1-Reflectie 4(1)vrj07.vp
DE APOCALYPS “Ontwaakt, gij die slaapt” Johan Pameijer Schrikbarend snel nadert het jaar 2012. Volgens de Mayaka- lender en naar inscripties op de muren van Egyptische tempels vermelden, het jaar van enorme veranderingen. Sommigen menen dat het ‘t jaar van de Apocalyps zal zijn. Een jaar vol rampen, revoluties, oorlogen. Schokgolven van geweld zou- den een ware omwenteling in het bewustzijn moeten veroorza- ken van de 144.000 uitverkorenen, die naar het bijbelboek Openbaring beweert, zullen overleven. Beeldende beschrij- vingen in de beruchte Rede der laatste dingen en het afsluiten- de bijbelboek de Apocalyps laten weinig te raden over. Moeten wij ons zorgen maken? Achter ons ligt een apoca- lyptische eeuw. De mens ging onmenselijk tekeer en lands- grenzen schoven als damstenen over de wereldkaart. Volkeren werden door elkaar gehusseld als speelkaarten en voormalige vijanden sloten zich tot bondgenootschappen aaneen. Einde- lijk kregen de Joden een eigen grondgebied. Over hun hoof- den heen staan de machtsblokken tegenover elkaar. Het lijkt erop dat de laatste misverstanden gewelddadig worden opgeruimd. De Apocalyps is in volle gang. In de slagschaduw van de grote conflicten drong de weten- schap door in de diepten van het heelal, ontsluierde iets van de grote kosmische geheimen, ontdekte de kwantummechanica en onderzocht de biochemische smeltovens van het leven. Wie dit alles op de voet wenste te volgen, verlegde de grens van het be- wustzijn naar onmetelijke verten. Inmiddels zijn enkele verlich- te geleerden op het idee gekomen, dat de hersenwerking wordt aangestuurd door een superbewustzijn, God genaamd. Intussen groeven Freud en Jung, gevolgd door vele ande- ren, in de menselijke ziel, ontsluierden Einstein en zijn opvol- gers de geheimen van ruimte en tijd, deed de computer zijn intrede en opende de weg naar de magische wonderwereld van de moderne techniek. De aardbol kromp tot een onbetekende golfbal ter bevestiging van de Chinese wijsgeer Tschwang Tzu, die gezegd had: Geen vlinder kan opstijgen of het wordt aan het andere eind van de wereld gevoeld. Vergeten manuscripten, opduikend uit ontoegankelijke spelonken, wierpen een totaal nieuw licht op onze religieu- ze traditie. Het Christendom van de Kerken brak plotse- ling in tientallen stukjes Christendom. Het eens zo hechte bouwwerk van conservatisme kraakte in al haar voegen. De gnostiek herleefde in volle glorie. Tibetanen, op de vlucht voor Chinese invallers, verspreidden hun mystieke leer over de hele aarde. De heilige schriften van vele reli- gies vullen de boekenplanken in onze winkels. Andere le- vensbeschouwingen bestormen ons en slechten de ver- starde dogma’s. In het eerste decennium van het derde millennium zijn wij in een opengebroken wereld beland met links de laatste resten van bekrompen conservatisme en rechts het verfrissende nieuwe-tijdsdenken. Spreken in tongen Hoewel deze opsomming verre van volledig is, bevat zij ruim voldoende informatie om nog eens de profetische tekst van Handelingen 2:2-12 te herlezen. Je kunt de bijbelse auteurs ver- wijten wat je wilt, ze beschikten kennelijk over voldoende pro- fetische vermogens om iets van de verborgenheden van de toekomst te kunnen bevroeden. De Heilige Geest vervulde hen en ze begonnen met andere tongen te spreken, ieder in zijn eigen taal en toch voor iedereen te begrijpen. Zij spraken, zoals dat heet “over de grote daden van God”. De inspiratie van de Geest, in kerkelijk jargon de “uitstorting” genaamd, wordt op- zienbarend zichtbaar in tal van ontwikkelingen, die de gemid- delde mens krampachtig wil tegenhouden. Het schijnt, dat juist deze weerstanden de apocalyptische visioenen veroorzaken. Datgene wat de oude zieners ons voorhielden, is niet anders dan de tegenwerking van grote, nog niet ontwaakte, mensenmassa’s. Niet iedereen is bereid om de integratie van religies te be- vorderen, laat staan te aanvaarden. Verstokte theologen hou- den vast aan de strenge leer van kerkvaders als Ireneus en Ter- tullianus, die de dogmatisering van hun godsdienst als de ultie- me vooruitgang beschouwden. Het corpus van gnostische lite- ratuur, ontrukt aan oeroude bodems, vindt nauwelijks waarde- ring in kerkelijke kringen. Dwingend leergezag heeft tal van gelovigen bang gemaakt voor meedogenloze sancties. Dat elk waar geloof moet berusten op volledige geestelijke vrijheid, begint druppelsgewijs door te dringen. Niet alleen het Christendom is een waar geloof. Hetzelfde geldt voor andere religies. Zelfs in de meer primitieve natuur- godsdiensten tref je min of meer gelijke ideeën aan. Dat kan ook niet anders. Religies berusten op archetypen en archetypi- sche verhalen, die overal ter wereld, weliswaar in verschillen- de vorm, al eeuwenlang worden doorverteld. Legio voorbeel- den zijn te geven over de Egyptische godheid Osiris, die terug- keert in de christelijke Jezus Christus, over Seth, diens tegen- strever, bij de Christenen de verleider Satan. Osiris’ goddelijke gemalin Isis, die volledig opging in de westerse Maria, wier voorbeeld evenzeer in de gnostische Sophia is gelegen, om van de Indische godinnen maar te zwijgen. Mythologen uit de hele wereld kwamen tot de slotsom dat er in feite maar één wereldgodsdienst bestaat, verdeeld in al- lerlei regionale religies met verschillende namen voor dezelfde goden. Heel wat minder bloed zou er vergoten zijn, als men eerder was uitgegaan van de overeenkomsten in plaats van de verschillen plus de eigen superioriteit geregeld te benadruk- ken. Het traditionele Christendom dreigt aan haar eigen arro- gantie ten onder te gaan. Alle mensen, wereldwijd en in alle tijden, hebben de be- hoefte gevoeld aan een hogere macht om te vereren en te aan- bidden. Bij hem – of haar – lag het antwoord op alle vragen. Vragen als “Wie ben ik? , ”Waar kom ik vandaan" en “Waar 18 Reflectie 4(1) voorjaar 2007
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=