Reflectie 9(1)vj2012.vp
God en de Zwaartekracht Johan Pameijer Sinds kort heeft Nederland een correspondent in de ruimte. Met een snelheid van ruim 28.000 kilometer per uur danst het ruim- testation waarin hij verblijft rond de Aarde. Vanuit zijn positie gezien hangt onze planeet breed glimlachend in de fluwelen duis- ternis van het universum. Ondanks de gapende leegte en de intense stilte correspondeert André Kuipers, de Nederlandse astro- naut, met het nieuwsgierige thuisfront. Zwevend bedient hij zijn laptop en wie goed kijkt kan de grijns op zijn gezicht zien als hij de vragen leest die naar hem zijn over geseind. Een van die vragen gaf mij aanleiding tot dit artikel: “Ben je daar in de ruimte God al tegen gekomen?” Of de vraag grappig is bedoeld of een bloedserieuze achtergrond heeft valt moeilijk te beoordelen, maar hij zette me wel aan het denken. Wat gebeurt er namelijk met je bewustzijn als je daar zwevend in de kosmische leegte neerziet op een draaiende bol, waarvan je weet dat daar zeven miljard mensen krioelen tussen duizenden miljarden insecten, die het aardse ecosysteem levend houden. Voordat een astronaut wordt weggeschoten ondergaat hij een intensieve voorbereiding, want op dit soort vragen moet hij een zinnig antwoord kunnen geven. Psychologische proe- ven zijn even belangrijk als lichaamstraining en technische kennis. Ver buiten het bereik van aardse omstandigheden kun- nen er vreemde dingen gebeuren in het menselijk brein. Niet iedereen kan zomaar in de ruimte zijn stekje vinden. Maar Kuipers is een stabiel mens en zijn ontnuchterende antwoord op de vragen naar God zal zeker niet in ieders straatje passen. Het achterste van zijn tong zal hij zeker niet laten zien. Een Akasha-ervaring Een van zijn beroemde voorgangers, Edgar Mitchell, deed dat wel. Hij maakte deel uit van de Apollo 14-missie naar de maan en wandelde in februari 1971 ruim negen uur, zwaar ingepakt, op onze ijskoude satelliet. Na zijn terugkeer op de aarde ontving Mitchell meerdere eredoctoraten en hij werd zelfs voorgedragen voor de Nobelprijs van de vrede. De zesde bezoeker aan de maan onderging een diepgaande transforma- tie en daar maakte hij nooit een geheim van. “Iedereen die een ruimtereis heeft gemaakt en daarbij terugkeek naar deze schit- terende, blauwwitte haven van aards leven, heeft zich vol ont- zag afgevraagd wat eigenlijk de implicaties zijn van het be- staan van levende wezens op een eenzame planeet, rondcirke- lend in het zwaartekrachtveld van een doorsnee-ster, waarvan er miljarden in ons sterrenstelsel bestaan. Hoeveel andere planeten met leven zijn er nog meer rond deze sterren?” Edgar Mitchell, die de intu- ïtie in verband brengt met een kwantumsprong, beleef- de daar op de maan een, wat hij noemde, Akasha-erva- ring . Akasha, de Indische benaming voor het allesom- vattende elektromagnetische nulpuntveld in het gehele universum, bewerkt een alle grenzen en beperkingen ver- vagende bewustzijnsverrui- ming. Wat Mitchell in de ruimte ervoer lijkt op een bijna-doodervaring. Na deze bijzondere losmaking uit het waakbewustzijn is de wereld niet meer dezelfde als voorheen. In zijn eigen woorden verandert het bewustzijn na blootstelling aan een adembene- mende ervaring als de bijna-dood of het aanschouwen van onze planeet als een lichtende bol in de zwarte ruimte, ingrijpend. “Het effect van zulke Akasha-ervaringen is grotendeels onomkeerbaar. Het gevoel van ontzag, innerlijke vrede, wel- zijn en gelukzaligheid dat met zo’n ervaring gepaard gaat, maakt het ons onmogelijk om nog langer geweld, conflicten en disharmonie te accepteren als toelaatbare gedragingen op het persoonlijke, sociale en culturele vlak. Alle bedenksels die ons verstand tot dan toe heeft gegenereerd om dergelijke gedra- gingen te rechtvaardigen, te rationaliseren of door de vingers te zien, zijn geen opties meer.” De kracht van de Ongrond Was Edgar Mitchell God daarboven tegengekomen? Het ant- woord vloeit uit de pen van Lynne McTaggert, schrijfster van de bestseller ‘Het Veld’. Nee, hij had niet Gods aangezicht aanschouwd. Het leek hem geen religieuze ervaring van de be- kende soort, als een verblindende epifanie of euforie, door de oosterse religies vaak omschreven als “extase van eenheid”. Het was alsof Ed Mitchell in een enkel ogenblik de Kracht had ontdekt en gevoeld. De Kracht of, zoals de Vlaamse mysticus Erik van Ruysbeek zegt: ‘de Ongrond’, is de ondefinieerbare drager van het ondoorgrondelijke krachtenveld dat wij in arren moede “de ruimte” noemen. Doorgaans zijn astronauten dege- lijk opgeleide wetenschappers, tech- neuten die zich nimmer overgeven aan ‘mystiek gebazel’, maar Mitchell kwam er openlijk voor uit dat de tijd- loze ruimte hem meer had gedaan dan menig collega van hem zou dur- ven toegeven. Plotseling waren zijn ogen geopend en staarde hij niet meer in skeptisch ongeloof naar de buitenzintuiglijkheid van sommige onverklaarbare verschijnselen. Tegen de peilloze achtergrond van de ruimte had Mitchell het respect ontvangen voor de mystici van de aardse wereld. In hem ontwaakte de filosoof en hij groeide uit tot een ontdekkingsreiziger van de ziel. Eenheid van het Al De lichtheid van God ervoer hij in de veerkracht van de maan- bodem. Dansend als een luchtballon overbrugde hij de verteken- de afstanden in het dorre maanlandschap, waar licht en schaduw messscherp tegen elkaar afsteken. Iedereen die de beelden van 5 Reflectie 9(1) voorjaar 2012 Edgar Mitchell vlak voor zijn reis naar de maan in 1971 Edgar Mitchell op latere leeftijd
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=