1-Reflectie 4(1)vrj07.vp

Open tussen aarde en hemel Het bovenstaande kan duidelijk maken wat ‘verlichting’ ei- genlijk is: de aansluiting van onze individuele energie op het universele energieveld, het grote geheel van alle energiepro- cessen in de kosmos. Het gaat om de verlichting van het lichaam als deel van ons multidimensionele wezen, en letter- lijk om licht dat we ontvangen door ons heen. Als dat ervaar- baar wordt, is er natuurlijk geen reden om je ‘verlicht’ of ‘zelfgerealiseerd’ te (laten) noemen. Er is niets voltooid, niets voor de bakker – het doorlaatbaar-zijn voor dit licht vraagt om steeds wéér loslaten, om dagelijks onderhoud van je energie- huishouding, want het is heel goed mogelijk dat we er het ene moment voor open zijn en het andere niet. We kunnen altijd weer stress binnenkrijgen en min of meer verkrampen. Boven- dien gaat de evolutie voort; stilstand is achteruitgang en er valt nog zoveel te leren, te kennen en te verwerkelijken. Ons pro- ces gaat altijd door, dimensies verder. Het maakt wel veel uit of we leven vanuit onze bron, ons centrum, of niet. Het transformatieproces wordt vaak geasso- cieerd met de ‘reis omhoog door de chakra’s’, maar deze om- schrijving wordt nogal eens verkeerd begrepen. We kunnen ter verduidelijking twee ‘modellen’ tegenover elkaar plaatsen: het ‘boekenkastmodel’ en het ‘concentrische model’ van ontwikkeling. Het boekenkastmodel beschouwt de chakra’s met hun ver- schillende niveaus van bewustzijn en energie, de meerdere au- ralagen, als etages die je achtereenvolgens betreedt en waarbij het accent van je bewustzijn verplaatst wordt van beneden naar boven en van binnenin het lichaam naar de lagen erom- heen. Wie zich volgens dit model ontwikkelt, belandt echter van de ene eenzijdigheid in de andere: de identificatie met een gedeelte van onszelf verschuift slechts van het ene gedeelte naar het andere, en zo worden er telkens weer andere moge- lijkheden (‘persoonlijkheidstrekken’) benadrukt. De staat van innerlijke verdeeldheid blijft en men vindt zijn of haar ware identiteit niet. Bovendien loop je zo het risico dat het contact met de onderste chakra’s, de energiebron in het bekken en de aarde onder je voeten verloren gaat. Het ernstigste misverstand is dat de energie uit die bron al- leen maar naar boven zou moeten – wat door chakra’s en wer- velkolom opstijgt, moet samen met het licht dat we van boven (kunnen) ontvangen ook weer afdalen . Er is een wederkerige verbinding nodig tussen onze persoonlijke bron in het bekken en de grote kosmische Bron. Bovendien moet de verbinding met de aarde onder je voeten intact blijven – en vaak zelfs eerst nog gelegd worden. Het gaat om transformatie van het hele lichaam, van top tot teen, en alleen als er een verbinding van de bekkenbron via benen en voeten met de aarde is, kan de energie ook rondom het hele lichaam stromen, door de omhullende lagen heen. In het concentrische model wordt daarom veel waarde ge- hecht aan het leven, ademen, zijn, vanuit onze persoonlijke bron in het bekken, zodat we vanuit dit lichamelijke midden open kunnen zijn tussen ‘aarde’ en ‘hemel’, de beide polen van ons gelaagde energieveld als geheel: één pool onder onze voeten en één pool boven ons hoofd. Het midden tussen deze beide polen bevindt zich in het bekken, bij het zwaartepunt van het fysieke lichaam en vlakbij de bron van scheppende oerkracht in ons – de sterk geconcentreerde voorrraad die we bij onze geboorte hebben meegekregen. Wie zich volgens dit concentrische model ontwikkelt, kan de verschillende lagen van bewustzijn-en-energie integreren: het accent van het be- wustzijn wordt niet van het ene naar het andere chakra ver- plaatst, je hoeft niet van de ene eenzijdigheid in de andere te vervallen en niet zweverig te worden door een te zwakke aar- deverbinding. Je energie circuleert zowel binnen het lichaam als eromheen, en de meerdere lichamen worden één geïntegreerd geheel. Het centrum in het bekken Veel aanhangers van het boekenkastmodel komen in de loop van hun leven erg vast te zitten in hun hoofd, waar dan al enige tijd teveel energie naartoe is getrokken en het egodenken voedt, zodat dit de ruimte ter plekke bezet houdt. Anderen menen dat ze zich moeten centeren in het hartchakra, omdat dit het midden is tussen de andere chakra’s (de drie daaronder en de drie erbo- ven). Maar meestal stuwt daar dan te veel onzuivere energie naar op – de hartstreek is erg bevattelijk voor emotionele woe- ligheid en brokken, en zolang die er zijn, houdt het emotionele ‘ik’ de ruimte van het mystieke hart bezet. Het hart ligt in het midden van het bovenlichaam, niet in het midden van het hele lichaam. Dat kan wel zo lijken als je zit, maar we staan en lopen niet voor niets rechtop. We kunnen wel vanuit het hart naar an- deren uitstralen, maar niet vandaaruit in evenwicht komen. En we kunnen zeker niet vanuit het hart ademhalen, terwijl de plek van waaruit de adembeweging ontstaat van cardinaal belang is voor het centeren van bewustzijn en energie. In het Westen houden de meeste mensen zich vooral vast in het hoofd en in hun zonnevlecht, van waaruit men doorgaans ook ademt, zodat men in de ban van willen, beheersing en machtsgevoelens blijft – met de nodige emoties en gedachten van dien. En zo zijn er nog meer chakra’s met elk hun voor- en nadelen. Het is vruchtbaarder om onszelf juist uit al die ge- bieden los te laten en neer te dalen in het bekken, waar de bron van onze individuele energiehuishouding zich bevindt, zodat energie van daaruit kan circuleren door alle lagen van ons we- zen heen en rondom uitstraalt. Zonder verbinding met deze bron en de chakra’s in dit gebied is er in feite geen spirituele ontwikkeling mogelijk – hooguit iets wat erop lijkt, maar zich toch slechts afspeelt binnen de denk- en gevoelswereld van het huidomsloten, denkbeeldige ‘ik’. 22 Reflectie 4(1) voorjaar 2007 De ‘heilige driehoek’ die basis- en sacraalchakra verbindt

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=