Reflectie herfst 2012.vp
A Common Word Dit proces is nog steeds aan de gang. Er wordt nog steeds mis- bruik gemaakt van de religie, maar ook het secularisme heeft in zijn korte geschiedenis laten zien even gewelddadig te kun- nen zijn. Wanneer moslims naar de Westerse samenleving kij- ken, of die nu christelijk is of seculier, zien zij dan ook vaak geen licht, geen hart, geen spiritualiteit. En dat, terwijl we zoveel spirituele diepte met elkaar kun- nen delen. Dat zagen een aantal jaren geleden ook een aantal moslimleiders. Zij hoorden de harde uitspraken van paus Be- nedictus XVI over de vermeende intolerantie van de islam (4) en schreven hem een brief om de dialoog te hervatten. Deze brief, die ondertekend is door 138 moslimleiders en die de in- spirerende naam draagt van ‘A Common Word’ , refereert aan het grote aantal overeenkomsten tussen de Bijbel en de Koran en aan het belang van een dialoog vanwege de grote aantallen mensen die hierin hun inspiratie vinden: ‘Christenen en Islam zijn respectievelijk de grootste en op een na grootste gods- diensten in de wereld en in de geschiedenis, en vormen, naar men zegt, resp. een derde en een vijfde deel van de mensheid. Dit maakt de betrekkingen tussen deze twee gemeenschappen van wezenlijk belang voor een zinvolle vrede over de hele we- reld. Als moslims en christenen geen vrede kennen, kan de we- reld geen vrede kennen.’ (5) Zij wilden de paus overhalen om openlijk te erkennen dat de islam en het christendom gemeenschappelijke wortels heb- ben en fundamentele waarden delen. Maar de paus bleek een harde onderhandelaar. Hij bleef afhoudend, met als argument dat er teveel dogmatische verschillen zijn. ‘Ook al zijn mos- lims en christenen leden van een familie, zij hebben teveel uit- eenlopende opvattingen over God.’ Dat moet de Islamitische leiders verbaasd hebben, want de Koran kent geen bindende dogma’s over God. Integendeel, de Koran staat uiterst wan- trouwend tegenover deze theologische speculaties en doet ze af als zann, nutteloze gissingen ten eigen behoeve over zaken die geen mens kan weten of bewijzen. Als de paus nu juist op dit punt met zijn dogmatisch standpunt over God de dialoog afhoudt, maakt hij duidelijk dat van zijn kant de deur voorlo- pig gesloten blijft. Gidsen in het duister Als het de leiders van de wereldgodsdiensten niet lukt elkaar de hand te reiken, waar is dan wel verzoening mogelijk? De Unesco, de VN-organisatie voor onderwijs en cultuur, koos voor de eenheid die mystici ervaren en met elkaar kunnen de- len. Zij koos de soefi mysticus Djalal ad-Din Roemi uit tot symbool van verzoening tussen de islam en de andere gods- diensten door het jaar 2007 tot Roemi-jaar uit te roepen. Deze dichter, theoloog en jurist, die leefde in de dertiende eeuw, richtte de soefi orde van de Dansende Derwisjen (zie af- beelding links) op en bracht in zijn mystieke werken ( Masnavi e.a.) een universele boodschap van liefde, goedheid en vrede. Hij spreekt nog steeds tot de harten van miljoenen en zijn ge- dichten behoren tot de wereldwijd meest verkochte (6) . Het jaar bracht over de hele wereld talloze mensen uit de meest uiteen- lopende godsdiensten en spirituele gemeenschappen bij elkaar. Ook van de zijde van de islam in Nederland zijn er veel handreikingen, waarbij met name de soefis inspirerende gid- sen zijn. Bekend in Nederland is de iman Abdulwahid van Bommel die in onze dagen een belangrijke rol speelt in de in- terreligieuze dialoog. Hij houdt lezingen en werkt momenteel aan de complete vertaling van de Masnavi van Roemi. Hij schrijft ook veel over en vanuit de mystiek. In zijn artikel ‘De woordeloze weg van het hart: de weg van een Nederlandse moslim’ beschrijft hij de verschillende manieren waardoor wij tot mystieke kennis kunnen komen. Hij citeert daarbij de Ko- ran als volgt: ‘Allah heeft zijn schepselen geschapen in duis- ternis en heeft hen daarna besprenkeld met Zijn licht; van dat licht moet men onthulling verwachten en dat licht glanst op uit goddelijke goedheid op bepaalde tijden en dat is waar men naar uit moet kijken… Er zijn tijdens dit leven ‘nafahaat’, goddelijke ademtochten, stelt u zich daarvoor open!’ (7) Inderdaad, in de chaos van dit moment is dit onze kans. Zoals in de begintijd van de Islam kunnen nu ook soefis en gnostici veel van elkaar leren. We kunnen leren om met nieu- we ogen te kijken, met de ogen van het hart, en zo zien wat in de duisternis verborgen is. Ojas Th. de Ronde behaalde in 1970 zijn docto- raal theologie aan de Universiteit van Nijmegen. Daarna verbleef hij enige jaren als spiritueel zoe- ker in India. Na zijn terugkeer in Nederland be- gon hij, samen met zijn vrouw, het coaching- en counselingbureau Fenix en werd hij docent aan de Humanuniversity, een internationaal centrum voor therapie en meditatie. Momenteel geeft hij workshops, schrijft artikelen en verzorgt wekelijk- se webradio uitzendingen ‘De Nieuwe Mens’ www.denieuwemens.eu Noten 1 Soera 96:2 – 5. 2 Soera 19:61 – 64 3 De soennieten eren de vier ‘rasjoedin’, de trouwe metgezellen van de profeet, als rechtmatige opvolgers van Mohammed, terwijl de sji’iten menen dat Ali ibn Talib, de naaste mannelijke verwant van de profeet, de rechtmatige opvolger is. Verder hebben zich in de loop van de geschiedenis andere, grotere verschillen in visie en leefstijl ontwikkeld. 4 Toespraak van paus Benedictus XVI, 13 september 2006 te Regensburg 5 ‘www.acommonword.org’ 6 Een uitstekende Engelse vertaling is die van Coleman Barks, The Es- sential Rumi , Harper Collings, 1996. Voor Nederland o.a. W. van der Zwan, Rumi Gedichten, Ankh-Hermes, 2006. 7 Abdulwahid van Bommel, ‘De woordeloze weg van het hart: de weg van een Nederlandse moslim’ , in: Ilse Bulthof e.a. ‘ Mijn plaats is geen plaats. Ontmoetingen tussen wereldbeschouwingen, Kampen, 2003 23 Reflectie 9(3), herfst 2012
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=