Reflectie 9(1)vj2012.vp

iedereen doet mee. Maar het is wel heel inspirerend.’ Mijn vriendin voegde er aan toe dat dit misschien wel heel erg sim- pel klinkt, maar voor haar maakte dit haar zondag.’En als ik weer thuiskom, zal ik dit wel heel erg missen.’ Op mijn vraag of iedereen in het ziekenhuis hieraan mee mag doen, antwoordde ze volmondig ‘ja’. Wie meedoet moet wel respect kunnen opbrengen voor wat er gebeurt. ‘Maar waarom zou je grenzen stellen?’ vroeg ze. ‘Is ieder niet in zijn diepste wezen kind van God, goddelijk? Jezus heeft zijn god- delijke natuur – de Christusnatuur – ook ontdekt en is toen ieder die het horen wilde gaan vertellen dat deze verbinding voor ieder mogelijk is. Waarom zouden wij dan iemand uit- sluiten? In het Oosten noemen ze dit de ontdekking van je Boeddha natuur. Die sluiten toch ook niemand uit? Ze sporen juist iedereen aan om deze diepte van jezelf te ontdekken. De Dalai Lama zei onlangs nog dat je daarvoor ook niet je chris- telijke wortels hoefde los te laten. Integendeel, zei hij, je kunt er een betere christen van worden.’ Ik vertelde haar hoe blij ik ben dat te horen en we komen tot een heel intens gesprek. Actuele situatie Gelukkig heeft studie van het oerchristendom de oorspronk- elijke verbinding tussen de agapè-maaltijden en de eucharistie herontdekt en worden er in sommige kerken, ook in de VKK, voorzichtige pogingen gedaan de banden tussen de ‘eucharis- tie’ en ‘agapè-viering’ weer te herstellen. Dit gebeurt als er na de viering van de ‘eucharistie’ in dezelfde kerk door de aan- wezigen weer samen ‘in liefde en dankbaarheid’ gegeten en gedronken wordt. Sommigen gaan een stap verder. Zoals Cees den Heyer, voormalig hoogleraar aan de Theologische Universiteit in Kam- pen. In ‘Het boek der verandering’, een inspirerend geschrift over de bijbel als bron van alternatief christendom (9) , ziet de auteur in de oorspronkelijke christelijke liefdesmaaltijden zelf inspiratie voor vernieuwing van de viering van de ‘Maaltijd des Heren’. Zo schrijft hij: ‘Ik stel me geen kerkdienst voor, maar een maaltijd met vrienden en bekenden. Er wordt gegeten en gedronken. Natuurlijk, maar belangrijker nog zijn de teksten die worden gelezen en besproken.’ Welke teksten? Die kunnen per keer wisselen, maar voor het christelijke Pasen stelt hij voor : ‘Verhalen uit het boek Exodus, maar ook het verhaal over het lijden en sterven van Jezus. En de verhalen die vertellen dat mensen de moed hadden niet bij de pakken neer te zitten, maar tegen elkaar zeiden: ‘hij leeft’ – en ze bedoelden te zeggen; ‘zijn leven is een bron van inspiratie’.’ (10) Dit onderwerp is nog volop in beweging en de toekomst zal uitwijzen hoe men op deze weg verder zal gaan. Gebrek aan formeel gewijde functionarissen (of, omgekeerd, de notie dat iedereen priester is) zou wel eens een impuls kunnen zijn de mogelijkheden hiervan verder te onderzoeken. Beginselverklaring van de VKK Voor welk standpunt kiezen de christenen, verenigd in de VKK? In de ‘Beginselverklaring’ (2) lezen we dat de ‘Maaltijd des Heren’ bij voorkeur Heilige Eucharistie wordt genoemd ‘om de nadruk te leggen op de dankbaarheid waarmee men deze moet benaderen.’ En dat ‘in dit gezegend sacrament Jezus Christus geestelijk tegenwoordig is in de vorm van brood en wijn.’ Hierin kunnen we een echo horen van de beleving van de eerste christenen, met name van de gnostische christenen. En we lezen verder: ‘De VKK verklaart met de meeste nadruk dat de Heilige Eucharistie geenszins louter een herden- king is van het leven, de dood en de wederopstanding van Christus, maar de verheven gave van Zichzelf aan Zijn Kerk.’ In deze formulering overstijgt men de loutere herinnering aan een verlossend of verzoenend feit uit het verleden. Hier wordt beleden dat we – zoals ook de eerste christenen deden – in de ‘Eucharistie’ het geheim beleven dat we ‘in Christus’ zijn. Natuurlijk, want de Christusnatuur is ons diepste wezen. We leven in Christus en Christus leeft in ons. Dat vieren we. Een beter formulering van het geheim van de ‘Maaltijd des Heren’ kan niet gegeven worden. Ojas Th. de Ronde behaalde in 1970 zijn doc- toraal theologie aan de Universiteit van Nijme- gen. Daarna verbleef hij enige jaren als spiritu- eel zoeker in India. Na zijn terugkeer in Neder- land begon hij, samen met zijn vrouw, het coa- ching- en counselingbureau Fenix en werd hij docent aan de Humanuniversity, een internatio- naal centrum voor therapie en meditatie. Mo- menteel geeft hij workshops, schrijft artikelen en verzorgt wekelijkse webradio uitzendingen ‘De Nieuwe Mens’, www.denieuwemensen.eu . Noten (1) www.gnosis.nl/de-nag-hammadi-geschriften (2) www.vkk.nl/Beginselverklaring, ad 10 (3) Charles Webster Leadbeater, De Wetenschap der Sacramenten , 1924 (4) Prof. Dr. Henk Jan de Jonge, Raadsels rond de zondag, Dies-rede Leidse Universiteit, 8 februari 2006. (5) Dan Brown, De Da Vinci Code, Bantam Books, 2003 (6) www.trouw.nl/archief/article1317311 (7) Marcus Borg: Q – het verloren evangelie , Meinema, 1997 (8) Het Thomas Evangelie, Karnak, 1980 (9) Cees den Heyer, Het boek der verandering- de bijbel als bron voor een alternatief christendom, VU uitgeverij, 2006 (10) idem, p. 151 Noot van de redactie m.b.t. agapè. In de bundel ‘De innerlijke weg – spirituele tradities over verinner- lijking’, red. Theo van Leeuwen en Heidi Muijen, Kampen 2007, houdt emeritus hoogleraar kennisleer en metafysica prof. dr. Otto Duintjer in het artikel op p. 18-34 een betoog over agapè. En wel als volgt: ‘Dat het woord ‘naastenliefde’ tegenwoordig voor menigeen een irreële, we- reldvreemde klank heeft gekregen, kan deels te wijten zijn aan de ong- elukkige vertaling van het Griekse agapè met ons woord ‘liefde’. (…) ‘Wij gebruiken steeds hetzelfde woord ‘liefde’ voor heel verschillende dingen die in het Grieks met aparte woorden worden aangeduid. En het vaakst hebben we het over liefde en liefhebben in de betekenis van iemand ‘lief vinden’, iemand waarderen op grond van diens beminnelij- ke kwaliteiten: erotisch aantrekkelijk of een goede kameraad. En dat is niet de betekenis van het woord agapè.’ (…) ‘Aanvankelijk was agapè een aanduiding voor het begroeten en verwelkomen van gasten. Daar- in valt te horen: toelaten tot de ruimte van je bewustzijn, waar die gas- ten dan nog allerlei gedrag kunnen vertonen, waarop weer diverse ant- woorden mogelijk zijn.’ (…) ‘Minstens gaat het erom de ander te herkennen en te erkennen als óók een bewust wezen. Dus niet alleen als een verschijnsel binnen jouw gezichtsveld, iets wat gezien wórdt, maar als een wezen dat zelf kijkt en ziet, zelf ook een gezichtsveld is, in een gedeelde open ruimte. Dan wordt wederkerigheid mogelijk in de zin van een verstandhouding, namelijk wanneer je over en weer elkaar ziet en aan elkaar laat zien dat jij ziet dat hij/zij jou ziet.’ * * * * 26 Reflectie 9(1) voorjaar 2012

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=