Reflectie herfst 2012.vp

lieten gelden. (Ja, dat doen goden nu eenmaal!) In de Griekse tragediën stonden de acteurs in contact met de goden. Zo’n masker werd ‘persona’ genoemd. Van dit woord is ons begrip persoonlijkheid afgeleid. Daarmee is begrijpelijk geworden dat onze persoonlijkheid in wezen de stuurman is van het schip, dat de golven van de wereld van existentie bevaart: in ons stoffelijk, tastbare lichaam hier! U ziet, we komen al dich- ter bij Plotinus’ uitspraak. Gaan we een stapje verder, dan is het acceptabel om aan te nemen dat het de persoonlijkheid is die probeert, boven de kakofonie van het leven in de stof hier en nu (denk aan drift, angst, begeerte,trots, verdriet, extase, ju- bel, etc.), ons eraan te herinneren wat onze oorspronkelijke opdracht in dit leven was: ons huiswerk, onze dharma. Kor- tom: de persoonlijkheid is werkzaam in de stof en conform Plotinus het ‘tussenwezen’ tussen de hogere en lagere wereld. Laten we zien wat Plato zegt: “De ziel is een immateriele substantie, onafhankelijk van het lichaam en onsterfelijk”. De persoonlijkheid vangt over de kloof van ‘behorende tot de stof’ en het ‘niet-stoffelijke’ de instructies op hoe voor dit le- ven het ‘huiswerk/ dharma’ luidt. Aan gene zijde van de kloof verblijft de tweelingbroer/ -zus van de persoonlijkheid: m.i. de ziel. De ziel, immaterieel naar aard, maakt deel uit van de ijle- re lichamen van de mens, van ons zijn. De taak van de ziel is het voortdurend trechteren van de essentie van wie wij zijn in de richting van haar pendant de persoonlijkheid, die op haar beurt sturing geeft in de wereld van existentie. Naar aard en aanleg immaterieel, naar taak als tussenwezen tussen het hoge- re en lagere, is de ziel een even waardevol onderdeel van ons totale wezen net als de persoonlijkheid dat is. Het belang van beiden is niet te onderschatten. De een kan niet zonder de an- der! Als de persoonlijkheid het dikwijls zo moeilijk heeft de kakofonie van het dagelijkse leven met al haar ups en downs te overstemmen en zich gehoord weet, dan kunnen we ons misschien voorstellen hoe moeilijk het is voor de persoonlijk- heid (als pendant van de ziel) om de fluwelen fluisterstem van de ziel gewaar te worden. Want de ziel draagt geen masker van “de goden” nu zij immers van dat selecte groepje deel uit- maakt?! Toch zal de boodschap van de ziel gehoord worden, vroeger of later en komen we weer bij Susan Smit: de ziel “ui- teindelijk haar macht zich altijd doet gelden” . Etappes in de ‘Tour de la vie’ Bij het verglijden van ons leven als individu van de ene wereld van existentie naar de volgende (= opnieuw re-incarneren) houdt het fysieke lichaam inclusief de persoonlijkheid op te be- staan, wij sterven. Bij een nieuwe afdaling van het individu in de stof bekleedt die zich met nieuwe kleren: “Zoals men nieuwe kleren aantrekt en de oude opgeeft, zo aanvaardt de ziel nieuwe materiële lichamen en geeft ze de oude en nutteloze op” (7) . Met een nieuwe persoonlijkheid, immers de opdracht voor deze nieuwe etappe in de “Tour de la Vie” luidt volstrekt anders en betekent nieuw, andersoortig huiswerk. Een nieuwe opdracht, een nieuwe uitdaging met nieuwe perspectieven, met nieuwe ‘kleding’ en een nieuwe persoonlijkheid! Ik ben er nog niet uit in hoeverre de ziel ook ‘ververst’ wordt. Ik ben geneigd madame Blavatsky (8) hierin te volgen: “Daar de menselijke ziel de emanatie van haar God is, wor- den “de Vader en de Zoon” één en vloeit de goddelijke bron als een stroom (…)”. Eerlijk gezegd bevat dit citaat een aantal begrippen waarvan ik de strekking nog niet helemaal kan be- vatten, laat staan de combinatie daarvan. Toch bespeur ik in beginsel in deze woorden een zekere dynamiek. Als het indivi- du geboren wordt, zal de ziel als vanzelf ‘uitstromen’ en over de kloof tussen Geest-Mens en Lichaam-Mens haar tweeling- partner oproepen cq. creëren: de persoonlijkheid. De ziel als duurzame begeleider bij onze arbeid op weg naar onze volledi- ge re-integratie met onze Schepper. Noten 1 ‘The lives of animals’, J.M. Coetzee, Ambo ‘Dierenleven’, 2001. J.M. Coetzee is Booker Prize winnaar (1983) en Nobel Prijs winnaar literatuur (2003). 2 Pr. Parcifal van Gessel schreef hierover in het zomernummer 2012 van Reflectie. 3 ‘Windstilte van de ziel’, J.J Hermsen, Uitgeverij De Arbeiderspers /Ten Have 2010. 4 ‘Vloed’, S. Smit, Lebowski Publishers, 2010. 5 ‘Stellingen over de ziel’, artikel (red.) in het zomernummer 2012 van Reflectie. 6 Het citaat van Plotinus was één van de stellingen over de ziel in het, onder noot 5, genoemde artikel. 7 Bhagavad-gita 2.22. 8 Zie 5. * * * Herfstaster Foto: Rudolf H.Smit 18 Reflectie 9(3), herfst 2012

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=