Reflectie 9(1)vj2012.vp

De Veda’s en het Goddeeltje Aat-Lambèrt de Kwant Bij het redigeren van OHM-Vani , het omroepmagazine van OHM, kreeg ik het boeiende artikel van drs. H. Rambaran, “ASAT, het ‘goddeeltje’” onder ogen. Rambaran schrijft over de grote opwinding in de wereld van de natuurwetenschap. Onderzoekers van CERN, een onderzoeksinstituut in Genève, melden in december 2010 een doorbraak. Ze zouden op het spoor zijn van de bouwsteen van het heelal. Het gaat om het zogeheten Higgs-deeltje (Higgs-boson). Dat deeltje zorgt er- voor dat alle elementaire deeltjes bij elkaar worden gehouden en massa krijgen. Naar dat deeltje wordt al lang gezocht. Ram- baran wijst erop dat in zowel de wetenschap als in de levens- beschouwingen wel eens het vermoeden werd uitgesproken over het bestaan van een ‘iets’, maar dat men verschillende wegen bewandelt om dat vermoeden te onderzoeken. Levens- beschouwingen gaan de spirituele weg op en wetenschappers maken gebruik van het experiment. Hoezo wetenschap versus spiritualiteit? Het vermoeden voor het bestaan van een nog onbekende ‘missing link’ ontstaat wanneer waarnemingen het resultaat van berekeningen op basis van bekende premissen niet onder- steunen. Neem het zogeheten Higgs-deeltje. Peter Higgs sprak bijna een halve eeuw geleden het vermoeden uit van het be- staan van een ‘subtiel deeltje’ dat aan subatomaire deeltjes massa zou geven. Daardoor kunnen de atomaire deeltjes zijn wat zij zijn en zich gedragen, zoals zij zich gedragen. Dit deel- tje zou één van de elementaire bouwstenen van het universum zijn en wordt door velen ook wel het ‘goddeeltje’ genoemd. Na lang zoeken is in CERN onlangs enig teken van dit Higgs-deeltje (Higgs-boson) gevonden. Vervolgens (en dat is van belang!) wijst Rambaran erop dat binnen de vedische le- vensbeschouwing in het verre verleden de overtuiging is uitge- sproken van het bestaan van het ‘goddeeltje’, ‘tat’, maar dat nooit het bestaan daarvan experimenteel aangetoond. “In de Rig-veda zijn op diverse plaatsen vragen gesteld naar de oorsprong van het heelal en het materiaal waarmee het universum zou zijn opgebouwd. Rishi’s, zieners, waren in de tijd dat de Upanishads en de Brahmanas verschenen, doord- rongen van het idee dat het universum moet zijn voortgeko- men uit het meest fijne wat er kan bestaan. Naar menselijke maten duidt men dat subtiele aan met ‘asat’ (Niet-Zijn), ‘Niets’ of actieve ‘Leegte’. In filosofische verhandelingen komt dit idee ter sprake (zie onder meer ‘Chândogya Upanis- had 6,12’, ); een gesprek tussen vader Udâlaka en zijn zoon Shvetaketu: Mijn zoon, laat mij de ware aard van het aldoordringend Ene-Zijn uitleggen: v. Breng mij een vrucht van die waringenboom. mijn kind. z. Hier is hij, vader. v. Splijt haar open, mijn zoon. z. Zij is open, vader. v. Wat zie je van binnen? z. Kleine zaadjes, vader. v. Breek een daarvan doormidden, mijn zoon. z. Ik heb hem opengebroken, vader. v. Wat zie je van binnen? z. Niets, helemaal niets, vader. v. Waarlijk mijn zoon, uit die ijle essentie, die je niet ziet en niets noemt, komt de immense waringenboom voort. Geloof mij jongen, die onzichtbare en ijle essentie, de ziel van het hele universum, dat is de werkelijkheid en dat ben jij ook in essentie. Tat-tvam-asi!” Ik beweer niet dat de oeroude Veda’s álle antwoorden geven. Wel hebben mensen sinds onheuglijke tijden nagedacht over de vraagstukken van het leven. Er zijn vele bronnen waar we uit we kunnen putten. De bron van de beschaving en wijsheid van de Veda’s zijn daarvan de oudste en meest oorspronkelijke. De oeroude mantra’s waaruit de Veda’s zijn samengesteld belichten alle denkbare gebieden van het leven tot in de klein- ste details, waarbij het gaat om de principes en toepassingen van bestaan, leven en groei, die voor alle tijden hun waarde behouden. Het fundamentele uitgangspunt is dat alles voort- komt uit dezelfde universele bron, die zich zeer goed leent voor diepgaand onderzoek en praktische toepassingen voor het dagelijkse leven. In de vedische wereldbeschouwing, zo zegt Rambaran, wordt het universum (de ‘schepping’) gezien als een manifes- tatie van het Ene (van ‘asat’ of ‘aniha’). Hindoes kennen ‘God’ vanuit Zijn manifestaties. ‘God’ staat niet naast of bui- ten de ‘schepping’, maar is Zelf het heelal (geworden). ‘God’ gaf aan het heelal bestaan, zoals het Higgs-deeltje aan de sub- atomaire deeltjes massa zou geven. Er is niets nieuws onder de zon Nu zijn wetenschappers doorgaans op z’n zachts gezegd not amused als je ze hiermee confronteert. Ik zeg er meteen bij dat het natuurlijk hun taak is kritisch te zijn en te bevragen. De wetenschap is er niet voor om allerlei beweringen klakkeloos aan te nemen, maar in het geval van de Veda’s en oude wijs- heid zijn ze vaak bevooroordeeld. Het gaat hier immers om re- ligie en dat is verdacht. Wie zich in de Veda’s verdiept kan niet anders dan verwonderd zijn over de kennis waarover men al in lang vervlogen tijden beschikte. Er is niets nieuws onder de zon. Of ‘asat’ dan wel ‘aniha’ hetzelfde is als het ijle deeltje dat het Higgs-boson wordt genoemd, blijft ook voor Rambaran vooralsnog een vraag. Het gaat hem erom menselijke kennis wat te relativeren. “De wetenschap mag zich verheugen in een enorme invloed, maar veel wetenschappers zijn ook bewust van hun beperkingen. Mystiek nodigt ons uit te schouwen voorbij alle vormen van kennis die niet ver genoeg gaan,” zo zegt hij terecht. In maart verschijnt het boek Botsende wereldbeelden - Spi- ritualiteit versus wetenschap van Deepak Chopra en Leonard Mlodinov. Beide auteurs voeren het debat over fundamentele vragen van het bestaan: hoe is het heelal ontstaan, waar komt het leven vandaan, is de natuur ontworpen of per toeval ont- staan? Chopra beweert dat er intelligentie schuilgaat achter het heelal en bij het ontstaan van het leven. De natuurkundige Mlodinov daarentegen zegt dat de wetenschap een rationele verklaring heeft voor het ontstaan van het heelal. Ik ben be- nieuwd naar de uitkomst van dit debat. 3 Reflectie 9(1) voorjaar 2012

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=