1-Reflectie 4(1)vrj07.vp

heel uw ziel en met heel uw verstand’. ‘God is liefde’ en ‘Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.’ (1 Johan- nes 4.7-8). Gods liefde blijft dan in hem of haar, en hij/zij in God als liefde. Er zijn veel culturele verschillen tussen het hindoeïsme en het christendom, en er zijn veel teksten over het moeizame of zondige alledaagse leven, maar in de essentie gaat het om hetzelfde. Je terugtrekken en open komen Er zijn nog paar opmerkingen over het je terugtrekken uit het samenleven. Als je een besef hebt van Dat wat voorafgaat aan de wereld van de vormen en je vindt de realisatie ervan belangrijk, dan ligt het voor de hand dat je je daarop richt en niet op de ontelbare vormen van de zintuiglijk ervaren wereld. Voor de hoogste rea- lisatie kan het ook waarschijnlijk niet anders dat er zo’n fase is van losmaking en relativering van de alledaagse wereld. Dit is de fase van het je losmaken van de specifieke hechtingen in de wereld, niet om je helemaal te bevrijden van de anderen, maar om vrij te worden voor de anderen. De terugtrekking betekent een overgave aan Iets wat de tegenstellingen en scheidingen overschrijdt en in zich opneemt. Dat is ‘Openheid’. Concreet is dit een overgave aan de situatie, omdat Openheid niet verschil- lend is van de situatie. Dus er is een overgave aan de situatie, aan de ander, in het werk, in de samenleving, op de hele aarde; er is overgave aan alles. Dan geef je jezelf uit handen; je blijft niet staan op een ik-standpunt, maar je bent ook het standpunt van de ander. Er is geen apart ‘ik’ meer met een ik-belang. Je bent niets meer, je bent alles en iedereen. Dit laten gebeuren vereist een helderheid van bewustzijn omtrent de eigen situatie, een reflexieve instelling, omdat an- ders de oude gewoontestructuren zich gemakkelijk blijven handhaven of zich gaan herstellen. Daarbij zal een gerichtheid op het hoogste moeten zijn. Als de essentie het belangrijkste is, zal die vooral aandacht moeten krijgen. Dat betekent niet dat de waarde van naastenliefde niet wordt gehonoreerd, maar dat wordt beseft, dat juist door de realisatie van het hoogste het ‘lagere’ wordt gezuiverd. Je kunt wel als persoon blijven strijden tegen egocentriciteit en gebrek aan naastenliefde, maar dat is een moeizame onderneming. Het probleem wordt opgelost als er de realisatie is van het hoogste. De vervulling van het eerste gebod (Gods liefde) is niet voor niets het eerste en grote gebod. Dan is het tweede gebod van naastenliefde daaraan gelijk. Het is maar de vraag hoever de omgekeerde weg gaat. In het willen voldoen aan de ‘geboden’ of ‘dharma’ zit een ik-wil. Dan blijven er problemen. Zonder het wereldse dharma te veronachtzamen, geldt: het hoogste dharma is mok- sa (bevrijding van ego). In elke situatie zal er dus het bewust- zijn moeten zijn van de eigen situatie vanuit het besef van het hoogste: in hoeverre is er openheid, in bewustzijn en in ge- voel, in hoeverre is er non-dualiteit? Er zal een realisatie moe- ten zijn ‘Dat ben ik’. Dat gaat verder dan welk gebod, plicht of moraal dan ook. In de radicale herkenning dat de non-dualiteit de natuurlijke staat is, die altijd al aanwezig was en zal blijven, is het gebod van de open liefde vervuld, is men gevestigd in God/Brahman. Dr. Douwe Tiemersma is advaitaleraar. Deze tekst bevat een deel van inleidingen op 27 oktober en 1 november 2006 – www.advaitacentrum.nl * * * 4 Reflectie 4(1) voorjaar 2007 Richtlijnen voor Auteurs van artikelen voor Reflectie Het gebeurt nogal eens dat de vormgever van dit blad Word- bestanden ontvangt van auteurs die blijkbaar met veel plezier gebruik hebben gemaakt van allerlei mogelijkheden die deze tekst- verwerkings-software biedt. Bovendien lijken ze er van uit te gaan