Reflectie 5(4) winter 08.vp
Het alchemistische geheim achter het Kerstverhaal Peter Kampschuur Kerstmis nadert, en opnieuw zullen overal ter wereld miljoe- nen mensen de geboorte van het Kerstkind in Bethlehem ge- denken. Niet voor niets staat het Kerstverhaal bekend als ‘the greatest story ever told’. In de theosofie en andere esoterische kringen kent men de verborgen innerlijke betekenis van dit verhaal, maar in het algemeen wordt er weinig stil gestaan bij het spirituele transformatieproces waarnaar het verwijst: het alchemistische proces dat lichaam, ziel en geest voorbereidt op de ‘tweede’ of ‘geestelijke’ geboorte. Deze ‘geboorte’ is een innerlijk gebeuren, maar daarmee is niet gezegd dat het om iets puur symbolisch of alleen maar om iets denkbeeldigs zou gaan. De symboliek van de Kerstmythe verwijst naar een fundamentele bewustzijnsverandering die al- les te maken heeft met ons lichaam en de ‘energiehuishou- ding’ daarin en eromheen. De tweede of geestelijke geboorte wordt mogelijk als de ruimte van het mystieke hart niet langer wordt bezet door het denkende, emotionele en willende ‘ik’. Dat vraagt om een voorbereiding – het is geen kwestie van het omdraaien van een psychologische knop. Het helpt niet om anders te denken of een andere houding aan te nemen. In oeroude tijden werd er al begrepen dat bewustzijn en energie twee kanten van dezelfde munt zijn. De oude Chine- zen wisten bijvoorbeeld al dat het ‘hemelse bewustzijn’, zoals zij het noemden, alleen in het ‘geestelijke hart’ (rechts van het orgaan hart in de borstkas) kan komen na de nodige energeti- sche voorbereiding. Dit is het essentiële, alchemistische ge- heim, waarnaar steeds weer in andere termen wordt verwezen. Bij de oude Chinezen, toch al bekend vanwege hun bloem- rijke beeldspraak en benamingen voor energiecentra, -punten en -kanalen, is de essentie van het bedoelde transformatiepro- ces onder andere verwoord in Het geheim van de gouden bloem, een geschrift dat la- ter is becommentarieerd door Richard Wil- -helm en C. G. Jung. In de tekst zien we vele verwijzingen naar het bedoelde proces, bijvoorbeeld in termen van ‘de schat in de akker’, ‘de kostbare parel’ en ‘het levens- elixer’. In Westerse alchemistische tradities komt de term ‘levenselixer’ ook voor, naast ‘het transformeren van lood in goud’, ‘de steen der wijzen’, ‘de schat in de bruidska- mer’ en ‘het alchymische huwelijk’. Ook de symboliek van de Heilige Graal houdt hier- mee verband en is alleen te begrijpen vanuit het perspectief van de innerlijke alchemie. De moderne wetenschap, die uit de al- chemie is voortgekomen, heeft aangetoond dat lood en goud op subatomair niveau niet veel van elkaar verschillen: één elektron. Maar in onze uiterlijke waarneming en waardering is het verschil enorm. Spiritu- eel- of innerlijk gezien is het verschil zelfs nog groter, want in dat opzicht gaat het om de transformatie van oorspronkelijke, ruwe, ongezuiverde levenskracht tot het licht van het hoogste bewustzijn. Het gaat er uiteindelijk om dat dit bewustzijn toe- gang vindt tot de ruimte van het mystieke hart en van daaruit straalt; ook in het taoïsme en het Chinese boeddhisme wordt dit ‘de nieuwe geboorte’ genoemd. De verwekking van het Christuskind Ook aan deze innerlijke geboorte gaat een bevruchting vooraf, die net als bij een kind van vlees en bloed plaatsvindt in de bekkenruimte. Het Christuskind moet, met andere woorden, eerst worden verwekt en kan pas na de nodige innerlijke zui- vering en ontwikkeling worden geboren. Deze bevruchting vindt weliswaar in het bekken plaats, maar op een ander, in- nerlijk niveau – in de wereld die geest en lichaam met elkaar verbindt, het energieniveau waarop fijnstoffelijke materie (energie) en geest één worden, de wereld van de ziel. De energieën die in het bekken samenkomen en met elkaar worden versmolten, zijn de ‘ruwe’ oerkracht die uit het staart- been vrijkomt (in India ‘kundalini’-energie genoemd), dat deel van deze energie dat al is omgezet in seksuele energie, de kos- mische energie die we opnemen uit de ingeademde lucht en (eventueel) in ons toelaten door de mee-ademende huid heen, energie uit voedsel en drank, energie vanuit de aarde onder onze voeten en het witte, hemelse licht dat vanuit een punt bo- ven ons hoofd afdaalt door de wervelkolom, tot in het heilig- been. Als er zich geen spanningsvelden in het bekken bevin- den doordat we diep loslaten wat er niet in ons hoort te blijven hangen, kunnen in deze ruimte alle mogelijke energieën die je kunt onderscheiden, met elkaar verbonden worden. Dit is het begin van het proces dat wordt aangeduid met de spreuk ‘Solve et coagula’, ‘los op en laat stollen’. Deze betekenisvolle omschrijving van het innerlijk-alchemistische, spirituele transfor- matieproces slaat op de vergeestelijking van het lichaam, gevolgd door de hernieuwde en gezuiverde belichaming van de geest. Als het oude wordt losgelaten (‘los op’) en het nieu- we wordt geïntegreerd en vorm krijgt (‘laat stollen’), dan wordt dat ‘stolsel’ ook weer oud, zodat het moet worden losgelaten en op een volgend – en hopelijk hoger – niveau een nieuwe integratie kan vinden. En zo gaat dat nog een aantal malen dóór. Steeds weer gaat het om het loslaten van het oude en het toela- ten van het nieuwe, zoals de uitademing gaat en de inademing komt. Stolling kan per defi- nitie nooit een definitieve oplossing zijn, be- halve wanneer het lichaam geheel vergeeste- lijkt is en de geest het lichaam dan ook geheel bewoont, dus als de geest van top tot teen is belichaamd. In dit eenwordingsproces van geest en materie (c.q. energie) luidt de tweede geboorte een heel nieuwe fase in.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=