Reflectie 9(1)vj2012.vp

Uit de Geest geboren worden Terwijl Jezus die uitspraak moet hebben gedaan tegenover iemand die nog maar net (misschien) wilde beginnen, wist hij zonder twijfel dat diegene, net als de meeste anderen in zijn gezelschap, nog door een heel transformatieproces moesten om tot dat ware leven te komen, om vanuit de Geest te leren leven. Een ‘levende geest’ was op z’n minst iemand die bereid was tot het aangaan van dat proces en dus een inwijdingsweg kon gaan. Het hele punt van die uitspraak over de doden die de doden wel begraven is dan ook, dat je je alleen kunt laten inwijden, alleen tot die transformatie komt, als je daar eerst echt, oprecht, naar verlangt. Alleen dan zal de inzet diep ge- noeg gaan, totaal kunnen zijn. Want het gaat uiteindelijk om niets minder dan sterven en opnieuw geboren worden. Een Levende, iemand die leeft vanuit de Geest, moet eerst de klei- ne dood sterven, de dood van het kleine ‘ik’ of ego doorge- maakt hebben, om vervolgens herboren te worden – dat is dan de tweede of geestelijke geboorte. De oude Chinezen verwe- zen hiernaar als ‘de nieuwe geboorte’ of ‘de geboorte van het hemelse bewustzijn in het geestelijke hart’ en in het esoteri- sche christendom is dit de betekenis van het Kerstverhaal: de geboorte van het Christuskind in ons mystieke hart. Helaas wordt deze symboliek al eeuwenlang overwegend verkeerd begrepen, ook binnen de Kerk, met als resultaat dat Kerstmis is teruggebracht tot niet meer dan de herdenking van een historische gebeurtenis. Jezus, over wie het dan zou gaan, zei intussen zelf tegen de Farizeeër Nicodemus: ‘Waarlijk, ik zeg u dat alleen wanneer iemand opnieuw geboren wordt, hij Gods koninkrijk kan binnengaan’. Volgens de Bijbel viel het penninkje nog niet, bij Nicodemus, want die vroeg vervol- gens: ‘Hoe kan een mens als hij oud is weer geboren worden en opnieuw het lichaam van zijn moeder binnengaan?’ Waar- op Jezus cryptisch antwoordde: ‘Wie uit vlees geboren werd, is vlees, en wie uit geest ontstaan is, is geest.’ Risico’s van uittreding Bijna-doodervaringen kunnen je onmiskenbaar van je bijna le- vend-ervaring af helpen en tot het ware, volle Leven brengen. Want ook al was iemand niet echt, helemaal, ‘door en door’ dood, de nieuwe levensfase ná zo’n bijna-doodervaring wordt vaak toch beleefd als een soort herboren-zijn. Toch is dat geen reden om, op welke wijze dan ook, bij- na-doodervaringen te gaan forceren. Het is niet wen- selijk omdat je levens- en leerproces dan ook voortij- dig kan aflopen, met een levensechte fysieke dood die anderen verdriet brengt en waarna je zelf in zekere zin weer helemaal van vo- ren af aan moet beginnen; en het is niet nodig omdat het gewoon ook heel an- ders kan, dat sterven en opnieuw geboren worden. Het gaat immers niet om letterlijk, fysiek (bijna) dood gaan maar om de ‘psychische dood’: het sterven van het kleine ‘ik’, het ego, ons zelfbeeld, het ‘denkende, willende en emotionele ik’ waarmee we ons doorgaans identificeren terwijl we dat niet zijn. Het is datzelfde ‘ik’ dat na een partijtje bungy jumping kraait als een haantje of zich op de borst ramt na de beproevingen van een succesvol verlopen survivaltocht. En het is niet dat ‘ik’ dat uit de Geest kan worden geboren. De tweede of geestelijke geboorte is die van een nieuw ‘ik’, een andere manier waarop je jezelf beleeft: een nieuw Zelfbesef vervangt het oude ‘ik’, dat is losgelaten. We moeten dus leren sterven, niet door de hand aan ons- zelf te slaan of ander suïcidaal gedrag uit te proberen, maar door steeds dieper te leren loslaten. We moeten gewoon zo diep leren ontspannen dat het overgave wordt. En de meest ef- fectieve, rustige en veilige manier daarvoor is meditatie, met name ademmeditatie. Mits er op een juiste wijze wordt gea- demd en zorg wordt gedragen voor een goede verbinding met de aarde – letterlijk met de aarde onder je voeten. Een nadeel van verschillende àndere vormen van meditatie is dat ze kun- nen leiden tot uittreding, vooral in de zin van: het lichaam ver- laten naar boven toe, waarbij een opwaartse energiebeweging ontstaat, in de richting van de hemel, de dimensie die ons als persoon te boven gaat. Het ontstijgen van je lichaam in opwaartse richting is iets wat ook nogal eens voorkomt bij bijna-doodervaringen en heeft grote nadelen. Weliswaar kun je iets van andere dimensies erva- ren, en ook jezelf bijvoorbeeld vanuit een zekere hoogte zien liggen op een operatietafel, of iets anders waarnemen op grote afstand van de plek waar je lichaam is, maar de vraag is of je na zo’n beginnende ‘excarnatie’ weer helemaal goed in je lijf te- rugkeert. Als je daar geen goede manier voor kent, loop je kans dat je zweverig blijft en niet meer goed met beide benen op de grond komt. Dit kan leiden tot allerlei moeilijkheden, variërend van onevenwichtigheid en onhandigheid (‘dispraxie’) tot con- flicten met anderen die niet kunnen begrijpen wat je hebt mee- gemaakt en evenmin snappen hoe anders je sindsdien de z.g. ge- wone wereld ervaart. Dat zijn dan in jouw beleving misschien de doden die het leven nog niet kennen, of, in Harry Potter-ter- men, de dreuzels die niets beseffen van de ware magische aard van de werkelijkheid. Toch kun je de conflicten met je omge- ving niet helemaal op de rekening van die anderen schrijven. Je zou misschien op jouw beurt reageren met hoogmoed en verder- gaande vluchtneigingen. Als er verwarring toeslaat kan dat zelfs uitdraaien op psychosen. De dood in je leven integreren Uittreding leidt niet tot het integreren van de dood in je leven, en brengt op zich nog niet de transformatie waarom het gaat op de innerlijke weg. In plaats van een opwaarts verlaten van het lichaam moet je bewustzijn zich van binnenuit verruimen door de schijnbare grens van de huid heen - rondom, en om te beginnen tot in de aarde onder je voeten. Dan komt er pas een evenwichtig en liefst ook geleidelijk proces op gang dat leidt tot het transcenderen van de grens om je heen, en dus tot de eenwording van ‘binnen’ en ‘buiten’, terwijl je met beide be- nen op de grond blijft. Pas zó kun je andere dimensies van het grote bestaan integreren in je leven als mens tussen de mensen, in deze aardse en sociale wereld. Opwaartse uittreding en het gevoel dat je een beetje boven je lichaam hangt brengen het ri- sico met zich mee dat je in je oude ‘ik’ blijft steken, dat niet 14 Reflectie 9(1) voorjaar 2012 Het christuskind in het mystieke hart (getekend door een 12-jarig kind)

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=