1-Reflectie 4(1)vrj07.vp
het evangelie van Johannes (1:1-14) in gedachten, kan dit wor- den opgevat als de vrouwelijke personificatie van God, dus ongeveer als het christelijke begrip Woord. In de wijsheidstra- ditie is dan deze tweede ‘persoon’ van God echter niet manne- lijk, maar vrouwelijk; zij is niet een goddelijke zoon, maar een goddelijke dochter; zij handelt als een gedelegeerde van God (de Vader), zij is de helper door wie God de wereld schept, zij wordt ook beschouwd als degene door wie God de wereld bij voortduring ordent en bestuurt, en door haar wordt God aan de mens geopenbaard, zij wijst de mens terug naar gemeenschap met God. Zij handelt in de schepping; vervult een rol die lijkt op die van de Logos of het Woord. In het (deuterocanonieke) boek Wijsheid (van Salomo; 2e eeuw v. Chr.) wordt, zoals hierboven is aangehaald, over wijs- heid in meer mystieke taal gesproken. Wijsheid wordt vergele- ken met de adem van de macht van God, een zuivere uitstor- ting van de glorie van de Almachtige (7:25) . Ze is een ‘zelf- manifestatie’ of ‘beeld’ van God. Ze is een weerspiegeling van eeuwig licht, een vlekkeloze spiegel van het handelen van God, een beeld van zijn goedheid (7:26) .Degene door wie God voortdurend de wereld vernieuwt. Terwijl ze zichzelf blijft, vernieuwt ze alle dingen (7:27). Gedurende de tijd van het ontstaan van het Nieuwe Testa- ment schijnt de Joodse denkwereld de nadruk op Wijsheid te hebben laten vallen, mogelijk doordat beide genoemde wijs- heidsboeken niet in de Hebreeuwse Bijbel werden opgeno- men; ze worden immers als deuterocanoniek beschouwd. Wijsheid was in die tijd te vinden in de zeer gevarieerde, gnostische stromingen, maar werd in die eerste eeuwen van onze jaartelling door het christendom bestreden en verketterd. Misschien is dat ook de reden waarom wijsheid en daarmee het vrouwelijke aanzicht van God is verdwenen; zowel in het Judaïsme als in het Christendom. In latere Joodse, ‘esoterische’ geschriften als de Kabbala, verschijnt weer de figuur van de goddelijke Wijsheid als een dochter van God in het beeld van de goddelijke Shekinah – de Tegenwoordigheid van God op aarde, zo ongeveer als een wolk van de Heer die boven de verblijfplaats van de Israëlieten hing. Dit beeld vinden we terug in de hebreeuwse Bijbel 12 . Zowel Sophia, wijsheid in het Grieks, als Shekinah in het Hebreeuws, zijn vrouwelijk en werden ervaren als een vrouwelijk goddelijke tegenwoordigheid van de goddelijke Geest. Het vrouwelijke aanzicht van God herontdekt Als God in mannelijke termen wordt gedacht, dan is Wijsheid dat in vrouwelijke. Anders gezegd: Wijsheid is het vrouwelij- ke Aanzicht van God dat, lang verborgen, en nu weer tot openbaring lijkt te komen, of waarvoor wij meer ontvankelijk lijken te zijn. De goddelijke Wijsheid blijkt fundamenteel te zijn bij het tot stand komen van de schepping en is immanent in de schepping, is voortdurend aanwezig als sturend en be- schermend voor het leven. Zij komt al vroeg voor in de Joods- Christelijke traditie, maar is ondergeschikt geworden aan het mannelijke Godsbeeld. Wanneer we God in wezen met Liefde gelijkstellen – wel- licht het meest sprekende Godsbeeld dat we al in het NT vin- den 13 – en Gods gelijkwaardig aanzicht Wijsheid daaraan ‘verbinden’, ontstaat in Liefde-Wijsheid een evenwichtig en volledig Godsbeeld. Het lijkt geen toeval, dat in onze Kerk liefde-wijsheid, karakteristiek voor de ‘tweede straal’, centraal staat (en letterlijk in het midden op het altaar). Waar het aanroepen van God en het spreken over God in ge- bed en liturgie van onze Kerk nu nog dominant mannelijk is, wordt dat door het vrouwelijke, herontdekte Aanzicht van God weer in evenwicht gebracht. Het zal zeer geleidelijk tot stand komen; eenvoudigweg gaan spreken over ‘God de Vader- Moeder’ zal mijns inziens niet dat evenwicht brengen. Onze Kerk tracht al langer, op zeer bescheiden wijze, het evenwicht te herstellen in een (facultatieve!) liturgische inlei- ding tot de Eucharistieviering in de Wijsheidsmeditatie . Een verdere, passende, zinnige bijdrage hieraan kunnen wij bieden – het ontbreken van dogmatische gerichtheid geeft ons de nodige ruimte hiertoe. * Noten, verwijzingen 1. God in beelden , Reflectie nr. 1(3), voorjaar 2006, blz. 5-7 2. ‘Ge zult u geen godenbeelden maken’, het tweede van de tien geboden. Ex 34:17. Zie ook Ex 20:4; Deut 5:8; : 27:15) 3. Godsbeelden , Frank Kouwe, huidige nummer van Reflectie, voorjaar 2007 4. ‘Hoor Israël, de Heer is onze God, de Heer is één. ( Deut 6:4). Wat hier met ‘Heer’ is weergegeven is het tetragrammaton, de uit vier medeklinkers (J, H, V en H) bestaande uitdrukking voor God. Maar JHVH werd en wordt uit schroom voor de Allerhoogste meestal uitgesproken als ‘Adonai’, dat ‘Heer’ betekent, en dat in het Grieks als Kurios wordt weergegeven. Het is de Godsnaam bij uitstek. 5. In het evangelie van Johannes en ook in dat van Matteüs en Lucas komt ‘(hemelse) Vader’ als naam voor God dan ook zeer veel voor, maar vreemd genoeg niet in dat van Marcus! Verder in de brieven van Paulus of in de aan hem toegeschreven brieven en in de rest van het Nieuwe Testament: daar treffen we zeer vele verwijzingen aan naar Vader. In het Oude Testament echter komt Vader, om daarmee God aan te duiden, heel weinig voor (Deut 32:6; Ps 89:27; Js 43:6; Js 63;16; Mal 2:10 en Jer 3:19) . 6. Ex 3:14. Andere vertalingen zijn ook mogelijk: Ik zal zijn die ik zal zijn. Ik ben die Ik eeuwig ben, Ik ben, de eeuwig Zijnde, de Eeuwige, de Onveranderlijke. Hierbij steeds beseffend dat God spreekt bij wijze van spreken. 7. In het Credo van de VK H. Mis, korte vorm; in Prime en in de Completen is God geduid door liefde, (levens)kracht, waarheid, licht. 8. Gen 1:1-2:4a; 6e eeuw v. Chr. 9. Gen 2:4b -3:24) 10. Spreuken 8:1,22-29 is geheel opgenomen in de Wijsheidsmeditatie die in de VK liturgie vooraf kan gaan aan de H. Mis) 11. In [3] Godsbeelden, wordt Wijsheid 7:21-27 geciteerd en gezien als een lofzang van Salomo op de wijsheid (in een wat andere vertaling van de twee gemeenschappelijke verzen 22, 25 en 27). 12. Zie Ex 40:34-38 en met vrijwel dezelfde bewoordingen in Num. 9:15-23 13. Zie 1 Joh. 4:8 en andere verwijzingen * * * * * 17 Reflectie 4(1) voorjaar 2007
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=