1-Reflectie 4(1)vrj07.vp
Godheid die de oorzaakloze oorzaak van zichzelf is en de geo- penbaarde Godheid die de oorzaak van de schepping is. De schepping de wereld is een daad van vrije wil van de Godheid, een zelf-openbaring, voortkomend uit het verlangen zich aan zichzelf te openbaren. Op de vraag waarom God de mens heeft geschapen, geeft Boehme als antwoord: “Opdat God een evenbeeld uit Zichzelf naar buiten zou brengen en in dit evenbeeld Zichzelf bewust worden zou.” God is het goede en de Satan is het boze, maar goed en boos is in potentie in alles aanwezig (zie kadertekst). De mens bepaalt door zijn vrije keuze welke actief wordt. Wat Boehme hier in feite zegt, is dat de mens zelf de groei van goed en kwaad in de wereld bepaalt en daar dus verantwoordelijk voor is. Alles leeft en groeit in die tweevoudigheid van boos en goed, ook wel de eenheid der tegenstellingen genoemd (Koo- le, 2002). In het Jodendom komen we deze gedachte ook tegen: de ziel is zuiver bij de geboorte. Mensen zijn geboren met een jetser hatov , een tendens om goed te doen, en een jet- ser hara , een tendens om slecht te doen. Boehme stelt, dat we door de Natuur, God – het goede – kunnen leren kennen. In alles is de Drievuldigheid aanwezig: in hout, stenen, kruiden, wormen, mensen en engelen. De Vader is de Godde- lijke Kracht, de Zoon is in de Vader, is het Hart en het Licht van de Vader. De kracht en de glans van de Zoon straalt weer terug in de Vader. De Heilige Geest is – zo zegt Boehme – de bewegelijke geest in de Vader, gaat uit van de Vader en de Zoon en vervult de Vader. De mens onderscheidt zich van de dieren door de werking van Kracht, Licht en van de Heilige Geest in zijn geest. Bij Boehme komen we net als bij Eckhart bij de Drievuldigheid de uit- en ingaande beweging tegen. De zes letters van de naam van God – Jehova – verwijzen naar de werking en kracht van God (Boehme, 1642). De schepping is doortrokken van zeven eigenschappen die zich weer oneindig verdelen. Dit doet denken aan de zevenvoudige opbouw van macro- en microkosmos. In de Bijbel de zeven lichten voor Gods Troon en bij ons in de kerk de zeven stra- len. Het gaat te ver om in het bestek van dit artikel dat verder te behandelen, maar duidelijk blijkt bij het lezen van Boehmes werken de grote overeenkomst tussen zijn opvattingen en de leringen der moderne theosofie. Het vrouwelijk aanzicht van God Dat wordt vaak de Sophia of Wijsheid genoemd. Essentiële kenmerken van de Wijsheid zijn reinheid, kennis van het Gro- te Plan, alomtegenwoordigheid en regenererend / helend ver- mogen. Het boek ‘De Wijsheid van Salomo’ is een grote lofzang van koning Salomo op de Wijsheid (zie kadertekst). Volgens Salomo hoef je niet ver te zoeken om de Wijsheid te vinden: je zult haar vinden ‘zittend aan je deur’. Omdat Zij ingewijd is in de kennis van God, het verleden en de toekomst kent, zoekt Salomo Haar om zijn bruid te worden. Ook Job geeft in zijn nood een lofzang op de Wijsheid. In de katholieke traditie is Maria – Zetel der Wijsheid genoemd – de vlees geworden Wijsheid, zoals Jezus het vlees geworden Woord is. Samen vormen Zij het volkomen en evenwichtig vrouwelijk – mannelijk Godsbeeld. Binnen de katholieke traditie zijn er vele namen voor Maria. In onze ‘ Missie & Visie’ , de ‘ Mariawijding ’ en de ‘ Bezin- ning op de Wijsheid ’ reiken wij beelden aan van het Moeder- aanzicht. Professor, priester, J.E. van der Stok werkt het vrouwelijk aanzicht van God uit in beelden en functionele werking in zijn prachtige