dat de vormgever met dezelfde software deze teksten gereed maakt voor publicatie. Dat is echter niet het geval, simpelweg doordat Word minder geschikt is voor het goede vormgevingswerk. Wèl “importeert” hij die teksten in een zogenoemd DTP soft- ware-programma, oftewel een “Desk Top Publishing pakket” dat speciaal ontwikkeld is voor het snel en professioneel vormgeven van teksten. En dat gaat inderdaad geweldig, echter….zolang auteurs Word-bestanden aanleveren waar niet teveel “attributen” aankleven, zoals daar zijn: gegenereerde voet- en eindnoten, inge- bedde plaatjes, ingebedde tekstkaders, gegenereerde tabellen, etc! Doen ze dat wel, zoals met enkele artikelen in dit nummer het geval was, dan zadelen ze de vormgever op met heel veel extra werk. Waarom? Het DTP-pakket neemt veel attributen over, maar een aantal daarvan niet of slechts gebrekkig. Zo dreigen gegenereerde voet- en eindnoten verloren te gaan, ingebedde kadertekstjes wor- den niet meegenomen, net zo min als ingebedde foto’s en andere afbeeldingen. Gegenereerde tabellen gaan wel mee, maar zijn daarna nauwelijks behoorlijk vorm te geven. Stuk voor stuk moeten daarom al deze elementen eerst uit het oorspronkelijke bestand gehaald worden en apart weggezet, alvorens tot de eigenlijke opmaak kan worden overgegaan. Allemaal extra werk en dus ook: kosten… die te vermijden zijn. Daarom heeft de vormgever in overleg met de redactie een lijstje van technische richtlijnen opgesteld aan de hand waarvan u, toekomstige artikel-auteur, wordt verzocht uw artikel zó op te stellen, dat in het vervolg de vormgever snel de teksten kan invoeren en verwerken. Hier komen die richtlijnen: – Lever uw tekst zoveel mogelijk “plat” aan, dat wil zeggen zonder extra attributen. Alleen vette tekst en cursieve tekst kunnen als zodanig in het artikel worden geplaatst. Vermijd onderstreepte tekst! – Werk bij voorkeur met een gewone tekstletter, zoals de in Reflectie standaard gebruikte Times, met lettergrootte 10 pts . – Plaats verwijzingen naar voet- of eindnoten op deze manier in de tekst: (1), (2), etc. en typ de betreffende noten gewoon aan het eind van de hoofdtekst onder het kopje “Noten”. Ga aub niet zelf probe- ren deze noten uit te lijnen door het toevoegen van spaties e.d.! – Maak tabellen met de tab-functie van Word, en laat de tabelgenerator achterwege. – Geef in uw tekst duidelijk titels, koppen en tussenkopjes aan. Titel is de titel van het hele document. Maak die echter niet te lang! Hij moet er wel op passen! Koppen zijn sectietitels, en tussenkopjes staan boven een verdere onderverdeling. Een veelgebruikte methode om een sluitende onderverdeling aan te geven is: Titel 1.Kop 1.1 Tussenkop 1.1.1 nog kleinere tussenkop (maar dit is alléén maar om iets aan te geven; deze "weten- schappelijke" indeling volgen we uiteraard niet in Reflectie!) – Heeft u aparte kaderstukjes, geef dan alleen aan waar ongeveer ze moeten staan in de hoofdtekst, bijv: “hier ongeveer [kadertekst 1]”, en plaats zo’n tekst aan het einde van de hoofdtekst met een verwijzing: [kadertekst 1]. – Heeft u aparte afbeeldingen, doe hetzelfde als met kaderteksten: geef aan waar ongeveer ze moeten staan, bijvoorbeeld: “[hier ongeveer foto 1]” – Lever afbeeldingen aan als aparte bestanden! (formaten .jpg, .gif, .tif etc). Maak ze niét tot onderdeel van de tekst (dus niét inbedden). Belangrijk: lever geen afbeeldingen met een te grove resolutie – dikwijls zijn dat afbeeldingen gemaakt door goedkope digitale cam- era’s, zoals “webcams”. Minimale resolutie is 72 dpi (72 dots per inch). Liever 300 dots per inch. Tot zover. Heeft u nog vragen, aarzel die dan niet te richten tot de redactie, die ze dan doorspeelt naar de vormgever.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=