Reflectie 9(1)vj2012.vp

De Maaltijd des Heren De gezamenlijke viering van ‘leven in Christus’ Ojas Th. de Ronde. De ‘Maaltijd des Heren’ is altijd een van de grote mysteriën geweest van het christendom. Zij is het kloppend hart van elke chris- telijke gemeenschap. Hierin vieren christenen hun gemeenschap met elkaar ‘in Christus’. Het geheim is groot en de vormgeving ervan heeft een lange traditie vanaf het begin van het christendom. Door intensieve herbezinning sinds de 19e eeuw kon veel stof worden weggeblazen dat de traditie en de dogmatiek hierop had achtergelaten. Met name door de ontdekking van de gnostieke bibliotheek van Nag Hammadi (1) kreeg men een beter zicht op het oerchristendom. Boeiend om dit spoor te volgen. En de Begin- selverklaring van de Vrije Katholieke Kerk (2) , geïnspireerd door Charles Webster Leadbeater (3) , blijkt bij dit onderzoek een in- spirerende gids. Zo ontdekken we dat voor de eerste volgelingen van Jezus de ‘Maaltijd des Heren’ in wezen een liefdesmaaltijd was, die ze op zondagavond genoten om het geheim te vieren dat Jezus hen hun oorspronkelijke ‘Christusnatuur’ had geopen- baard. Een reden om intens dankbaar te zijn en dit met iedereen te vieren. De eerste Joodse volgelingen van Jezus leefden nog in de Joodse traditie, vierden daarom op zaterdag in eigen familie de sabbat, maar hielden op zondagavond, na een normale werk- dag, met medechristenen hun periodieke ‘verenigingsmaal- tijd’. Dit in grote dankbaarheid voor wat hen was geopen- baard. (4) Het speciale moment van ‘dankzegging’ (‘eucharisto’ in het Grieks), die op het einde van de maaltijd over brood en wijn werd uitgesproken, was aanvankelijk niet een apart ritu- eel, maar een onderdeel van deze liefdesmaaltijd. Het zijn met name de gnostische christenen die aan deze traditie trouw zijn gebleven en deze verder hebben ontwikkeld. Nieuwe, orthodoxe tradities Maar ondertussen ontwikkelden zich tegen het einde van de eerste eeuw andere tradities. Deze kwamen voort uit een visi- oen van de apostel Paulus en uit tradities die later in de tijd tot de canoniek goedgekeurde evangeliën van Lucas (leerling van Paulus), Marcus en Mattheus hebben geleid. In die tradities ging men het moment van ‘dankzegging over brood en wijn’ isoleren en het een heel bijzondere betekenis geven. Welke? Die kennen wij maar al te goed. Men ging in deze tradities benadrukken dat ook Jezus, op de avond vóór zijn lijden, brood en wijn had genomen en daarover de zegening had uitge- sproken. Dat zou dan gebeurd zijn op de avond vóór zijn lijden. Jezus zou toen, samen met zijn apostelen, het Joodse ‘feest van de ongedesemde broden’ hebben gevierd, de sedermaaltijd die het Joodse Pesach feest inluidde. Het lijden, de dood en verrijzenis van Jezus kwam zo in een heel speciale context: die van de be- vrijding van de Joden uit de slavernij in Egypte. Voor de ortho- doxe christenen, die deze traditie ontwikkelden, was dit een unie- ke mogelijkheid om Jezus’ dood de betekenis te geven van be- vrijding uit de slavernij van de zonde. En het breken van brood en het drinken van de wijn kreeg zo de betekenis van verbonden te willen zijn met Jezus’ verlossingsdood. Toen dit orthodoxe christendom eeuwen later door Keizer Constantijn tot staatsgodsdienst werd verklaard, werd deze op- vatting tot christelijk dogma verheven. Natuurlijk protesteer- den de gnostische christenen. Dit speciale moment van dank- zegging over brood en wijn, deze ‘eucharistie’, was immers aanvankelijk niet een apart ritueel dat verbonden was met Jezus’ verzoeningsdood, maar een onderdeel van de liefdes- maaltijd van de christelijke gemeenschap. Maar ze konden niet verhinderen dat de liefdesmaaltijden in diskrediet werden gebracht en losgekoppeld werden van dat ene moment van dankzegging dat nu ook een aparte, dogmatische lading kreeg als herinnering aan Jezus’ verlossende kruisdood. De gnostische christenen wilden hun ‘leven in Christus’ niet afhankelijk stellen van Jezus’ verzoenende kruisdood en zich ook niet onder de orthodoxe hiërarchie stellen. Maar zij verloren de strijd. Door Constantijn de Grote werd het dogmatisch-autoritaire christendom staatsgodsdienst. Toen werden ook de banden tussen de ‘agapè- maaltijden’ (‘agapè’ is Grieks voor ‘pure liefde’) en de orthodox geïnterpreteerde ‘eucharistie’ verbro- ken en werden deze liefdesmaaltijden op het Concilie van La- odicea (364 AD) in de basilieken zelfs verboden. Daarmee werd een belangrijke inspiratiebron voor een levende chris- tengemeenschap rond de oorspronkelijke liefdesmaaltijd, de ‘Maaltijd des Heren’, losgelaten - met alle gevolgen van dien. Het Laatste Avondmaal De exclusieve relatie tussen de ‘dankzegging over brood en wijn’ en ‘de verzoenende kruisdood van Jezus’ is sindsdien in het Westen een onbetwijfelbaar geloofsgoed geworden. De ‘heilige eucharistie’ wordt dan ook vaak gelijkgesteld met ‘het laatste avondmaal van Jezus’ of , zoals de protestant- se christenen het graag zeggen, als het ‘Heilig Avondmaal’ . Dit gegeven heeft sindsdien een cruciale rol gespeeld in de christelijke wereld en heeft ook talloze kunstenaars inspiratie gegeven. Ieder kent de beroemde afbeelding ‘ Het Laatste Avondmaal’ van de Renaissance schilder Leonardo da Vinci. Dit fresco verbeeldt Jezus’ laatste maaltijd met zijn apostelen. Een afbeelding vol rust, pijn en sereniteit, maar ook vol esote- rische geheimen die in onze tijd ook voor het grote publiek be- kend beginnen te worden. (5) Dit idee van Jezus die een Joodse sedermaaltijd viert als zijn ‘laatste avondmaal’ is ook de laatste tijd weer tot de ver- beelding van een aantal christenen gaan spreken. Voor een groep christenen was dit op Pasen enige jaren geleden (6) aan- leiding tot een gewaagd, maar niet geheel goed doordacht, oecumenisch experiment. Zij zochten contact met de Joodse gemeenschap om rond Pasen met hen het Joodse Pesach feest vieren. Dit als herinnering aan Jezus, die – volgens de ortho- doxe traditie – op de avond voor zijn dood ook met zijn apos- telen ‘het feest van de ongedesemde broden’ vierde. Maar de Joodse gemeenschap maakte de christenen er op attent dat Pe- sach een feest is van en voor de Joodse gemeenschap. Volgens hen heeft het niets met Jezus’ kruisdood te maken. Terecht? 24 Reflectie 9(1) voorjaar 2012

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=