reeks verhandelingen ‘De hemelse machten achter het kerkelijk jaar’ (van der Stok, 1998). De Mariafeesten bren- gen ons in aanraking met die hemelse machten, die door Van der Stok als vrouwelijk worden gezien. Het Moederbeginsel is de diepste bron: de Moeder-Diepte, de Grote Diepte, de he- melse Sofia of Wijsheid die alles doordringt en omvat, de Al- Ziel, de Ruimte. Een Ruimte die we ons kunnen voorstellen als een macht, een groot vermogen, de voorraadschuur van de schepping van waaruit de schepping vorm na vorm tevoor- schijn komt. De Moeder-Diepte brengt alle vormen voort. Uiteindelijk zal dat alles aan het einde der tijden, wanneer het Goddelijk plan is volvoerd, in Haar worden opgenomen. De Mariafeesten hebben hiermee te maken: met de grondslag van de openbaring, met substantie en vorm. Ze zijn het symbool van het mysterie van het ontstaan en het weer oplossen van de schepping. God de Vader is het leven en God de Moeder is de substantie, de grondslag van de stof (zie kadertekst). Van der Stok stelt, dat er voor onze Kerk een uitdaging ligt om een visie te hebben op dat vrouwelijke aanzicht en vanuit die visie de vrouwelijke, geestelijke energieën – machten – werkzaam te maken in en door de gemeente. De Drie-eenheid is een mannelijk Godsbeeld en daardoor – volgens hem – ste- riel. In andere godsdiensten, vooral in de oosterse en ook in de 12 Reflectie 4(1) voorjaar 2007 De mens draagt God in zich en de duivel. Tot wie hij zich wendt, diens metgezel wordt hij. Daarin alleen ligt zijn vrijheid.’ ‘Ieder mens is zijn eigen God en ook zijn eigen duivel. Waartoe hij zijn neiging uit doet gaan, dat drijft hem en leidt hem, diens knecht wordt hij.’ Bron: citatenlijst van internet ‘Al wat verborgen en al wat openbaar is leerde ik kennen, want de wijsheid in alle dingen bedreven, onderwees mij. In haar immers is een geest, verstandig, heilig, enig in zijn soort, veel- vuldig, subtiel, beweeglijk, klaar, onbesmet, helder, onkwetsbaar, het goede liefhebbend, scherp, onweerstaanbaar, weldadig, menslievend, standvastig, onwankelbaar, onbezorgd, alvermo- gend, alles overziende en alle geesten doordringende, de verstandige, de reine en de subtielste. Want de wijsheid overtreft in beweeglijkheid elke beweging, zij doorschrijdt en doordringt alles door haar reinheid. Want zij is een ademtocht van Gods macht en een zuivere uitstraling van de heerlijkheid van de Almachtige; daarom dringt niets wat bevlekt is, in haar door. Hoewel zij één is, vermag zij alles, en hoewel zij in zichzelf blijft vernieuwt zij het al (Wijsheid 7: 21-27).’ Het feest van Maria Geboorte (8 september) symboliseert de geboorte van de Dochter, de eerste, maagdelijke, zuivere vorm, de eerste zuivere substantie, voortgekomen uit de Diepte van de Wijsheid, de Grote Moeder. Het feest van Maria Boodschap (25 maart) wijst op de eerste openbaring van dualiteit. De smetteloos zuivere vorm biedt het Leven aan (de Vader) zich in Haar te openbaren (de geboorte van het Kind, Kerstmis, negen maanden later). Het feest van Maria ten Hemelopneming (15 augustus) is Haar grootste feest. Het symboliseert Haar grootste macht: de gehele schepping wordt door Haar meegenomen naar Haar eigen oorsprong, de Grote Moeder, de Ruimte. Maria, de Dochter, wordt in het huis van Haar Moeder opgenomen, waar Zij opgaat in de heerlijkheid van haar diepste achtergronden, om vervolgens op 8 september weer opnieuw geboren te worden en aan een nieuwe cyclus te beginnen.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=