dood in bevinden: de bijna levend-ervaring.Maar je kunt iets heel anders doen om echt tot leven te komen, om je zelfs één te voelen met het grote Leven – en daarbij de tegenstelling tussen leven en dood te overstijgen. Extremen opzoeken is uiteraard niet iets van de laatste tijd. Van allerlei sporten kun je zeggen dat ze levensgevaar opleveren – autoracen, parachutespringen, bergbeklimmen, noem maar op. En al zulke sporten worden al lange tijd beoefend, net als mee- doen aan de oorlog en nog diverse andere bizarre activiteiten. Liefhebbers ervan zeggen vaak genoeg dat ze zich pas echt, vol- op, levend voelen als ze bij zoiets de dood in de ogen zien. Hun verhalen hebben soms iets van de triomfantelijke leus waarmee de afleveringen van de science fiction-TV- serie Star Trek be- gonnen: ‘ To boldly go where no man has gone before’ . Niet dat dat wáár is – in de dood zijn juist talloos velen ons voorgegaan – maar elke persoon die zo’n cliffhanger memaakt en kan na- vertellen dat het kantje boord was, kan zich zo’n houding aan- meten en bewondering voor z’n durf oogsten. Een moderne variant op de van oudsher bekende riskante vormen van vrijetijdsbesteding is bungy jumping. Niet hele- maal nieuw, want Zuid-Amerikaanse Indianen deden dat al lang geleden; het nieuwe is dat je in de afgrond springt terwijl je aan een elastiek zit - die Indianen deden het tenminste aan een echte liaan. De kans dat je te pletter slaat is evengoed reëel genoeg om een enorme adrenalinestoot en een flinke doods- angst te wekken. Het oogmerk van het oorspronkelijke ‘jum- pen’ was het zonder meer forceren van een bijna-doodervaring – als onderdeel van een rite de passage of inwijdingsritueel. Er was voorzien in een betekenisvolle, spirituele context en men was innerlijk voorbereid. Ten opzichte daarvan is bungy jum- ping als modern westers vermaak meestal niet meer dan een platte vertoning, al kunnen zich daarbij wel degelijk bij- na-doodervaringen voordoen. Alleen al de volle overtuiging dat je er zo dadelijk bent ge- weest is genoeg om een bijna-doodervaring te laten doorbre- ken – een werkelijk levensgevaar hoeft er niet eens te zijn. In de Joods-christelijke traditie is de doop zo’n soort rite de pas- sage, vooral in zijn oorspronkelijke vorm: die van onderge- dompeld worden in een rivier, bijvoorbeeld de Jordaan, tot je bijna verdrinkt. Toch al wat minder riskant dan het ‘jumpen’, maar destijds waarschijnlijk heel effectief om een bijna-dood- ervaring op te wekken – ook weer in een betekenisvolle spiri- tuele context. De moderne doop is in de meeste kerken gere- duceerd tot een puur symbolisch ritueel waarbij hooguit een handjevol water te pas komt. Misschien nog steeds heel bete- kenisvol maar zonder dat je het gevoel hoeft te krijgen dat je even door het oog van de naald moet. Leven vanuit de bodem De zin van zulke rituelen als de doop en het oorspronkelijke ‘jumpen’ aan een liaan lag niet alleen in het overwinnen van angst voor de dood maar ook in het verkrijgen van een glimp van één of meer dimensies meer dan het gewone leven tot dan toe, in deze fysieke en sociale wereld. En zo’n glimp kan een wakker-worden inhouden, een zich bewust worden van wie en wat we eigenlijk zijn, van een verbinding of één zijn met de Bron van al wat is, wellicht, en misschien ook een inzicht in wat ons in dit leven te doen staat. Zònder zo’n ervaring zou – dat moet men dus ook al duizenden jaren geleden beseft heb- ben – een heel mensenleven zich kunnen voltrekken als dat van een slaapwandelaar, een droom, een lethargisch proces (de term ‘lethargie’ kan zowel slaan op een ziekelijke slaap- zucht als op een geestelijke ongevoeligheid, desinteresse). De per ongeluk gewekte bijna-doodervaringen waarover mensen tegenwoordig vertellen wijzen inderdaad vaak op z’n minst op een andere manier van waarnemen, ook van zichzelf; en op het betreden van andere dimensies van bewustzijn, an- dere belevingswerelden die uiteraard net zo goed deel uitma- ken van het grote levende geheel als onze aardse wereld. Aan het begin van het Thomas-evangelie wordt Jezus ‘de Levende’ genoemd, een verwijzing naar zijn directe verbinding met ‘de levende Vader’, die Bron van al wat is. Jezus riep de mensen die hem volgden (letterlijk, en gewoonlijk te voet) op tot het echte leven, het leven vanuit de Geest. Wie Jezus’ ‘ge- heime woorden’ in deze tekst begrijpt, ‘zal de dood niet sma- ken’, wordt er gesteld. Een ‘Levende’ is in dit taalgebruik iemand die de grond van ons bestaan kent, zich daar één mee weet – iemand die leeft vanuit de bodem van onze ziel, die uit- eindelijk ‘de ongrond van het bestaan’ is, zoals bijvoorbeeld de mystici Jacob Böhme en Erik van Ruysbeek zeiden. Zo word je pas een ‘levende geest’, iemand die het ware leven leeft. Jezus drong er bij zijn fellow travellers op aan, hier echt voor te kiezen. Het is geen kwestie van een beetje aan religie doen naast je dagelijks leven. Het gaan van de innerlijke Weg kan geen hobby zijn maar vraagt om een radicaal loslaten van alle belemmeringen voor bewustwording en een evenzo radi- cale keuze voor een nieuwe manier van leven. Zo radicaal zelfs dat Jezus er een uitspraak over deed waarmee veel kerke- lijke christenen zich nog steeds niet goed raad weten omdat dit statement hard lijkt. Volgens de overlevering zei iemand tegen Jezus dat hij wel met hem mee op pad wilde, maar eerst nog zijn vader wilde begraven, waarop Jezus antwoordde: ‘Laat de doden de doden begraven, en gij Levenden, volgt mij’ – of woorden van gelijke strekking. Anders gezegd: stel je keuze voor je innerlijke Weg, je spirituele pad, niet uit, kies nu, laat er niets tussenkomen, want het is een keuze die alles van je vraagt; de conventionele plichten worden wel vervuld door degenen die deze keus niet maken. 13 Reflectie 9(1) voorjaar 2012
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=