Reflectie 9(1)vj2012.vp

derneming in een geraffineerde woordkeus aan. De gedaante- verandering van Jezus is duidelijk een metafoor voor een in- tense bewustzijnsmutatie, waarvoor de drie dappere discipelen diep wilden buigen. De man van licht Verderop in het verslag wandelt Jezus op het water zonder weg te zinken, terwijl Petrus, de rots, spartelend naar een steunpunt zoekt in de rollende golven die hem gulzig willen verzwelgen. In een andere situatie berijdt de “man van licht” een ezelin en haar veulen als een onmiskenbare aanduiding van zijn geestelijke verlichting, die hem sterker maakt dan de vruchtbaarheid van het lichamelijke. Al deze metaforen leiden naar de dramatische kruisigingscene, het ultieme symbool van een verhoogd bewustzijn. Het meest vermaarde verhaal uit de wereldliteratuur stelt in een vroeg stadium van onze geschie- denis op een navrante manier het verschil tussen de misleiden- de benauwenis van het materialistische denken tegenover de overweldigende bevrijding van de ziel aan de orde. De spre- kende Jezus aan het kruis is geenszins het stervende slachtof- fer van een peloton beulen. Lichtend rijst hij boven zijn kwel- geesten uit en zijn mond spreekt teksten die de wereld over gaan. De zeven tekens bij zijn sterven (Matt. 27) volgen de zevenvoudige ontwikkelingsweg van de ziel en zijn verrijzenis verklaart de dood tot een inwijding van het ware leven. De dubbelganger Bijna onopvallend vertelt de evangelist dat geen mens een al- leenganger is. Zijn geestelijke evenbeeld vergezelt hem in de on- zichtbare wereld op al zijn tochten door de krochten van alledaag- se bekommernis. Bij zijn arrestatie in de hof van Gethsemane vlucht een anonieme jongen als een windvlaag weg, de achtervol- gers achterlatend met zijn kleed in hun handen. Voor Pilatus krijgt Jezus gezelschap van ene Barrabas, wiens naam ‘toevallig’ ook nog “Zoon van de Vader’ luidt, terwijl Jezus gekend wordt als de Zoon van de Vader. Op de stijgende bergweg naar Golgo- tha draagt niet Jezus het loodzware kruishout, maar een vreemde dubbelganger met de naam Simon van Cyrene. Aan het kruis krijgt Jezus gezelschap van een ‘goede’ en een ‘slechte’ misdadi- ger, van wie de ‘goede’ met hem in het paradijs zal zijn. Ten slot- te treffen twee voorbijgangers op de weg naar de genezende bronnen van Emmaus, een metgezel in wie zij aanvankelijk Jezus niet herkennen. Een van de twee blijft anoniem. Hij zegt geen woord en speelt in de hele anekdote geen enkele rol. Hij lijkt een overbodig element, ware het niet dat deze anonieme figuur net als de vluchtende jongen, Barrabas, Simon van Cyrene en de goede misdadiger, het beeld is van ons aller onzichtbare dubbelganger, die ons op ons levenspad vergezelt. Deze figuren vertolken dat aspect van ons bewustzijn, dat bij Edgar Mitchell ontwaakte toen hij in de ruimte zweefde en dat het medium Daniel Home onder- steunde op zijn zweefvlucht van raam naar raam. Piekervaringen Het is in hoge mate merkwaardig dat geen van de vier evange- liën de hemelvaart noemen. De vermeende schrijver van de Handelingen der apostelen, de evangelist Lucas, begint zijn verhaal er juist mee. De onmiskenbare allegorie werpt licht op onze eigen geestelijke epifanie. Kort voordat hij opsteeg horen we Jezus tot zijn discipelen zeggen: “Gij zult kracht ontvan- gen wanneer de heilige Geest over u komt.” In de taal van die tijd duidt dat op de geestelijke verlichting, die Mitchell in de ruimte ervoer en waarop enkele kortstondige piekervaringen licht