Reflectie 9(1)vj2012.vp

wordt getransformeerd of losgelaten maar slechts zichzelf ver- heft boven het lichaam, het aardse en de anderen. Voor het overwinnen van de bijna-levendervaring – het ge- blokkeerd zijn, het vastzitten, misschien zelfs het gevoel dat je meer dood dan levend bent – is het allereerst nodig dat je ener- gie weer stroomt zoals het hoort. Meestal heeft men zijn of haar energie lange tijd ingehouden, emoties niet geuit of in ge- drag omgezet dan wel losgelaten maar zichzelf vastgezet in een bepaalde zelfopvatting – het ego – en alle narigheid die daarbij hoort. Om weer een vitaal, volop levendig gevoel te krijgen, moet er dus een hoop worden losgelaten. En dat gaat alleen diep genoeg als je goed ademt. Men staat er zelden bij stil maar de meeste mensen ademen tamelijk verkeerd: vanuit een te hoge plek in- en niet helemaal uit. Zo bouw je spannin- gen op en hou je die bovendien vast. Het komt er dus op neer dat wàt je ook maar onderneemt om je weer vitaal, levendig of zelfs stralend te voelen – therapie, meditatie, aurabehandelin- gen, massage, whatever – zolang je verkeerd ademt, werk je jezelf tegelijkertijd tegen. Door op de juiste wijze te (leren) ademen kun je bovendien ‘centeren’ en ‘aarden’, dat wil zeggen: orde brengen in je energiehuishouding, je energie (ook het stralingsveld om je lichaam heen) bundelen, zodat je met je hele multidimensione- le wezen in het hier en nu aanwezig kunt zijn – en met die fa- meuze beide benen op de grond, hetgeen erop neerkomt dat er een (energie)verbinding is vanuit je persoonlijke energiebron in het bekken met het energieveld van de aarde onder je voe- ten. Een beetje kleien en in de tuin spitten is daarvoor echt niet genoeg, want je energie moet op de juiste wijze stromen, door al je meridianen, je chakra’s, enzovoort. Daar is echt meer voor nodig: bijvoorbeeld aandacht, geduld, loslaten, bewust ademen. Zo kun je ook met de uitademing mee loslaten wat er niet in je hoort te blijven hangen. Vooral in de lengterichting naar beneden. Wie op de juiste wijze ademt, vanuit de diepte van het bek- ken in- en helemaal uit, en daarbij het stromen van energie door de meridianen aandachtig volgt, richting teentoppen en zelfs door de voeten heen de aarde in, die kan veel dieper ont- spannen dan men doorgaans voor mogelijk houdt. En dàn is men klaar voor de volgende fase, de eigenlijke meditatie – het verstillen, de overgave, de totale aanvaarding van- en het één worden met al wat leeft. Overal doorheen ademen Stel dat je, bijvoorbeeld na voorbereidende oefeningen, diep ontspant – liggend, staand of zittend. Je volgt het stromen van je energie in de lengterichting naar beneden, met de uitade- ming mee. Je voelt: uitademen is loslaten, er gaat iets van bin- nen naar buiten, en ik kan alles wat niet in me hoort te blijven hangen aan de uitademing meegeven: laatste restjes spanning, pijn, emoties en zelfs gedachten. Rustig laat ik de uitademing helemaal uitlopen, en dan komt er een pauze. In die pauze na de uitademing hoef ik al- leen maar te wachten tot de inademing weer vanzelf komt. Ik verhaast die volgende inademing dus niet, maar stel die even- min uit. In plaats daarvan laat ik het moment waarop die vol- gende inademing begint aan Moeder Natuur over. Heb ik echt met de uitademing mee alles losgelaten, en is die pauze na de uitademing werkelijk stil, borduur ik dus ner- gens op voort – door toch weer iets te denken, bijvoorbeeld, door me aan iets te ergeren of iets te willen – en blijf ik met mijn aandacht in dat gebied voorbij of onder mijn voeten, dan is die pauze een tijdloos moment. Het gaat erom dat dit trans- cendente moment wordt doorgebracht in verbinding met de aarde. Mijn meditatieleraar, Hetty Draayer, zei soms: ‘Aardse tijd gaat over in de eeuwigheid’. Zij noemt die stille pauze, dit mo- ment van niet-ademen, ‘het heilige moment’. Er is ruimte, straling, Aanwezigheid, niet ‘ik’ maar het grote Leven. Dan komt de volgende inademing, vanzelf – ik adem niet zelf in, ik wòrd geademd. Onmiddellijk voel ik mijn basis in de huid van de bekkenbodem weer, waar de binnenkomende adem als beweging rond wordt. Zo word ik opnieuw geboren. Het zou het mijn leven lang zo kunnen doorgaan, steeds weer stervend en opnieuw geboren wordend – het ademt in me, en het ademt door me heen – zolang ‘ik zelf’ niet tussen- beide kom, niet ingrijp, niets vasthoud of naar mijn hand tracht te zetten. Doe ik dat wel, dan kàn ik terugvallen in de bijna-levendervaring. En ik weet: als ik overal doorheen adem, komt er ooit één volgende inademing niet. Maar ook daar hoef ik niet naar te streven; als ik ook dan de uitademing heb laten gaan hoef ik alleen maar het grote Leven aan te nemen. Literatuur Bram Moerland, Schatgraven in Thomas, De oorspronkelijke betekenis van het Thomas-evangelie, Bert bakker, Amsterdam, 2007. Peter Kampschuur, De drievoudige eenwording in het Thomas-evangelie, Zie: http://peterkamptekst.blogspot.com/2009/03/de-drievoudige-eenwording -in-het-thomas.html. G. Quispel (vert.), Het Evangelie van Thomas, In de Pelikaan, Amsterdam, 2004. Peter Kampschuur en Ad van Beckhoven, Spiritualiteit en energie: de kundalini-kwestie, Synthese, Rotterdam, 2e dr. 2010. E. van Ruysbeek (vert.) en M. Messing (inleid.), Het Evangelie van Thomas, Ankh-Hermes, Deventer, 4e dr. 2004. J. Slavenburg, Het Thomas-evangelie – Tekst en toelichting, Ankh-Hermes, Deventer, 3e dr. 2004. Jos Stollman, Zenmeester Jezus. Het Thomas-evangelie opnieuw vertaald en geïnterpreteerd, Servire/Kosmos Z&K, Utrecht, 2001. Noot van de redactie: Dit artikel van Peter Kampschuur ver- scheen eerder in het tijdschrift Prana. Peter Kampschuur heeft een praktijk als psycholoog en ademthe- rapeut, en geeft cursussen in lichaamsgerichte, genezende ademmeditatie als weg tot Zelfbewustwording en zelfverwerke- lijking, in Amsterdam (La Verna, de cursus ‘Oefenen in éénzijn’), Utrecht (Parapsychologisch Instituut, de cursus ‘Omgaan met energieën’) en Vught (‘De graal in onszelf’). Zijn website: www.peterkampschuur.nl * * * * 15 Reflectie 9(1) voorjaar 2012

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=