1-Reflectie 4(1)vrj07.vp
ga ik heen?” bleven de nieuwsgierigheid prikkelen. De Boed- dha, een rationeel denker in hart en nieren, kwam achter de oorzaak van het lijden en proclameerde de acht edele waarhe- den als het eeuwige geneesmiddel daartegen. Jezus Christus daarentegen wenste zelf het lijden te onder- gaan, maar herrees uit de dood om de mensheid van zonden te verlossen. De gnostische Christenen stonden dichter bij de Boeddha. Zij verkozen zelf de weg van introspectie en zelfken- nis te gaan, teneinde de goddelijke vonk in het individu te doen ontwaken. Dat was een heel ander Christendom dan de Kerken gedurende vijftienhonderd jaar in stand wisten te houden. Een soortgelijk geloof schraagde het Hindoeïsme, waar yoga als de weg omhoog werd beschouwd. Brahman, de oppergod, gelijk aan de God bij de Christenen en de Allah van de Islam, weer- kaatste zich in de mens in wat het Atma wordt genoemd. Brahman, de schepper, was de eerste persoon van een drie-eenheid met Vishnoe, de onderhouder (wiens symbool de Vis was, evenals van Christus) en Shiva, de vernietiger van het materiële, teneinde het geestelijke geboren te laten worden. Deze religies wisten niets van een Apocalyps. Wel kenden zij de vernietiging van de materie, zoals gezegd, verpersoonlijkt in Shiva. In feite was deze godheid de heilige Geest van de Hin- does. Bij de Boeddhisten droeg de heilige Geest de naam Ga- nesha, de geestelijke vader van de Boeddha, wiens moeder Maya heette. Let op de naamsverwantschap met Maria. Ken uzelf Alle religies legden grote nadruk op zelfonderzoek. Het motto “Ken uzelf”, bij de Grieken al heel populair, doortrekt het hele godsdienstige leven van de wereld. Toen Jezus opriep je naas- te lief te hebben als jezelf, bedoelde hij hetzelfde. Liefhebben heeft namelijk de betekenis van kennen. Ken uzelf als de an- der. Ken uw vijanden. Zo gelezen krijgt het Christendom een heel vitale inhoud. Geleidelijk wordt duidelijk wat de Apocalyps ons wil zeg- gen. Wie zichzelf niet kent, weet niets, leert de gnosticus, maar wie zich werpt op het proces van zelfkennis, zal eerst heel wat overtollig meubilair bij het grofvuil moeten zetten. Op grond van een leven lang analyseren van dromen beweerde C.G. Jung met grote stelligheid, dat de mens meerdere bewust- zijnslagen omvat. Onder de ik-drempel gaan het onderbewust- zijn, het persoonlijke onbewuste en het collectieve onbewuste schuil. De psychotherapie, die hij ontwikkelde, richtte zich op zelfkennis, en zelfkennis had ten doel de gebieden onder de bewustzijnsdrempel in kaart te brengen en te integreren in het dagelijkse bewustzijnsleven. Jung stelde vast, dat het aan alle kanten begrensde ego on- derdeel is van het onbegrensde Zelf, en het Zelf durfde hij ge- lijk te stellen met de Christus. Daarom is het ego gebonden aan tijd en ruimte en maakt het Zelf deel uit van de eeuwig- heid. Om het Zelf te bereiken dient het ego echter te verdwij- nen. Dat is de betekenis van een bekend woord van Johannes de Doper, die kort voor de doop van Jezus in de Jordaan zou hebben gezegd: Hij moet groeien, ik moet kleiner worden. Diep in zijn hart hunkert ieder mens, wit of zwart, man of vrouw, naar het Zelf. Om daaraan tegemoet te komen produ- ceert dat onberekenbare onbewuste van ons allerlei projecties. In een gedegen studie over UFO’s kwam Jung tot de conclusie dat het hele ufo-verschijnsel aan deze behoefte tegemoet komt. In zijn boek “Een psychisch gerucht” staat te lezen: “Deze houding vormt een uiterst gunstige basis voor het totstandko- men van een projectie, een manifestatie van onbewuste achter- gronden. Deze dringen zich naar voren in de vorm van een symbolisch gerucht, begeleid en gesteund door passende visi- oenen. Ze maken zich daarmee van een archetype meester, dat altijd al het ordenende, verlossende, helende en volledig-ma- kende heeft uitgedrukt. Het is tekenend voor onze tijd, dat dit archetype een zakelijke, ja zelfs technische vorm aanneemt om de aanstootgevendheid van een mythologische personificatie te omzeilen.” Naar Jung denkt, zijn UFO’s, de ongeïdentificeerde vliegende voorwerpen, voor bijna honderd procent psychische projecties, voortgebracht door de ziel die sterk naar apocalyptische situaties verlangt. Uit Jungs onderzoekingen blijkt hoe creatief de lagen onder de bewustzijnsdrempel omgaan met het fenomeen van psychische verschijnselen. We mogen niet vergeten dat alle reli- gies in oost en west daaraan hun bestaan danken. Ongekende wonderen De hedendaagse mens werd geconfronteerd met ongekende wonderen der techniek. Toch verzuimt hij consequent om daar- uit verregaande conclusies te trekken. Bijvoorbeeld de conclusie dat ruimte en tijd, objectief gesproken, niet bestaan. De moder- ne communicatiemiddelen tonen dat overduidelijk aan. Op 26 december 1968 verscheen de aardbol op onze beeld- schermen, gefilmd vanaf het oppervlak van de maan. We za- gen een opkomende aarde, wentelend in het zwartst denkbare zwerk. Op die planeet hokten we met zes miljard stervelingen bijeen, stonden elkaar naar het leven, hongerden elkaar uit en streden wij om elke meter grond. Het belachelijke van deze onzinnige bezigheden drong nauwelijks tot ons door. Maar als we ons dit unieke beeld herinneren, kunnen we niet anders doen dan concluderen dat de kosmos wonderbaarlijker in elkaar steekt dan wij ooit konden verzinnen. Wat leek zij kwetsbaar, onze aarde, wentelend in blauwe en witte wolkenslierten. Een bol, nergens ondersteund, vrij hangend in de ruimte zonder naar beneden te vallen. Een Amerikaans televisiestation gebruikte dit beeld een tijdlang als logo. Desondanks ging de schok van het beeld klakkeloos aan onze aandacht voorbij. Vierhonderd jaar geleden kwam je op de brandstapel als je beweerde dat de aarde om de zon draaide en dat de planeet niet het centrum van de kosmos was. Ons bewustzijn is in die periode enorm gegroeid. Nu het jaar 2012 nadert, kunnen wij bevroeden wat de Apocalyps ons te zeggen heeft. De auteur van dat oude, langdurig omstreden werk, schetste geen fysiek toekomstbeeld, maar omkleedde psychische processen in indrukwekkende metaforen. Intuïtief wist hij hoeveel van onze hersenspinsels en vooroordelen we moesten verwijderen om plaats te maken voor de bruiloft van de bruid (dat zijn wij) en het Lam (het Zelf). Onze tijd biedt duizenden wonderen om de innerlijke transformatie, zonder het vergieten van een druppel bloed, te bewerken. Maar dan zullen we wel moeten doen wat de apostel Paulus ons kern- achtig voorhield: Ontwaakt gij die slaapt. * * * 19 Reflectie 4(1) voorjaar 2007
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=