1-Reflectie 4(1)vrj07.vp
En dan zijn er de onpersoonlijke Godsnamen, ontleend aan persoonlijke eigenschappen als liefde. Dit is al vroeg zo – tijdens het ontstaan van de VK Kerk 7 . Het symbool, de metafoor, maar in het bijzonder het ver- haal, brengt ons toch nader tot God. Het ‘verwoordt’ het Gods- besef, geeft daar vorm en inhoud aan – en wel in woorden. Die verhalen worden verteld in de Bijbel. Van grote betekenis zijn de verhalen in het Oudtestamentische Genesis, Exodus, Spreu- ken, Prediker, en veel recenter in Wijsheid van Jezus Sirach en Wijsheid (van Salomo); hier genoemd in chronologische volg- orde van ontstaan, voor zover dat althans bekend is. Hierbij zijn in het bijzonder ook de boeken opgenomen die wijsheid, of de personificatie daarvan centraal stellen, omdat wijsheid goed op- gevat kan worden als Godsbeeld; daar komen we later nog op terug. De beide ‘wijsheidsboeken’ – in tegenstelling tot het boek Spreuken – komen niet voor in de Hebreeuwse Bijbel, maar zijn wel opgenomen in de Griekse vertaling daarvan, de Septuagint. Het zijn dus apocriefe of deuterocanonieke boeken, en hebben daardoor veel minder betekenis gekregen in het heer- sende Jodendom dan het boek Spreuken. In Genesis (1-3) komt, zoals al gezegd, God ter sprake als de schepper van hemel en aarde, en van de mens; in Exodus (3) de zelfopenbaring van God aan Mozes; in Spreuken (8) wordt over Wijsheid verhaald, evenals in Wijsheid van Jezus Sirach (1; 24) en in Wijsheid van Salomo (7). Het zijn alle collectieve, oorspronkelijk mondelinge over- leveringen uit een tijdsbestek van meer dan 15 eeuwen (!), in een periode van ca 2000 v. Chr. tot ca 100 n. Chr. Deze geschriften of boeken zijn, samen met andere boeken of geschriften onder één noemer gebracht, opgenomen in één boek: de Bijbel. Het wordt gelezen alsof er uit één en dezelfde bron is geput. God de schepper Genesis begint met twee scheppingsverhalen, die, onafhan- kelijk van elkaar zijn opgetekend door verschillende auteurs. Het eerste scheppingsverhaal 8 is een lofzang op het werk van de almachtige God. De Godsnaam daarin is Elohim , een meer- voudswoord dat dus in feite ‘Goden’ inhoudt, maar in latere tijden toch als één God werd geïnterpreteerd. In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de geest van God zweefde over de wateren. God verrichtte het scheppingswerk met Zijn woord: Er zij licht, sprak God, en er was licht . Licht is het allereerste, en daarmee het belangrijkste (?), dat geschapen werd. Dan, na vijf scheppingsdagen, op de zesde dag, zei God: Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend (Gen 1:26a). En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. God zag dat het zéér goed was (Gen 1:27). Daarvóór zag Hij alleen dat het goed was, maar niet zéér goed. En op de zevendag rustte God van al het werk dat Hij verricht had; Hij zegende die dag en maakte die dag heilig. In het tweede scheppingsverhaal 9 staat niet de kosmos, maar de mens centraal (Gen 2:4b-25). De schepping van de mens is daarin geheel anders (Gen 2:7; niet zoals in Gen 1:27) . Het ge- schiedde aldus: God boetseerde de mens uit stof dat Hij van de aarde nam, en Hij blies hem de levensadem in de neus; zo werd de mens een levend wezen (Gen 2: 7) . Nu is de mens aan Ons gelijk ge- worden (Gen 3:22). Hier wordt bevestigd dat de mens naar Gods beeld is geschapen. Wat voorafging aan de schepping van hemel en aarde, en van de mens Van belang voor het Godsbeeld is te wijzen op wat aan de eigenlijke schepping van hemel en aarde voorafging. Vele eeuwen later is sprake van de gepersonificieerde wijsheid (Spreuken 8:1,22-29) . Dat het hier om wijsheid gaat, blijkt direct uit vers 1 dat verwijst naar vers 20. Wijsheid wordt als per- soon opgevoerd en wordt daarom, eerder dan wijsheid, aang- eduid met Sophia , Grieks voor wijsheid. In Spreuken is Sophia aan het woord: zij zegt dat God haar schiep nog vóór Hij aan zijn andere werken begon. Zij zegt 10 : Van oudsher ben Ik gevormd, van den beginne, vóór de eerste tijden der aarde. Toen er nog geen oceanen waren, was ik geboren. Toen er nog geen bronnen, rijk aan water bestonden; Eer de bergen waren neergelaten, werd ik geboren. Eer Hij de aarde had gemaakt en de velden en alle grondstoffen der wereld; Toen Hij de hemel welfde, was ik aanwezig. Toen Hij een kring trok boven het vlak van de afgrond; Toen Hij daarboven de wolken bevestigde; Toen Hij de zee haar grenzen stelde, dat de wateren haar oevers niet zouden overschrijden; Toen Hij de fundamenten der aarde legde: vertoefde ik bij Hem, was ik elke dag voor Zijn aangezicht. Er zijn ook de aanvullingen gegeven in wat over haar in meer mystieke taal wordt gezegd en in wat zij over zichzelf zegt. Dat vinden we in Joodse bijbelse wijsheidsliteratuur (waartoe ook Spreuken ), in de boeken Wijsheid van Salomo en Wijs- heid van Jezus Sirach. Die aanvullingen uit beide wijsheids- boeken zijn hier weergegeven in één aaneengesloten citaat 11 : Vóór alle andere dingen, helemaal in het begin, is de Wijsheid geschapen. (Sir 1:4) , en Zolang de wereld duurt, verdwijnt ze niet (Sir 24:9) En een tweetal herhalingen van bovengenoemde verzen uit S preuken: Vóór alle dingen is de wijsheid geschapen (Sir 1:4) Vóór de wereld, al bij het begin, heeft hij mij geschapen, en zolang de wereld duurt, verdwijn ik niet. ( Sir 24:9) De wijsheid is een geest die mensen liefheeft. (Wijsheid 1:6) De wijsheid, de maakster van alles, … (Wijsheid 7:22) Zij is mooier dan de zon en zij overtreft de sterrenhemel (Wijsheid 7:29) Zij is de ademtocht van Gods kracht, de pure uitstraling van de luister van de Almachtige (Wijsheid 7:25) Hoewel zij één is, kan zij alles; hoewel zij in zichzelf blijft, ver- nieuwt zij alles (Wijsheid 7:27) Zij woont bij God en is ingewijd in zijn kennis en deelgenoot aan Gods werken (Wijsheid 8:3,4) Ik stond als uitvoerster aan zijn zijde, en ik was zijn vreugde, mij dag in dag uit verheugend voor zijn Aangezicht, steeds weer. (Spr 6:30) Wie dan is Wijsheid? Wie is Sophia, de eerstgeschapene? We zien, dat in het Oudtestamentische wijsheidsboek Spreu- ken, wijsheid als persoon optreedt: Sophia. Met de proloog uit 16 Reflectie 4(1) voorjaar 2007
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=