Reflectie 5(4) winter 08.vp

Mannelijke en vrouwelijke energieën Het gegeven dat de seksuele energie in het transformatiepro- ces is betrokken, heeft ongetwijfeld geleid tot de schutterig- heid waarmee de Rooms-Katholieke Kerk – en het christendom in het algemeen – met seksualiteit omgaat. Ooit was het in de RK Kerk net zo goed bekend dat de seksuele energie moet worden getransformeerd, als in Tantra, in de tao- ïstische yoga of bij de oude Egyptenaren. Het besef dat de sek- suele kracht sacraal is en door transformatie een genezende, één makende kracht wordt, was aanleiding tot het celibataire priesterschap en het taboe op seksualiteit vóór het huwelijk. Eigenlijk is de christelijke symboliek, bijvoorbeeld in het Kerstverhaal, doortrokken van verhulde verwijzingen naar het verband tussen seksualiteit en spiritualiteit, tussen seksuele energie en spirituele energie. Het gaat er op steeds andere ni- veaus om dat ‘mannelijke’ en ‘vrouwelijke’ energieën, yin en yang, tot een nieuwe synthese leiden. Op het meest fundamen- tele niveau gaat het vrij letterlijk om seksuele energie, maar die wordt uiteindelijk gesublimeerd tot de meest subtiele krachten die in- en vanuit het mystieke hart stralen. Het proces van spirituele transformatie van de oerkracht, inclusief de seksuele energie, wordt ook beschreven als het op elkaar inwerken van de vier elementen: aarde, water, lucht en vuur. In bijvoorbeeld de oude Chinese alchemie (waar overi- gens nog ‘hout’ als vijfde element wordt onderscheiden) wordt de bekkenschaal ook wel de ‘ketel’ genoemd, waarin water wordt verwarmd door het vuur, zodat er zich stoom vormt – een subtielere hoedanigheid waarin de energie vanzelf opstijgt naar hogere gebieden. De betekenis van de symboliek veran- dert in de loop van het transformatieproces; het ‘vuur’ is in eerste instantie het slangevuur (de Kundalini) maar in tweede instantie de geest, en op het hoogste niveau staat ‘vuur’ sym- bool voor de waarheid. ‘Water’ is in eerste instantie een sym- bool voor emoties, vervolgens voor zuivere materie en uitein- delijk voor de liefde. Steeds gaat het om de harmonieuze vere- niging van yin en yang: materie en geest, het vrouwelijke en het mannelijke, gevoel en verstand, beneden en boven. Uit het ‘huwelijk’ van het mannelijke en het vrouwelijke in onszelf wordt het innerlijke ‘kind’ geboren. Als de ruimte van het mystieke hart vrij en zuiver is, kunnen de gezuiverde en met elkaar versmolten energieën vanuit het bekken, waarin zich een schaal van energie vormt, opstralen in het mystieke hart terwijl ook het witte hemelse licht daar van bovenaf toegang vindt. De ruimte van hoofd, nek/hals/keel en borstkas moet daartoe als één geheel transparant zijn voor de impulsen, het licht en de kracht van het hogere Zelf. En uiteraard moet er ook geen donk- er meer in de weg zitten in bekken of zonnevlecht. Er vindt dan een tweede ontmoeting van de energieën plaats, op een hoger niveau – niet alleen hoger in lichamelijk opzicht, maar ook een hoger bewustzijnsniveau. De versmel- ting van de energiestromen in die ruimte van het mystieke hart en het stralen (zich openbaren) van dit licht van daaruit wordt in het Westen ‘de geboorte van het Christuskind’ in ons ge- noemd. Dit ‘kind’ verenigt de vrouwelijke en mannelijke kwa- liteiten in ons met elkaar: hart en intellect, liefde en wijsheid. Het is de ‘tweede’ of ‘geestelijke’ geboorte, en als die zich in je leven voltrekt, ervaar je dat als ‘herboren-’ of ‘opnieuw geboren’ worden. Deze termen geven aan, hoe ingrijpend de verandering is voor het persoonlijk bewustzijn, voor je zelfbeleving als mens op aarde. Het kan uiteraard niet gaan om een wedergeboorte van je oude ‘ik’. Het is werkelijk alsof je een ander mens wordt – maar dan in de zin van: pas nu werkelijk jezelf. Overi- gens kan deze nieuwe zelfbeleving sterk overeenkomen met de manier waarop je er ooit als kind was, ‘transparant’, onbe- grensd, spontaan en onbevangen, in kinderlijke onschuld - maar dan terwijl we ons daar ook van bewust zijn. Dit maakt heel begrijpelijk wat bijvoorbeeld in het Thomas-evangelie wordt gesteld: ‘Deze kleine kinderen die gezoogd worden, zijn als zij die het Koninkrijk binnengaan.’ Het nieuwe bewustzijn dat zich via het energetische zuive- ringsproces en de eenwording van lichaam, ziel en geest open- baart, laat zich innerlijk kennen als licht: het kosmische licht dat de duisternis in onszelf doet verdwijnen en als innerlijke warmte door ons heen straalt. Het wordt letterlijk lichter van binnen. Naar buiten toe, aan de anderen (die niet langer vreemden zijn) laat dit bewustzijn of innerlijke licht zich ken- nen als warmte, liefde, wijsheid, begrip en mededogen. Dit bewustzijn of licht – wit, met een fijne gouden glans erin – wordt ook wel ‘het Christuslicht’ genoemd. Als dit in ons doorbreekt, is dat de terugkeer in de Eenheid met al wat is, al wat leeft, en het doorstraald worden door wat men ook aan- duidt als ‘de Heilige Geest’. Zulke wisselende benamingen verwijzen steeds naar aspecten van één en hetzelfde. In de in- wijdingsleer is ‘Christus’ een naam voor het ene, universele hogere Zelf in ieder van ons – niets anders dan het Boeddha- bewustzijn.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=