Reflectie 9(1)vj2012.vp

Onder deze titel schrijft Mianne Bakker over mensen, vanuit haar eigen verdieping en ervaring en vanuit de ontmoetingen met hen. In dit geval met mevrouw Frank de Haan. Tijdens de doop van het kleinkind van Mary Kuska, ontmoet ik Frank. Als iedereen buiten in de tuin een overzichtsfoto aan het nemen is, zie ik Frank terugkomen, ze zoekt de stoel op die in de hal van de kapel staat. Daar hoor ik haar in zichzelf praten, … “ik zal afscheid moeten nemen van deze kapel, het zal wel de laatste keer zijn, dat ik hier kan zijn.” … Ik ben geraakt door haar woorden en ik neem mij voor haar snel te ontmoeten, maar nu bij haar thuis in haar eigen omgeving in Bilthoven, in Huize Het Oosten. Enkele dagen later vindt de ontmoeting plaats en Frank wil me over haar leven een stukje laten horen en me zo mee op weg nemen. Frank werd geboren op 16 Januari 1914, ze is dus 97 jaar. Haar wieg staat, in de tijd gezien, bijna werkelijk aan de basis van het ontstaan van de Vrij Katholieke Kerk, die ontstaan is 13 Februari 1916, de dag dat priester Wedgwood in Londen tot bisschop wordt gewijd. Mgr. Wedgwood vestigt zich later in 1924 in Naarden op het landgoed De Duinen van mevrouw Eeghen-Boissevain. Daar wordt de eerste Vrij-Katholieke kapel, gewijd aan St. Michael and All Angels, gebouwd. Frank is dan 10 jaar. Als kind woont ze in Muiden, waar haar vader hoofd van de school is. Frank is enig kind en omdat ze niet een echt stu- diekind is, besluiten haar ouders haar naar het theosofisch ly- ceum te sturen, dat heel dichtbij het landgoed ligt, waar ze 4 tot 5 jaar blijft studeren. Ze geniet van de vrijheid die deze school haar geeft. Ze spreekt vol enthousiasme over professor van Hinloopen Labberton, die eerst een kamer heeft in het tro- penmuseum en later op het landgoed en die de kinderen, vaak ook buiten de school, kennis bijbrengt! Vanaf haar dertiende jaar komt ze op het Theosofisch Cen- trum en ze wordt aangetrokken door de kapel en volgt de dien- sten zo vaak mogelijk. Ze ontmoet Mgr. Wedgwood en Mgr. Leadbeater en zovelen anderen. Ze noemt dit haar Gouden Tijd. Haar vader wil niets van theosofie en de Vrij-Katholieke Kerk weten, maar haar moeder ontdekt waarom haar dochter zo geïnspireerd is geworden en ook zij vindt nu de weg naar de Vrij-Katholieke kerk en het Theosofisch Centrum. Dan trouwt Frank en ze gaat naar Nederlands-Indië, naar het eiland Timor, waar haar echtgenoot vele jaren bestuurs- ambtenaar is. Het zijn heel mooie, maar ook heel moeilijke ja- ren. Met twee kinderen komt zij in Zuid-Celebes in een jap- penkamp terecht, terwijl haar man in een mannenkamp zit in Noord-Celebes. Ze komt door de ontberingen heen van het kamp en krijgt de kans om naar Australië te gaan, waar de eer- ste opvang plaatsvindt. Na een tijdje kan ze weer naar Timor terugkeren, waar ze haar man terugvindt. Helaas wordt hij na enige jaren ziek en afgekeurd voor het leven in de tropen. Met bloedend hart gaan ze terug naar het vaderland Neder- land. In Laren, in het Singer Museum, worden ze opgevangen. Gelukkig kan haar echtgenoot de draad van het leven weer op- pakken en wordt hij na een tijdje benoemd tot directeur van de kredietverzekeringmaatschappij te Amsterdam. Het gezin gaat in Bussum wonen waar het derde kind geboren wordt. Nu wordt de verbintenis met de Vrij-Katholieke Kerk weer levendig aangehaald. Mij treffen haar woorden aan het einde van onze ontmoe- ting: “Ik liep van school weg om naar de kerk te gaan. Ik kwam daar in een speciale atmosfeer terecht, dat deed me wat. Daar bloeide mijn hart open en daar voelde ik me thuiskomen. Zo is het altijd gebleven. In de kapel daar hoor ik thuis, daar ben ik thuis”. Als een rode draad loopt door haar leven de theosofie, met de zomerkampen, met de Tafelronde bijeenkomsten. Haar echtgenoot, die vrijmetselaar is, geeft haar de vrijheid om haar eigen weg te volgen, die toch niet zijn weg blijkt te zijn. Ze geniet van de ontmoetingen, het familiegevoel op het Centrum en tegelijkertijd geniet ze van de intimiteit die er in de kapel is, die ook zo bij haar hoort. Deze foto mag ik van haar nemen, midden tus- sen haar Indische kus- sens, ook zo een belang- rijk stuk van haar leven. Soms moet je af- scheid nemen van iets wat je heel dierbaar is, doordat je niet meer de kracht hebt om er zelf naar toe te gaan. Het af- scheid van de kapel is een van de vele stukken van afscheid die zij in haar leven mee moest maken. Toch weet ik dat zij het gevoel van diepe verbondenheid in haar hart meedraagt en daar veel kracht uit put. Ik heb haar de foto’s laten zien van de feestvreugde van de doop, waar zij enkele dagen eerder nog bij aanwezig was, samen met haar kleinzoon. Daar raakte zij mij door haar woorden die zij hardop tegen zichzelf zei, in de hal van de kapel, waar op dat moment niemand was. Ook nu weer ben ik dankbaar voor deze prachtige ontmoeting die ik mee zal blijven dragen en deze beeltenis laat haar zien als een heel bijzondere, krachtige en lieve vrouw. Naschrift van Mianne – Frank de Haan heeft zelf haar stukje niet meer mogen lezen. Ze is helaas enkele weken na ons gesprek overle- den. Wel is dit stukje gebruikt bij haar uitvaart in de kerk. Toch wil ik het aanbieden omdat familieleden waaronder ook kleinkinderen de kerk bezoeken. Het was een heel bijzondere ontmoeting met Frank. Ik ben deze reeks gesprekken begonnen bij de leden die erg op leeftijd zijn, maar ik weet dat ze met zoveel verdieping ook Reflectie lezen. Zelf hebben deze mensen heel veel voor de kerk betekent en ik zie het dan ook als een hommage aan hen om te laten zien hoe bijzonder deze mensen zijn. * * * 23 Reflectie 9(1) voorjaar 2012 ... O V E R H E T L E V E N V A N ...

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=