Reflectie 5(4) winter 08.vp
De geboorte van de mens Frits Moers Zoals in het hieraan voorafgaande artikel van bisschop Frank, “De schepping van hemel en aarde en van de mens” wordt ge- zegd ( zie §2 daarvan), kan het eerste hoofdstuk van Genesis een onuitputtelijke bron zijn om inzicht te krijgen in het wezen van de mens. Ondernemen we die poging, dan kan inderdaad tot verschillende bevindingen gekomen worden. Onder die be- vindingen zijn zeker ook zeer persoonlijke, eigen bevindingen van beschouwelijke of intuïtieve aard. Dat betekent geenszins dat zulke “bevinding”de juiste is of hoeft te zijn. Wel betekent dat, dat er een diepere betekenis gegeven kan worden aan dat wat er letterlijk geschreven staat, hoe persoonlijk en ‘onweten- schappelijk’ dan ook bekeken. Bij wat er geschreven staat, blijft immers de vraag bestaan hóé de alleroorspronkelijkste tekst vertaald werd en óf die bewoordingen wel de juiste (kunnen) zijn. Gezonde twijfel en “logica” hoeven ook in religie niet ach- terwege te blijven; integendeel, die kunnen er juist toe bijdragen de diepere, innerlijke betekenis van “woorden” te achterhalen en het “onlogische” te “begrijpen”. De oorspronkelijke taal van Genesis De oorspronkelijke taal van Genesis is het oud-Hebreeuws. Het is een taal – vlot gezegd – die het wezen van het woord of een begrip uitdrukt in getallen (ook cijfers); en een dergelijk getal weer weergeeft met een letter, al iets minder abstract. Zo is bijv. het ‘getal’ 1 de letter A , beide eigenlijk nog in abstrac- tie, in wézen, nog “ongeboren”, nog niet uitgedrukt in iets concreets. De volledig “uitgeschreven” letter A, de Alef ( A+L+E+F) – even heel eenvoudig gezegd – vormt het woord ‘(ossen)kop’. Daardoor ontstaat een bééld. De Hebreeuwse lettertekens zijn pictogrammen, waarin dat beeld van een ge- tal, letter of woord wordt uitgedrukt, getekend, geboren wordt. En ook dat beeld verwijst naar een innerlijke betekenis, niet naar bijv. een letterlijke (ossen)kop. Een bééld … , zo zegt bisschop Frank in zijn artikel te- recht: “ Een beeld van God betekent zoveel als: de mens draagt een verwijzing naar God in zich”. De mens is dus niet God, maar een beeld van God, dus wel goddelijk in zijn We- zen. 1 . De geboorte van het Wézen Mens [Waar niet anders vermeld, zijn de bijbelteksten genomen uit: Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift – Watchtower Bible, 2006.] De Mens werd geschapen door het Woord. Immers, in Ge- nesis 1: 26 wordt gezegd: “Verder zei God: ‘Laten wij de mens maken …”. God sprák dus. God sprak het Woord, Woorden. Maar voordat de Mens geschapen werd, sprak God al acht- maal eerder (8x) om datgene te scheppen wat voor de mens noodzakelijk is om te kunnen leven. We zien dat in Genesis 1, in de volgende verzen: 1:3: “Nu zei God: ‘Er kome licht”’ …” 1:6: “Verder zei God: ‘Er kome een uitspansel tussen de wateren’ …” 1:9: “Verder zei God: ‘Dat de wateren… verzameld worden en het droge land te voorschijn kome”. 1:11: “Verder zei God:’De aarde late gras uitspruiten, zaaddra- gende plantengroei, vruchtbomen waarvan het zaad erin is, op de aarde’.” 1:14: “Verder zei God: ‘Dat er lichten komen aan het uitspan- sel van de hemel, om scheiding te maken tussen de dag en de nacht; en ze moeten dienen tot tekenen en voor tijdperken en dagen en jaren’.” 1:20: “Verder zei God: ‘Dat de wateren … levende zielen voortbrengen en dat vliegende schepselen vliegen’.” 1:22: “Daarop zegende God ze en zei: ‘Weest vruchtbaar en wordt tot vele …’.” 1:24: “Verder zei God: ‘Laat de aarde levende zielen voort- brengen naar hun soort …’.” Dat zijn de acht woorden van God, voordat de Mens ter sprake komt. Er worden voorwaarden geschapen voor het le- ven van de mens, in zijn éxistentie op aarde. Zomaar 8 “woorden”, of bestaat er een innerlijke betekenis van die “toevallige” 8, van de oorspronkelijke (Hebreeuwse) 8? De Hebreeuwse 8 heeft de letter ‘Chet’ [zie afbeelding] . En die letter, volledig uitgeschreven (C-H-E-T) geeft het woord en het beeld ‘Omheining’, te zien in het weergegeven pictogram, met de opening naar beneden. De afbakening dus, zo mooi verwoord in onze “Bezinning op de Wijsheid” (naar Spr 8: 28a,29) “Toen Hij een kring trok boven het vlak van de af- grond…Toen Hij de zee haar grenzen stelde … Toen Hij de fundamenten der aarde legde…”. Dat is de ruimte waarin de mens kan gaan existeren, als beeld Gods. Tevens levert de 8 , het achtste woord, (in het Hebreeuws) het zegel van de kómende wereld, de wereld van de Gezalfde, van de Koning. “Het achtste” levert de spijzen voor de Ko- ning; de spijzen liggen klaar voor de Koning: … de schepping ligt klaar voor de Mens. Maar dat wezen ‘mens’ moet nog geschapen worden. En dan volgt het negende Woord (9) van God: in Genesis 1: 26: “Verder zei God: ‘Laten wij de mens maken naar ons beeld, overeenkomstig onze gelijkenis…’.” (‘Beeld’ in het He- breeuws ook: schaduw, dubbel). Voor het eerst spreekt God hier met ‘Wij’, wat niet eerder gebeurde, ook niet bij de dieren, die toch “levende zielen” worden genoemd, en die gezegend werden. Laten we eens kijken naar dat 9 Woord, naar de 9 in het Hebreeuws. Het goddelijke ‘dubbel’ De Hebreeuwse 9 staat voor de letter ‘Teth’, uitgeschreven ook wel soms de ‘slang’ genoemd, maar dat geldt ook voor de letter ‘60’. De slang is dubbel: zowel de aardse slang, de ge-
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=