Reflectie 9(1)vj2012.vp

Over Leven in Liefde Els Kikke [ Ingekort door de redactie ] Liefde is onbegrensd. Het is het leven zelf. Het ademt door ons heen. In het oud-Aramees, de taal die Jezus sprak, is liefde, het woord ‘al’, hetzelfde woord als ‘adem’, ‘leven’ en ‘god’. De onbegrensdheid van liefde boezemt nogal eens angst in. We probe- ren die angst een halt toe te roepen door de liefde op te delen in hapklare brokken. Dan veranderen we daarmee het wezenlijke ervan: de onbeperktheid. We beperken liefde en leven dan tot een overlevingsstrategie. Daardoor verliezen we het contact met ons lichaam en met onze omgeving. Onze innerlijke ontdekkingsreis en verdere ontwikkeling stagneren. Dit onder ogen zien is een daad van liefde die ons weer laat ervaren wat liefde voor ons kan betekenen. We ontdekken dan dat, in plaats van onszelf te verliezen in liefde, waar we bang voor zijn, onszelf er juist veel bewuster in gaan ervaren als autonome wezens. Hoe autonomer we zijn, hoe veiliger we ons voelen in verbondenheid en hoe bewuster we liefde kunnen herkennen en beleven in het meest basale, eenvoudige wat op ons pad komt. Het idee dat we van elkaar afgescheiden individuen zijn, ieder met een eigen identiteit, geeft een gevoel van geborgenheid. In de ontwikkeling van zuigeling tot individu dat op eigen kracht, letterlijk en figuurlijk, leert zichzelf staande te houden, spelen veilige grenzen die de ouders aangeven, een cruciale rol. Maar de ervaring van onbegrensde liefde ook. Die geeft ons leven zin en maakt ons gelukkig Heb jij het gevoel een autonoom wezen te zijn?. Heb je ervaringen waarbij je het persoonlijke vlak overstijgt en je je onbegrensd voelt? Voel je je dan toch nog een autonoom wezen? Wanneer en waardoor ga je weer grenzen trekken? Hoe zien ze eruit? Wat leveren ze je op? Ego Ook al is het ontwikkelen van grenzen van ‘ons ego’ in eerste instantie onvermijdelijk, het is geen eindpunt. Het ego be- grenst onze visie en blokkeert het natuurlijke open zijn voor liefde. Het houdt zich bezig met het bezweren van angst en met hoe we ons veilig kunnen voelen. Het produceert daartoe hersenspinsels, overtuigingen, aannames, identificaties, inter- pretaties en concepten. Het zijn voor het merendeel geconditi- oneerde reflexen op ons verleden. Ze maken de onbegrensde ervaring van liefde die de basis is van ‘zijn’ tot een begrensde ervaring van fysieke afgescheidenheid. Onze huid voelt daar- mee als de grens tussen ons en onze omgeving. Maar we zijn geen afgescheiden wezens. We maken deel uit van een geheel. Wanneer we ons dat realiseren en het misschien zelfs ervaren, komt al gauw weer de beangstigende vraag opzetten: waar blijf ik als individu met mijn eigen identiteit? Onze ware natuur en de ware natuur van alles is onbe- grensd, ruimtelijk en tijdloos aanwezig. Het is de fundamente- le grond van alles. Onze ware natuur is liefde voorbij het per- soonlijke. Het is overal, in ons en om ons heen, ver voorbij onze huid, tot in de kern van onze cellen. Het lost de be- grensdheid van angst en wantrouwen op. Grenzen, die ons scheiden van anderen en van de verschillende delen in onszelf, verdwijnen. Ons hart wordt erdoor beroerd. Maar ons ego zet zich er schrap tegen. Illusie Bij velen leeft nog de illusie dat liefde van buitenaf komt. Die opvatting impliceert afhankelijkheid van anderen. Zo wordt liefde een schaars goed, iets dat je kwijt kunt raken. Een van de veelvoorkomende strategieën om dit op te vangen is de ruil- handel. ‘Ik geef jou mijn aandacht, warmte en liefde en dan zal ik in ruil daarvoor jouw aandacht, warmte en liefde wel krijgen.’ ‘Ik hou zoveel van je, dan moet je ook van mij houden.’ ‘Ik vind jou aardig, dan moet je mij ook aardig vinden.’ Je kunt je hele leven op die manier ‘liefde’ blijven geven en afwachten totdat er iets voor terugkomt. Het zal nooit terugko- men op de manier zoals jij dat wilt. Liefde is niet iets wat je krijgt. Je krijgt na verloop van tijd eerder verwijten naar je hoofd geslingerd, terwijl je toch dacht zo je best te hebben ge- daan. Het gevolg is dat je je tekortgedaan voelt en slachtoffer voelt. Daarop volgt een ketting aan reacties. Je probeert bij- voorbeeld nog meer liefde te geven tot aan uitputting toe. Je geeft echter geen liefde, maar bent bezig met een strategie om te voorzien in jouw eigen behoeften. Wanneer mensen in staat zijn zonder elkaar te leven, is er ruimte voor liefde. Als ze er dan voor kiezen met elkaar te le- ven, maken ze deze keuze niet vanuit een tekort, maar vanuit overvloed. Als zij zeggen: ‘Ik hou van jou’, is dat de expressie van deze overvloed. Deze volwassen houding komt voort uit de moed stil te staan bij wat er in ons omgaat waaruit inzicht en bewustzijn voortkomen. Dan wil je een bepaald moment niet anders, omdat je in de werkelijkheid zoals die is het po- tentieel van liefde, warmte, tederheid, kracht en vertrouwen met zoveel individuele uitdrukkingen ervan ontdekt. ‘Ik hou van je’ of ‘ik heb je lief’ zijn dan woorden die eigenlijk te eng zijn om deze beweging tot uitdrukking te brengen. Er is een innerlijk huwelijk van liefde en kracht voltrokken. Daar ligt de basis voor een goed huwelijk met een ander. Het is een sponta- ne vanzelfsprekende beweging. Afgescheidenheid en eenheid Er kan een moment komen waarop grenzen ons benauwen. Dan willen we ervan af. Dat gaat echter niet zonder kleer- scheuren Wanneer grenzen verdwijnen kan dat meteen voelen alsof wijzelf ook verdwijnen. Hoe meer we samenvallen met ons hart, dus in liefde zijn, en dat herkennen als het fundament van de werkelijkheid, hoe meer ook de door angst ingegeven hersenspinsels opspelen. Totdat we gaan voelen dat we een in- dividuele expressie van het wezen van alles zijn: onbegrensde 16 Reflectie 9(1) voorjaar 2012

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=