Reflectie 9(1)vj2012.vp

liefde oftewel leven. We voelen onze bestaansgrond. Het is de werkelijkheid en de waarheid van alles wat is. En die is onbe- grensd. De werkelijkheid wordt er een onmetelijke oceaan van liefde en goedheid door, een alles omvattend vermogen waarin niets meer onmogelijk is. Zo’n ervaring is transpersoonlijk en transformeert de afgescheiden persoonlijke ervaring van indi- vidualiteit, in eenheidsbewustzijn, met behoud van het gevoel een autonoom individu te zijn. Wat maakt bij jou dat je je een afgescheiden wezen voelt? Probeer eens met iemand samen in liefdevolle aandacht en res- pect voor elkaar, zich een gemeenschappelijke veld te laten ontwikkelen dat jullie tot uitdrukking brengen. Probeer dit samenzijn te ervaren en met elkaar te delen. Kijk daarna samen naar hoe de egostructuren een rol speelden, hoe ze op elkaar inhaakten, of jullie dissocieerden en daardoor uit de verbinding met elkaar gingen. In hoeverre probeerde je te fiksen, te manipuleren, de communi- catie weer vlot te trekken, door bijvoorbeeld je aan te passen? In hoeverre expandeerde het veld en verdwenen de egogrenzen? Kijk naar je eigen ervaring van afgescheidenheid en hoe dat jullie samen beïnvloedde. Aantrekken versus afstoten Wanneer je bewust aanwezig bent in contact met wat je voelt, ga je grenzen en afgescheidenheid herkennen. Je herkent bij- voorbeeld hoe je je huid voelt als grens tussen jou en de buiten- wereld. Of je herkent dat je een bepaalde emotie, zoals verdriet, boosheid of angst niet wilt voelen en je dan die emotie zo gaat inperken dat je ‘m minder, of helemaal niet meer voelt. Het is moeilijk om grenzen los te laten. We trekken gren- zen en scheiden ons af van onze omgeving uit zelfbescher- ming. Dat is de uitkomst van een noodzakelijke fase in onze ontwikkeling. Tegelijkertijd verlangen we terug naar de oerer- varing van onbegrensde eenheid en verbondenheid. Het plaatst ons voor het dilemma : nabijheid en dan weer afstand willen. Dat verklaart het alternerende aantrekken en afstoten van el- kaar, wat we zo vaak doen. We versmelten en verliezen ons en scheppen weer afstand door bijvoorbeeld ruzie te maken. We kunnen zo getraumatiseerd zijn geraakt door beknellende na- bijheid en zo geïdentificeerd zijn geraakt met afgescheiden- heid dat we geen nabijheid meer toelaten en dan onszelf gaan isoleren om vervolgens geforceerd dit isolement weer te door- breken. Wanneer we echter uit liefde voor de waarheid in nauw contact met ons isolement kunnen blijven transformeert dit ongezonde afstand scheppen in een gezonde autonomie. Het gaat er dus niet om dat we iets veranderen. Maar dat we in contact blijven met ons gevoel en dan verandert het. Het gaat er ook niet om dat we vermeend gewenst gedrag vertonen wat bijvoorbeeld gebeurt wanneer we ons aanpassen aan een ander. Het gaat om in contact blijven en voelen wat die ander bij ons oproept. Dan blijven we open, voor ons zelf en voor die ander. Dan manipuleren we noch onszelf noch de ander. Angst Iedereen heeft met angst te maken omdat angst een signaal- functie is waarmee we worden geboren. Angst dient als waar- schuwing voor dreigend onheil. We kunnen al bang worden wanneer er geen rekening met ons wordt gehouden, of wan- neer we het gevoel hebben er niet toe te doen omdat dat voelt als geen bestaansrecht hebben en er dus niet meer zijn. Het kan voelen als onze identiteit, uniciteit en onafhankelijkheid kwijt te zijn en dus vernietigd te worden of op te lossen dus doodgaan. In wezen is alle angst doodsangst. Wanneer we er- mee geïdentificeerd raken kunnen we in paniek raken. We val- len dan ten prooi aan rampscenario’s die ons verhitte brein be- denkt en ons fysiek in de greep neemt. Ze grijpen ons naar de keel, benemen ons de adem, de angst slaat ons om het hart en bezorgt ons pijn en koude rillingen. Het klamme zweet breekt ons uit. We verstijven en raken in shock. De mate waarin we dit voelen hangt af van onze voorgeschiedenis. Maar meestal is angst ongegrond en de reactie erop dus overbodig. Als we dit mechanisme herkennen en er laten zijn -wat niet betekent ons ermee identificeren of erdoor laten bepalen- komen we wellicht in contact met een hulpeloze wanhopige verlorenheid die we ooit gevoeld moeten hebben. Wanneer we die nu ook weer voluit de ruimte geven, geven we in feite het angstige kind van weleer opnieuw bestaansrecht en toegang tot liefde. De angst duurt dan vaak niet langer dan drie tot acht minuten en gaat over in gelukkiger makende ervaringen. Wat levert het je op om het onbegrensde te weerstaan? Wat doet het onbegrensde met je? Het gaat er niet om dat we het ego (onze grenzen) overstijgen, maar dat we het omarmen, het bevragen en het gaan begrijpen. Dat doen we door in contact te blijven met onze ervaringen en ons denken. Door de constante bewegingen en veranderingen erin nauwgezet te volgen. Valkuil We laten onze grenzen pas los wanneer we voelen ze niet meer nodig te hebben. We moeten er dus met respect en mild- heid mee omgaan Wanneer een ander grenzen aangeeft en we gaan duwen en trekken aan hem om ze los te laten, zal hij zijn grenzen eerder versterken. Het loslaten van grenzen wordt be- moeilijkt doordat in de loop van ons groeiproces oude gevoe- lens vanuit onze voorgeschiedenis nog verder bloot komen te liggen. We hebben dan de neiging weer net zo op die oude ge- voelens te reageren als toen we ze de eerste keer hadden. De egostructuur grijpt dan al gauw weer zijn kans en trekt op- nieuw grenzen. Maar als het goed is zijn we nu wel in staat om ons er niet mee te identificeren en ons er door te laten bepalen maar onze gevoelens en onze afweer ertegen te onderzoeken. Grenzen zijn dus vaak inefficiënt. Toch blijven we ze heel lang hanteren want het geloof dat we ze nodig hebben is diep in ons verankerd. We hebben het hier niet over het aangeven van gezonde grenzen. Bijvoorbeeld ‘nee’ zeggen wanneer iemand ons iets probeert op te dringen. We hebben het over grenzen die ons de illusie van bescherming geven maar in feite het tegenoverge- stelde bewerkstelligen. We hebben het hier over grenzen die ons afscheiden van de grond van ons bestaan. Er zijn vele soorten grenzen die we aanbrengen en muren die we optrek- ken waarmee we ons afsluiten van onze binnenwereld, zowel als van de buitenwereld. Om daarbij toch in evenwicht te blij- ven construeren we structuren. Deze structuren hebben weer andere onderliggende structuren, zoals trots. Het is niet ge- makkelijk daarmee geconfronteerd te worden. Een structuur betekent a priori weerstand in de een of andere vorm. Een structuur houdt tegen, zegt ‘nee’ tegen ervaringen. Het ‘nee’ geeft een gevoel van zelfbevestiging (selfassertion). Een struc- 17 Reflectie 9(1) voorjaar 2012

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=