werpen. Een verstokte atheïst en overtuigd materialist had zo’n ervaring en bood die ter onderzoek aan een team van de Oxford University aan. “Het was alsof mijn geest grenzen had doorbroken en zich bleef uitbreiden totdat hij versmolt met het universum. Mijn geest en het universum verenigden zich. De tijd hield op te be- staan. Alles was een en alles was in een toestand van onein- digheid. Het was alsof ik tegen wil en dank rechtstreeks werd blootgesteld aan een eenheid in mijzelf en de natuur in haar geheel. Ik leek met een ander gezicht in een andere wereld te ‘zien’.” In een commentaar bekende deze rapporteur eerlijk hoezeer de ervaring hem raakte. “Het gaf een nieuwe wending aan mijn perspectief en was op allerlei manieren een verrij- king en verruiming van mijn bewustzijn. Maar het stelde mij ook voor een raadsel – het soort raadsel dat je alleen kunt proberen op te lossen als je je scherp bewust bent van het fei- telijke mysterie van de schepping. In die zin zou ik mijn erva- ring ‘religieus’ kunnen noemen.” Kennelijk ontving deze er- vaarder de kracht toen de heilige Geest over hem kwam. Pinksteruitstorting Diezelfde heilige Geest veroorzaakte de Pinkster-uitstorting. Iedere aanhanger van welke religie dan ook verstond de taal van de geest. Tongen van vuur ontstaken de zielen in een le- vendig enthousiasme. Een rijke beeldentaal vloeide uit de pen van onze scribent. De schrijvende geneesheer Lukas liet zich helemaal gaan, nu de geest ook hem in zijn greep had. In het Pinkstermysterie schonk de traditie ons een vitaliserend ver- haal, dat pas in de tegenwoordige tijd een rationele evenknie heeft gekregen. Edgar Mitchell ervoer wat het betekende om in de geest te drijven. Hij onderging dit voorrecht dankzij het fenomeen van de ruimtevaart. Maar de Religious Experience Research Unit uit Oxford meldt een pinksteruitstorting uit ons eigen turbulen- te tijdsbestek. Niet afkomstig van een vrij zwevende astronaut in de eeuwige wereldruimte, maar van een ontspannen wande- laar in een Londense winkelstraat. Gedurende ongeveer tien minuten beleefde hij de gewichtloosheid van de geest. Zijn verslag aan de onderzoekers van Oxford University is de ultie- me Pinksterboodschap voor deze tijd. “Ik onderging fantastische ervaringen, die meestal onge- veer tien minuten duurden. Wanneer ik door een straat liep ve- randerden de dingen plotseling voor mijn ogen en werden ongelooflijk mooi en echt. De dingen die de wetenschap zegt over lichtgolven en geluidsgolven, zwaartekracht, atomen en- zovoort, waren plotseling helder en begrijpelijk Dat gold ook voor passages uit de bijbel, waarvan tot dat moment de bete- kenis me was ontgaan. Kleuren waren adembenemend mooi, alles had betekenis en alles en iedereen was EEN. Niet alleen alle mensen, maar alle dieren, planten, stenen, alles behoorde tot die eenheid. De opvatting dat alleen mensen een ziel heb- ben bleek volkomen onzinnig. Tijd zoals wij die kennen bestaat niet. Alles wat er is, is er altijd geweest, is er nu en zal er ook altijd zijn. En wij zijn hier en nu in de eeuwigheid.” Johan Pameijer (Amsterdam, 1930), gepensioneerd kunstredacteur, vrij-katholiek priester, is auteur van een flinke reeks boeken op christe- lijk esoterisch, gnostisch en algemeen spiritueel vlak; zie www.vkk.nl (bij kerkgemeente Raalte). Hij is nog steeds werkzaam als auteur van zulke boeken, en met het geven van lezingen. * * * 7 Reflectie 9(1) voorjaar 2012

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=