Reflectie 5(4) winter 08.vp
Persoonlijk en kosmisch bewustzijn De verschillende esoterische tradities hebben elk hun eigen weg tot bewustwording en transformatie, maar daarbij gaat het in wezen steeds om ditzelfde geheim, hoe het ook symbolisch wordt verwoord. De of het Ene is in ieder van ons, kan zich in en via ons openbaren, en dat is in principe alleen maar ‘geheim’, omdat een olifant zich ook enorm kan vergissen en zich dan God waant in plaats van een van de vele manifesta- ties van de/het Ene. Maar zo mist men de essentie. Het gaat erom dat je persoonlijke en kosmische bewustzijn, individuali- teit en één-zijn, met elkaar moet kunnen verenigen. Dat is pas de grote integratie: het besef dat we tegelijkertijd de of het Ene en één van de velen zijn. Wie deze paradox niet kan verdragen, zal neigen tot identi- ficatie met één van beide. In het ene geval leidt dat tot zelfver- heffing, zoals we tegenwoordig zien bij menig kersvers ‘ver- lichte’ of ‘Zelfgerealiseerde’ die na een doorbraak in het eigen bewustzijn het feit negeert dat hij/zij nog steeds óók een mens onder de mensen is. In het andere geval leidt identificatie met het mens-zijn alléén tot ‘jezelf klein maken’, jezelf reduceren tot een voorbijgaand verschijnsel zonder wezenlijke betekenis – de tragiek van de moderne a-religieuze mens die vergeefs zoekt naar de zin van het leven in het algemeen en zijn of haar eigen leven in het bijzonder. Er zit niets anders op dan God in onszelf te vinden, terwijl we evengoed mens blijven: dan kunnen we een bewuste ver- persoonlijking van God in deze wereld zijn, één van de gestal- ten of personages van het goddelijke, als een soort instrument van het ene, universele hogere Zelf. Ditzelfde alchemistische geheim heeft ook tot vele mystificaties en intri- ges geleid. In het Westen zijn er bijvoor- beeld diverse verhalen over de Graal in omloop, van middeleeuwse ridderverha- len tot een schijnbaar spirituele detecti- veroman als De Da Vinci Code en films over Indiana Jones en andere moderne helden. In de christelijke kerken wordt de graal opgevat als de kelk die Jezus Christus tijdens het laatste avondmaal hief. Maar de graal wordt ook wel be- schouwd als de kelk of beker waarin zijn bloed werd opgevangen toen hij aan het kruis hing. Beide opvattingen raken kant noch wal, want wat Jezus Christus doorgaf was niet zijn bloed maar zijn licht, zijn energie, zijn Christus- of Boeddhabewustzijn – ‘brood’ en ‘wijn’ waren de metaforen voor het ‘Christus- lichaam’, de energie en de liefde- wijs- heid van Christus. De gedachte dat het letterlijk om Jezus’ al dan niet heilige bloed zou gaan, heeft later geleid tot de veronder- stelling dat hij een nakomeling had ver- wekt bij Maria Magdalena. Hier zien we de term ‘bloed’ als ouderwetse metafoor voor wat we inmiddels benoemen als DNA. Zo zijn we weer een stap verder af van datgene waarom het gaat. De heilige graal is geen kelk of beker van materie en even- min het bekken van Maria Magdalena alléén, maar (in eerste in- stantie) een schaal van energie (licht) in ieders bekken - mèt zijn aarding. We kunnen deze graal in onszelf vinden door in- en vanuit het bekken te leren ademen, zodat we er van daaruit zijn en de ruimte van het mystieke hart niet langer bezet houden*. De versmelting van energieën die dan kan plaatsvinden in deze diepte van ons wezen – een lichamelijke diepte die ge- paard gaat met een diepe bewustzijnslaag - is de eerste stap op weg naar de geestelijke geboorte, de geboorte van het Chris- tuskind in ieder van ons. * Hierop is de door Hetty Draayer geïntroduceerde vorm van lichaamsgerichte, genezende meditatie gericht. Zie bijv. haar boek Meditatie, energie en bewustzijn – De innerlijke weg vanuit het kosmisch oog (Synthese/voorheen Mirananda, Den Haag, 2001) * * * * * *
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=